"The simplest explanation is always the most likely." — Agatha Christie

In de loop der jaren zijn de meest bizarre theorieën geopperd over de kortstondige verdwijning van Agatha Christie in december 1926. Naar verluidt kwam auteur Jared Cade in zijn biografie over Christie (1998) het dichtstbij met zijn waarheidsvindingen, al werden deze betwist en niet door iedereen in dank afgenomen. Christies geheim ging samen met haar het graf in om nooit meer het daglicht te zien. Ondertussen kunnen wij hier naar hartenlust speculeren en de meest bedrieglijk eenvoudige of juist ingenieuze plots verzinnen. Vier Nederlandse auteurs lieten zich inspireren door de verdwijning aller verdwijningen. Jean-Paul Colin, Peter Ronner, Carien Touwen en Johan van de Velde geven in de verhalenbundel 1926 – De verdwijning van Agatha Christie ieder op eigen wijze hun interpretatie van Christies wel of niet zelfgekozen verdwijning. De auteurs werden daarbij gedreven door voorhanden zijnde feiten die ze tijdens hun onderzoek tegenkwamen.

Normaal gesproken zou hier nu een korte samenvatting van het boekwerkje volgen, maar dat gaat niet gebeuren. Slimme en doorgewinterde thrillerlezers zouden immers bij een beschrijving een of meerdere plotlijnen kunnen aanvoelen of nog erger: zelfs doorzien. Laat mij dus volstaan met te zeggen dat de verhalen zonder uitzondering in de zo typerende sfeer van Agatha Christie passen en treffend in het jaar 1926 zijn neergezet. De afwisseling zit ‘m zowel in de vorm als in de inhoud van de vermeende gebeurtenissen, met mooie contrasten omdat geen verhaal hetzelfde is. Het ongelukkige liefdesleven en de mentale terugslag van Christie vormen echter de kern der dingen, evenals de verwijzingen naar enkele van haar meesterwerken — een bedekte hulde aan Christie. De plotlijnen zijn bij vlagen ingenieus en met veel gevoel voor suspense bedacht. De ene wat realistischer dan de andere, maar altijd ter beoordeling van de individuele lezer en naar zijn persoonlijke smaak. Een van de verhalen kán Christie-fans teleurstellen omdat enerzijds de plot ervan ‘not done’ en zo onwerkelijk is, maar anderzijds ook best zo gebeurd kan zijn. Waarom niet? De auteurs hebben immers in de geschiedenis naar de naakte feiten gezocht. Maar altijd ervaar je tussen de regels door die royale knipoog, waarbij de auteurs voorgoed afrekenen met het door Christie zelfgeschapen cliché dat het slechts een kwestie van geheugenverlies was.

Agatha Christie creëerde misschien wel haar ‘mystery masterpiece’ met haar elf dagen durende verdwijning. Een mysterie dat de gemoederen jarenlang bezighield en nog steeds bij veel lezers en auteurs een onderstroom van intrigerende nieuwsgierigheid en emoties weet op te wekken.
De bundel 1926 – De verdwijning van Agatha Christie , met een fraaie in stijl gevisualiseerde omslag, bevat vier verhalen die stuk voor stuk prachtige hommages aan de Koningin van de Misdaad zijn. Liefde, waardering en ontzag voor La Christie en haar whodunits spetteren van de pagina’s af. Vier ambassadeurs, vier partners in crime en vier persoonlijke interpretaties met een verrukkelijke uitstraling maken dit 164 pagina’s tellende boekje tot een ‘musthave’ voor Christie-fans. 

Reacties op: Een 'musthave' voor Christie-fans