Lezersrecensie
Het had meer kunnen zijn
De Nigeriaanse schrijfster Ayọ̀bámi Adébáyọ̀ was al een twintiger toen ze voor het eerst - bij toeval - met eigen ogen zag in wat voor armoede een deel van haar landgenoten leeft. Dat maakte zo’n indruk op haar dat ze er jaren later, ‘A spell of good things’, haar tweede roman, over schreef. Dit boek stond op de longlist van de Booker Prize 2023. De Nederlandse vertaling, ‘Alles wat had kunnen zijn’ was in september 2022 het eerste Hebban boek van de maand.
Adébáyọ̀ zet haar belangrijkste thema, het grote contrast tussen arm en rijk in Nigeria, scherp aan door twee verhaallijnen met elkaar te verweven. De ene verhaallijn volgt de tiener Ẹniọlá, wiens vader zijn baan is kwijtgeraakt waardoor het gezin in rap tempo financieel afglijdt. De andere verhaallijn volgt de twintiger Wúràọlá, arts in opleiding en afkomstig uit welvarende kringen. De één kan alleen maar hopen dat er elke dag iets te eten op tafel staat, terwijl de ander zich bijna achteloos tegoed doet aan afhaalmaaltijden of een buffet op een verjaardagsfeest.
‘Alles wat had kunnen zijn’ opent sterk, met een scène die je de vernedering van Ẹniọlá’s leven in armoede goed doet voelen. Helaas weet de schrijfster de scherpte van die openingsscène niet vast te houden. In de volgende 350 pagina’s blijkt ze erg veel woorden nodig te hebben om de levens van haar hoofdpersonen te schetsen. Wat vooral opvalt is het overdadige gebruik van dialoog, zóveel, dat je het gevoel bekruipt dat je het script van een televisieserie zit te lezen. Ook de uitgebreide beschrijvingen van kledingstukken, lokale gerechten en nevenpersonages dragen daaraan bij. Pas in de allerlaatste 75 pagina’s wordt het verteltempo opgevoerd. Pas dan ook wil je écht doorlezen, maar dan is het verhaal al - vrij abrupt - afgelopen.
Wat geldt voor de schrijfstijl, geldt ook voor de thematiek. De potentie is er, maar de uitwerking blijft achter. Adébáyọ̀ snijdt grote thema’s aan zoals corruptie, politiek geweld, armoede, depressie, huiselijk geweld, de man/vrouwverhouding in Nigeria, het belang van onderwijs en het conflict tussen de generaties. Eigenlijk té veel om allemaal goed uit te werken, zeker naast al die sfeerbeschrijvingen. En dat is jammer, want je wil er meer van weten. Zo worstelt Wúràọlá met de relatie met haar verloofde, die voor haar familie de ideale man is, maar die ook nogal losse handjes blijkt te hebben. Dat is een thema dat bijna een eigen boek verdient, maar hier ondersneeuwt naast de andere thema’s, waardoor je, zeker aan het einde van het verhaal, met prangende vragen blijft zitten over het vervolg.
Best wel wat bezwaren dus, maar betekent dat ook dat je dit boek links moet laten liggen? Nee, zeker niet! Het geeft namelijk een interessant inkijkje in het leven in het moderne Nigeria en vooral in de vergaande gevolgen van politieke corruptie voor arm én rijk. Daarnaast laat Adébáyọ̀ je ervaren hoe het is om een boek te lezen waarin je woorden, begrippen en culturele gebruiken tegenkomt die je niet meteen iets zullen zeggen. Een leeservaring die veel lezers van buiten de ‘westerse wereld’ al op jonge leeftijd meemaken. Dat maakt het boek ondanks de bezwaren tot een gedenkwaardige leeservaring.