Ellen IJzerman (prowisorio) Hebban Recensent

'Don't judge a book by its cover', zei Mr. Tulliver in George Eliot's The Mill on the Floss (1860) terwijl hij de buitenkant van Daniel Defoe's The History of the Devil bewonderde. Een waarheid als een koe. Een prachtige buitenkant staat niet garant voor dezelfde kwaliteit binnenin (én andersom), maar het helpt wel.

De omslag voor Mijn tweede leven is niet door de marketingafdeling van de uitgeverij uitgekozen, maar door Oosterhuis zelf. Het is een door hemzelf geschilderde bos bloemen in een vaas geworden, uitgekozen omdat, zo vertelt hij in Verklaring van de titel, hij dat passend vond voor deze bloemlezing uit bloemlezingen. 
Verderop vertelt hij bovendien dat Miep Diekman ooit over hem geschreven heeft dat hij twee levens had moeten hebben, omdat hij zoveel belangstelling heeft voor alles: dichten, liedjes schrijven, verhalen, cabaretteksten en vertalingen. En dan is hij ook nog, in wat hij zijn tweede leven noemt, een amateuristische zondagsschilder. Met die laatste omschrijving slaat hij de overbekende spijker bovenop de kop, want de afbeelding op de voorkant van het boekje is inderdaad precies wat je verwacht van zo'n zondagsschilder: een oubollig bosje bloemen in een vaas op een tafel.

Zo'n afbeelding voorop een boek helpt niet. Gelukkig begint het boek met een aantal aardige anekdoten over zwerftochten die sommige van zijn liedjes gemaakt hebben, zoals bijvoorbeeld Zon op een plankje. Het lied dat Oosterhuis in 1959 schreef wordt in datzelfde jaar door het volkskundig tijdschrift Neerlands Volksleven beschreven als 'een anoniem vers uit de bezettingstijd' en 'een lied dat niet Nederlandser en eigentijdser kan zijn':

Zon op een pleintje met schaduw van bomen,
spelende kind'ren, een lied en een lach,
mannen die fluitend van 't werk huiswaarts komen,
dat is wat ik in mijn dromen zag.

Refrein:
Klinkt, klokken van de toren,
maait, maaiers, maait het koren,
zingt, laat je lied'ren horen
laat ze klinken, klinken door het wijde land.

't Is nog een droom, maar miljoenen beleven
sterk dit verlangen naar zonlicht en vreê,
duizenden willen, als wij, alles geven,
dragen die droom in hun hart steeds mee.

Refrein

Dwars door een wereld in angsten gevangen,
dwars door een tijd die de ogen verblindt,
gaan wij en zingen van droom en verlangen,
omdat wij weten dat Vrijheid wint!

Refrein

Dat het tijdschrift het liedje zo'n 14 jaar ouder schat dan het is, is niet zo heel raar, maar dat is niet het enige waarmee ze mis zitten. Oosterhuis schreef dit versje namelijk tijdens een jongerenkamp in Stockholm, terwijl hij onder de indruk was van de Zweedse dansen en liederen. Zo Nederlands is het dus helaas niet...

Het is jammer dat deze paar anekdoten aan het begin, samen met de door Oosterhuis vertaalde Shakespeare-sonnetten aan het eind, de enige hoogtepunten zijn in een verder rommelig, zonder enige samenhang, samengesteld bundeltje. Het bevat liedjes, teksten, fragmenten, historische (jeugd)verhalen en vertaalde gedichten, voor elk wat wils en daarom voor niemand van voor tot achteren interessant. Het was voor Oosterhuis zelf waarschijnlijk erg leuk om dit boekje samen te stellen, maar voor de lezer helaas te hapsnap en veelal te verouderd. Een boekje dus, waarvan de omslag precies past bij de inhoud en daarom rustig op basis daarvan beoordeeld mag worden.

Reacties op: Soms heeft Mr. Tulliver geen gelijk...