Lezersrecensie
De iguanodons van Bernissart uitgespit
In april 1878 stootten mijnwerkers in Bernissart, een Waals dorp in het voormalige steenkoolgebied Borinage, op een enorme hoeveelheid dinosaurusbeenderen. Uit de 322 meter diepe kleilaag werden de resten van zo’n dertig iguanodons bovengehaald. Dankzij de klei waren verschillende skeletten volledig intact gebleven. Een eeuw later stond graficus en amateur-paleontoloog Sandra Cordier tijdens een schoolreis voor het eerst oog in oog met de metershoge skeletten in het Brusselse Museum voor Natuurwetenschappen. Dat de iguanodons van Bernissart een grote indruk hebben gemaakt op Cordier, is meer dan duidelijk uit haar boek De botten van de Borinage. Het minste dat je kan zeggen, is dat dit een diepgravend werk geworden is (pun intended). De botten van de Borinage is een gedetailleerde reconstructie van het verhaal van de Iguanodons van Bernissart. Hoeveel kan je vertellen over de opgraving van een stel knoken, vraag je je misschien af. Veel, zo blijkt. Het lot van de iguanodons is op zich al interessant, maar ook de opgravingen, het paleontologische onderzoek, de tentoonstelling en vele andere aspecten geven aanleiding tot verrassend intrigerende verhaallijnen. Het boek heeft uiteindelijk alle kwaliteiten van een whodunit: kleurrijke protagonisten verblind door ambitie en eigenwaan, verdwenen documenten, tegenstrijdige getuigenissen en foute interpretaties. Cordier kamde jarenlang bibliotheken en archieven uit, bestudeerde talloze originele documenten en illustraties van de iguanodon bernissartensis en praatte met nabestaanden van de hoofdrolspelers in het verhaal. Haar vastberadenheid om dit verhaal te vertellen, is bewonderenswaardig én aanstekelijk. Hoewel het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen allesbehalve welwillend tegenover haar project lijkt te staan, blijft Cordier onverstoorbaar speuren naar nieuwe clues en bijkomende informatie. De vele, mooie illustraties maken deze zoektocht des te plezanter voor de lezer. Het boek mag dan spannend zijn, bij momenten is het ook tenenkrullend. Dat ligt voor alle duidelijkheid niet aan de auteur, maar aan de onthutsende lotgevallen van de iguanodons. Zo werden ze tijdens de Tweede Wereldoorlog in zeven haasten naar een vochtige kelder gesleept en moesten ze in de jaren 60 bedekt worden met zeilen, om te verhinderen dat ze nat zouden worden onder het museumdak dat zo lek als een zeef was. Als dat nog niet voor genoeg ergernis zorgt, dan doet het wedervaren van de auteur dat zeker. Cordier stoot tijdens haar onderzoek geregeld op tegendraadse – of onwetende – archivarissen en stelt onder meer vast dat de oorspronkelijke tekeningen van de dino’s liggen te verpieteren in een wanordelijke, bestofte janboel. De iguanodons van Bernissart zijn op meer dan één wijze mismeesterd geweest en ook hun overlevering krijgt niet de eerbied die het verdient. Net dat maakt De Botten van de Borinage een fantastisch boek. Jazeker, het is spannend en uitstekend geschreven, maar de grootste verdienste van Cordier is dat ze dit verhaal met grote zorg uit de kleilagen van onze vaderlandse geschiedenis heeft opgediept. Haar boek toont hoe schadelijk eerzucht en desinteresse kunnen zijn voor wetenschappelijke vondsten en historische schatten. Lees de volledige recensie op Vreemder Dan Fictie