Advertentie

Op 20 juli 1944 overleefde Hitler een aanslag op zijn leven. Dit was het scharniermoment dat de deur naar de laatste fase van de oorlog opende. 10 maanden die meer slachtoffers hebben gekost dan de 4 jaren ervoor. Een tijd van angst en wreedheid, waarin de maatschappij tot het uiterste werd geterroriseerd. Een periode waarin de oorlog die al verloren was, nodeloos verlengd werd tegen een immense prijs aan vernielingen en mensenlevens. Hoe is dat mogelijk geweest?
Hitler was omringd door een viermanschap: Bormann, Himmler, Goebbels en Speer. De eerste 3 brute en radicale fanatici, de laatste een organisatorisch genie. Onderling waren ze verdeeld, maar één eigenschap hadden ze gemeen: elk van hen smachtte naar de gunst van de Führer. Ze waren wantrouwig tegenover elkaar, maar ieder van hen wist dat zijn lot afhing van Hitler persoonlijk. Zolang de Führer er was, zou er geen mogelijkheid zijn voor een machtswissel. Daarvoor vormden de vier dé verzekering. Zolang bestond er ook geen manier om de oorlog te beëindigen. Hitler was immers hondstrouw aan zichzelf: hij week nooit af van zijn verbod op capitulatie. Want “onderhandelen doe je vanuit een sterkere positie,” orakelde hij. Aangezien in juni 1944 de geallieerden in Normandië waren geland en de nazi’s gedurende de zomer heel wat terrein in het westen moesten prijsgeven, was van sterkte geen sprake. Daarbovenop stonden in het oosten de Sovjets klaar. De eerste verschrikkelijke wreedheden van het Rode Leger deden alle voorgaande leed verbleken. Goebbels maakte hiervan dankbaar gebruik voor propagandadoeleinden. Hij peperde de angst voor de Sovjets er nog eens goed in. Doorvechten dus, als men bezetting door die wrede bolsjewisten wou vermijden. Eind 1944 ondernam Duitsland het Ardennenoffensief, waarmee het zich sterk zou tonen… Na de mislukking van deze “laatste kans” waren de defensies verder verzwakt en ontrolde de grote geallieerde pletwals zich in het westen vanaf maart 1945. In het oosten was de storm al losgebroken in januari 1945. Het waren weken van barbaarse gewelddadigheid. De Russen zagen zichzelf als wrekers voor wat de Duitsers hadden aangericht bij hun inval in de USSR. Mensen sloegen massaal op de vlucht, dodenmarsen kwamen op gang. Naast het viermanschap, steunde Hitler op zijn Gauwleiders (gouverneurs), veelal fanatieke nazi’s. Die moesten het beleid van opgeschroefde repressie mee gestalte geven. In militair opzicht waren de generaals onontbeerlijk. Zij voerden beslissingen uit, hoe irrationeel ook, volledig ingenomen als ze waren door hun diep ingeprent plichtsbesef. Plaatselijke nazifunctionarissen gedroegen zich vaak als “kleine Hitlertjes” in hun gebied. De bevolking smachtte naar het einde van de oorlog en werd steeds meer oorlogsmoe. De oorlog had in het westen een heel ander karakter dan in het oosten. In het westen waren mensen vooral bang voor geallieerde luchtaanvallen, in het oosten voor de het Rode Leger. Waar in het westen Britten en Amerikanen bijna werden verwelkomd, wilde niemand in het oosten de gevreesde Russen als bezetters. Dus was alleen doorvechten mogelijk. Nog meer werd het Rijk onder de voet gelopen tot er nog nauwelijks gebied overbleef en Berlijn werd omsingeld. Zelfs Hitler gaf eind april 1945 toe dat de oorlog verloren was. Hij bleef in Berlijn en stelde zijn testament op. Alsnog werd er verder gevochten. Toen de Russen bijna letterlijk voor zijn deur stonden, sloeg Hitler de hand aan zichzelf. Grootadmiraal Dönitz werd als zijn opvolger aangewezen. Hij regeerde nog een week door vanuit het noorden van Duitsland. Plots werd mogelijk wat voorheen niet kon: onderhandelen over capitulatie. Dönitz’ bedoeling was om via deelcapitulaties de westerse mogendheden te winnen om samen tegen het Rode Leger verder te strijden. Maar Duitsland was al lang niet meer aan zet. Alleen een volledige overgave was mogelijk.

Wie zijn bibliografie kent, weet dat Ian Kershaw van de Tweede Wereldoorlog zijn specialiteit heeft gemaakt. Toch is dit boek niet over de hele lijn even boeiend. Sommige gedeeltes, waar de vaart helemaal verdwijnt, verzanden in langdradigheid. Tel daarbij een enigszins stroef taalgebruik met complexe zinnen die voorzien zijn van komma’s en gedachtestrepen, wat het geen wervelende leeservaring maakt. Dit in fel contrast met de episodes waarin de Duitse of geallieerde operaties van 1944-1945 worden beschreven. Of het lot van de burgers en getroffen bevolkingsgroepen. Dààr komt het boek volkomen tegemoet aan de verwachtingen, nl. de strijd die Duitsland voerde in 1944-45, in de laatste fase van de oorlog, toen het zonneklaar was dat die verloren was en men toch bleef doorgaan. Aan grondigheid en nuance laat niets te wensen over. Bovendien is het boek uitgebreid voorzien van prachtige en duidelijke kaarten en een overzicht van de hoofdpersonen. De lijst met afkortingen, waarvan Kershaw veel gebruik maakt, is wat weggestopt achteraan. Toch overheerst het gevoel dat er over-geanalyseerd wordt en miste ik synthese en kernachtige verwoording. Kortom, veel te veel pagina’s in verhouding tot de inhoud.

Reacties op: Geen wervelende leeservaring

15
Tot de laatste man - Ian Kershaw
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners