Lezersrecensie

Moderne tijden


Tinwara Tinwara
24 mrt 2022

Het levensverhaal van de Kameroens-Amerikaanse schrijfster Imbolo Mbue (1982) bevat op zichzelf al voldoende aanknopingspunten voor een boek of een film. Hoe zij als meisje uit een traditionele Kameroense dorpsgemeenschap op haar 17e terecht kwam in de miljoenenstad Chicago om daar te gaan studeren bijvoorbeeld. Of hoe zij, na de economische crisis van 2008 werkloos geworden, begon met schrijven. Hoe zij jarenlang achter uitgevers aanzat om haar manuscript toch alsjeblieft te lezen en uiteindelijk een miljoen-dollar-contract kreeg aangeboden voor haar debuutroman Behold the dreamers. Die ook nog eens Oprah’s boek van de maand werd en waarmee ze in 2017 de PEN/Faulkner award for fiction won.

How beautiful we were (in het Nederlands vertaald als: Hoe mooi wij waren) is Mbue’s tweede roman. Deze speelt zich, in tegenstelling tot haar eerste roman, vrijwel geheel af in een niet nader genoemd Afrikaans land, waarvan ik voor het gemak aanneem dat het Kameroen is. In het (fictieve) dorpje Kosawa om precies te zijn. Kosawa is een traditioneel dorpje zonder elektriciteit of moderne voorzieningen. De mensen wonen in hutten. Eten wordt verbouwd op kleine akkertjes en de mannen jagen in het bos en vissen in de rivier. Belangrijkste gebeurtenissen zijn geboortes, initiatierituelen, huwelijken en sterfgevallen. De oudere generatie heeft het voor het zeggen en geeft kennis en verhalen mondeling door aan de volgende generaties. Zo was het altijd en zo zou het misschien altijd zijn gebleven, ware het niet dat zich vlak naast Kosawa een Amerikaans oliebedrijf heeft gevestigd, Pexton. Pexton’s activiteiten zorgen voor een grote verstoring in het leven van de dorpelingen. Hun land raakt vervuild door de lekkende pijpleidingen, het water raakt zo vervuild dat er niet meer gevist kan worden en de kinderen sterven bij bosjes.

Het boek begint op een avond vroeg in de jaren ‘80, als de dorpelingen zich realiseren dat de zogenaamde gesprekken tussen Pexton en henzelf niks opleveren, dat er niks zal veranderen en dat hun kinderen zullen blijven sterven. Die avond loopt het - onverwacht, ook voor henzelf - heel anders. Dit zet een reeks van gebeurtenissen in gang, die zelfs 30 jaar later nog hun effect hebben. Het boek volgt de dorpelingen al die jaren, waarbij een centrale rol is toebedeeld aan het meisje Thula, dat aan het begin van het boek ongeveer 10 jaar oud is.

Thula is een serieus, leergierig meisje. Ze gaat studeren in Amerika en keert uiteindelijk terug als een leider voor haar mensen. Het wrange is dat ze met haar karakter en levensstijl eigenlijk helemaal niet zo goed past in de traditionele dorpsgemeenschap, waar ze zo hard voor vecht. De traditionele leiders accepteren haar (als ongetrouwde vrouw!) nauwelijks en zelfs haar vrienden vinden het moeilijk haar te begrijpen. Op zeker moment is niet meer duidelijk voor wie en voor wat Thula eigenlijk zoveel offers brengt.

De manier waarop het verhaal wordt verteld is bijzonder. Een groot deel van de hoofdstukken wordt namelijk verteld in de wij-vorm door “de kinderen” van het dorp. Wie wel eens in een Afrikaans dorp is geweest zal vast het fenomeen herkennen dat zich binnen een mum van tijd een groep (starende) kinderen om de bezoeker heen vormt, een groep die zich als één organisch geheel lijkt voort te bewegen. Dat ze in dit boek dan ook met één stem spreken vind ik treffend gevonden. Het werkt ook goed, vooral in de eerste helft van het boek, als de kinderen daadwerkelijk nog kinderen zijn, die op naïeve wijze de wereld aanschouwen.

De andere hoofdstukken worden verteld door Thula en haar familieleden. Hoewel Thula alleen als jong meisje zelf aan het woord komt, volg je haar leven in de latere hoofdstukken via de andere vertellers. Vooral het hoofdstuk vanuit de moeder vond ik mooi, omdat zij de ambities van haar dochter niet begrijpt, maar toch alles uit de kast trekt om haar door te laten leren. Het hoofdstuk vanuit de oma biedt een mooi kijkje in het verleden van het dorp, en laat zien dat het dorp in eerdere tijden misschien al minder geïsoleerd was dan je zou denken.

Het is bijzonder om een boek over Kameroen te lezen, en Imbolo Mbue is - door haar verleden in Afrika en haar huidige leven in Amerika- een bijzonder goede gids voor de westerse lezer. Ze neemt je mee naar een gemeenschap waar je waarschijnlijk weinig van weet en geeft tegelijk voldoende uitleg om die wereld te begrijpen. Daarbij idealiseert ze het dorpsleven zeker niet: ze geeft voldoende aandacht aan de donkere kanten van traditie, met name voor de vrouwen, maar ook voor kwetsbare kinderen. Ik vond vooral het eerste deel van het boek heel sterk en meeslepend geschreven. Dit speelt zich af in een afgebakende locatie en tijdspanne, en de verschillende vertelstemmen hebben ook echt hun eigen verhaal te vertellen. Later zwakt het boek wat af: de tijd gaat veel sneller, en de constructie met de vertelstem van de kinderen werkt niet goed meer, omdat Mbue via hen probeert het verhaal van Thula’s ervaringen in Amerika te vertellen. Het is jammer dat ze aan die constructie vast heeft willen houden. Evengoed komt ze tot een mooi (maar verdrietig) einde aan haar boek. Niet het einde waar je misschien op gehoopt had, maar wel realistisch, vrees ik.

Reacties

Meer recensies van Tinwara

Boeken van dezelfde auteur