De net na de tweede wereldoorlog in de Antwerpse rand geboren Stan Lauryssens koos in eerste instantie voor een journalistieke loopbaan. Eerst als stadsredacteur bij De nieuwe gazet/ Het laatste nieuws en later als freelance reporter. In die hoedanigheid reisde hij de wereld af om de grote kunstenaars en schrijvers een microfoon onder de neus te duwen. Ook publiceerde hij een aantal non-fictie werken over de wielersport en naziboegbeelden. Maar de auteur heeft ook een duistere kant: voor het weekblad Panorama verzon hij interviews met Hollywoodsterren en later verdiende hij zijn goedbelegde boterham met het oplichten van middenstanders, door hen onbestaande grond, namaakedelstenen en valse kunst te verkopen. Een aanhouding was slechts een kwestie van tijd, en na een paar weken voorhechtenis vluchtte Lauryssens naar Spanje waar hij Salvator Dali ontmoette. Het relaas van die ontmoeting en wat eruit voortvloeide schreef de auteur later neer in Dali en ik, een boek dat momenteel verfilmd wordt met Al Pacino in de hoofdrol en als alles vlot verloopt nog dit jaar (2009) in de bioscopen te zien zal zijn.
Na enkele non-fictie boeken verscheen in 2002 Zwarte sneeuw, zijn eerste spannende boek, dat meteen, met de Hercule Poirot-prijs, tot het beste Vlaamse misdaadverhaal van dat jaar uitgeroepen werd. Ondertussen figureerde de Antwerpse moordbrigade al in zeven van zijn boeken. Doder dan dood, uit 2005, is het vierde boek uit die reeks.
In de periode van Kerstmis en Nieuwjaar wordt de Antwerpse moordbrigade opgeschrikt door een groot aantal moorden – de ene al gruwelijke dan de andere. Het team met onder andere Sofie Simoens met de slangenleren cowboylaarsjes, Deridder en Desmet kunnen het amper bolwerken. Tot overmaat van ramp vermoedt de commissaris ook nog een overval op de Nationale Bank.
Doder dan Dood is als hutspot: een grove mengeling van ingrediënten, die eigenlijk niet echt te combineren zijn en waarin het ingrediënt dat je het liefst eet het minst vertegenwoordigd is. De auteur wisselt gedetailleerde beschrijvingen, schofferende uitspraken, markante weetjes, moppen van allerlei slag, massa’s bloed en lijken met elkaar af. En daar zit dan nog ergens een flinterdun plot door gemengd, dat amper de kans krijgt zich te ontwikkelen tot een spannend boek. De auteur laat het een van zijn personages al zeggen: “Mooie verhaaltjes, maar wat moet ik ermee?”.
Met Doder dan dood heeft de auteur een zeer vlot lezend verhaal bij elkaar geschreven dat geen moment verveelt. Maar daar is dan meteen ook al het positieve mee gezegd.
De te veelvuldige voorkomende, tot in de kleinste puntjes beschreven, locaties en gebeurtenissen, die wat doen denken aan Jos Pierreux, blijken maar een enkel doel te hebben en dat is bladzijden vullen.
De grappige noten in de vorm van conversaties en neergeschreven mopjes overstijgt op geen enkel moment het niveau van de puberhumor en de onderbroekenlol. En met de veelvuldige voorkomende schofferende uitspraken van zijn personages lijkt de auteur zich te willen profileren als de Herman Brusselmans van het spannende boek. Maar dat slaat dan absoluut niet op eventuele literaire kwaliteiten.
Het beetje plot waaruit Doder dan dood ontstaan is, is ongeloofwaardig en met grove halen uitgewerkt tot dit niemendalletje waarin veel doden vallen maar geen greintje spanning zit. Het boek kan dan ook alleen maar bestempeld worden als pure pulp.
De score: *

Reacties op: Pure pulp