Advertentie

Valensole, Provence (F), 1914-1918. In het landelijke zuiden van Frankrijk, aan de voet van de uitlopers van de Alpen, omarmd door de rivieren Verdon en Durance, ligt de vlakte van Valensole. Midden tussen de amandelbomen, bij de laatste zomereiken, lopen 2 wegen uit elkaar. De ene naar Les Chauranes, de andere naar Les Gardettes, hoeves waar meerdere generaties samenwonen. Uit beide vertrekt een jonge zoon naar het front in het noorden van Frankrijk. Hier splitst het verhaal zich.
Op de hoogvlakte gaat het boerenleven verder, in de maat van de seizoenen, gedragen door vrouwen, meisjes en oudere mannen. Licht overheerst, de wind warmt zich aan de hoogstaande zon of springt brullend over de Alpen. Vriendschappen houden generaties lang stand. Communicatie gebeurt door modulatie in gefluit. Of soms door brieven. Want ook op de hoogvlakte leeft men tussen hoop en vrees. Ziet men een bedienaar van de wet, dan wordt hij scherp gevolgd. Naar welke boerderij is hij op weg om slecht nieuws te brengen? De jongens met pit in hun handen zijn als een kudde slachtvee afgevoerd, “maar mogen we onze ogen nog houden om te huilen?” vraagt een vader zich af.
Aan het front woedt een felle strijd. Jonge mannen worden in de richting van de vijand gestuurd. Mist en modder zijn dominant, vriendschappen kortstondig. Strijders waarmee men voedsel, drank en een kleine ruimte deelt, plannen maakt voor als de oorlog voorbij is, liggen enkele uren later zwaargewond in een veldhospitaal of vinden de dood. Brieven van thuis – als men ze eindelijk ontvangt – worden gekoesterd.
Joseph van Les Chauranes en Olivier van Les Gardettes voeren hun strijd in dienst van het vaderland. Allebei op een andere plaats, naar best vermogen. Het is ploeteren in de aarde. Ze hebben geen ander keuze dan koude, vuiligheid, stank en onbeschrijflijke ongemakken te verdragen.
Giono’s taalgebruik is krachtig en direct. Eén met de natuur. Hij bedient zich van originele, beeldende taal. “Onthoofde kerktorens”, “aangevreten boerderijen”, “verscheurd vlak land”, “verse granaattrechters”, “de aarde sprong onophoudelijk in dikke stralen omhoog”, het zijn slechts enkele fragmenten uit de overvloed. De lezer wordt onmiddellijk in het verhaal meegezogen.
Giono brengt geen aaneengesloten relaas dat chronologisch verloopt. De hoofdstukken zijn als toetsen van een penseel. Wie de scharniermomenten van de Eerste Wereldoorlog kent, kan door de vermelde plaatsen – eerder schaars – wel een bepaald tijdsverloop herkennen. Dé kracht van deze roman zit voornamelijk in het taalgebruik, enerzijds om de gruwelijkheden aan het front te beschrijven, maar evengoed om het boerenleven op de vlakte van Valensole uit te drukken.

Reacties op: Krachtig en beeldend taalgebruik

7
De grote kudde - Jean Giono
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners