Advertentie

Noord-Duitsland, omgeving Sleeswijk, 1945-1976. Een Duits gezin, verdreven uit Oost-Pruisen, vestigt zich kort na WO 2 nabij de Deense grens. Een oefenterrein voor soldaten dat in onbruik is geraakt, toveren ze om tot een bloeiende boomkwekerij. Bruno Messmer, trouw medewerker van het eerste uur, doet verslag van 3 decennia bevlogen werk.

Bruno weet niet veel van zijn prille jeugd aan de Memel (nu grensrivier tussen Litouwen en Kaliningrad). Vanaf het moment dat de praam onderging, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, is zijn gezin vermist gebleven. Er aan terugdenken doet pijn. Maar hij werd opgevist door Konrad Zeller, voorheen soldaat in de oorlog en stammend uit een familie van boomkwekers aan de rand van de Rominter Heide in Oost-Pruisen (nu Noord-Polen, nabij de grens met Kaliningrad). Konrads veelbelovende toekomst in het oosten werd afgebroken. Kort na de oorlog, toen Oost-Prujsen (“het verloren land”) moest verlaten worden, kwam het jonge gezin Zeller met 3 kinderen terecht in Hollenhusen in Noord-Duitsland. Daar, nabij Sleeswijk, waar de milde oostzeewinden waaien, werden ze gehuisvest in soldatenbarakken op een verlaten oefenterrein voor soldaten, met duizenden anderen die ergens vandaan kwamen. Konrad nam Bruno op in zijn gezin. Toch bleef Bruno een buitenbeentje, een goedmoedige eenzaat, angstig en in zichzelf gekeerd, vaak slachtoffer van pesterijen en spot. Maar in de omgeving van Konrad kwamen zijn vaardigheden tot volle ontplooiing. Dankbaar en trouw spande Bruno zich in om met Konrad – vanaf dan “de Baas” - het oude oefenterrein om te toveren tot een succesvolle boomkwekerij. Als pioniers gingen ze aan de slag, met geleend geld en paarden. In het begin liep alles moeizaam. Door buren en dorpsbewoners werden ze behandeld als vreemdelingen. Maar spoedig werden de barakken verlaten en verhuisden ze naar een eigen woning. Het dorp, aanvankelijk slechts 1 straat, groeide en floreerde dankzij de bedrijvigheid. De toonaangevende kwekerij kreeg zelfs bezoek van de minister. De Baas steeg zo in aanzien dat hij het schopte tot burgemeester.
Ondertussen is er meer dan 30 jaar verstreken sinds Bruno bij de Baas is gekomen. De kinderen zijn volwassen. De Baas, waaraan Bruno alles te danken heeft, wordt oud en de opvolging staat te gebeuren. Wat Bruno verneemt, brengt een enorme onrust bij hem teweeg…

Siegfried Lenz slaagt erin een geschiedenis te vertellen die ettelijke decennia overspant, zonder gebruik te maken van jaartallen. Alom gekende gebeurtenissen – zoals het einde van WO 2 – zet hij uit als bakens in de tijd, waar de lezer kan op terugvallen.
De verteller is Bruno Messmer, die in eenzelfde zin over zichzelf kan vertellen in de eerste en derde persoon. Een typisch kenmerk van Lenz’ stijl – virtuoos overigens! – dat ook in andere van zijn romans optreedt.
Lenz behandelt een stukje Duitse geschiedenis dat lang te weinig aandacht heeft gekregen. Net als vele inwoners van Silezië en Sudetenland, moesten Duitse mensen die in Oost-Pruisen woonden (in dit geval de familie Zeller en Bruno), hun gebied verlaten na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Zij moesten opnieuw beginnen ergens binnen de grenzen van het gekrompen Duitsland, waar de plaatselijke bevolking niet op hen zat te wachten. Non-fictieboeken als “Het woeste continent” van Keith Lowe, “Acht dagen in mei” (Volker Ullrich) en “Wolfstijd” (Harald Jähner) geven historische achtergronden bij deze boeiende thematiek. “Duitse wortels” van Laura Starink en “Inges oorlog” van Svenja O’Connor vertellen over de voorouders van deze beide auteurs, respectievelijk afkomstig uit Silezië en Oost-Pruisen. Lenz zorgde met “Het oefenterrein” (dat in Duitsland in 1985 verscheen) voor een psychologische en maatschappelijke uitwerking van dit thema in literaire vorm. Verteller Bruno kwam als kind getraumatiseerd uit de oorlog en zal er heel zijn verdere leven mentale littekens aan overhouden. Ondernemer Konrad Zeller ziet in dat hij van goudwaarde is voor zijn bedrijf, schenkt hem zijn vertrouwen en betoont hem het respect dat Bruno verdient maar van anderen niet krijgt. Dàt vertrouwen is voor Bruno heilig, hij klampt er zich krampachtig aan vast en wil het niet beschamen. Liever dan dat, zou hij zichzelf wegcijferen. Nevenfiguren in de roman, als de oude huishoudster Lisbeth, dragen net als Bruno trauma’s uit de oorlog in het gebied van herkomst in zich, maar bij hen uit zich dat op een andere manier, b.v. door verbittering. Baas Zeller, die met lichamelijke littekens uit de oorlog is gekomen, is een autocratisch ingesteld persoon die door zijn niet aflatende ijver een belangrijke plaats verwerft in zijn nieuwe leefomgeving. Over de tijd “in de verloren landen” wordt ten huize Zeller niet gesproken.
Echte plotlezers zullen zich iets minder bediend voelen na het lezen van dit boek. Stilistisch en inhoudelijk is deze roman erg knap!

Reacties op: Waar de milde oostzeewinden waaien

4
Het oefenterrein - Siegfried Lenz
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners