Advertentie

Feit: een klassieker. Zo, dat is gezegd en daar kun je niet omheen. In 1895 schreef Herbert George Wells geschiedenis met deze korte roman. Niet alleen een debuut voor de vele, eveneens klassieke werken die nog van zijn hand zouden komen, maar een debuut binnen het genre an sich. De Tijdmachine (The Time Machine) is dankzij zijn format en gebruik van sociale satire uitgegroeid tot een van de grondleggers van het moderne sciencefiction.

Een aantal figuren van elitaire status – medici, journalisten, psychologen, uitvinders – heeft zich verzameld in het huis van de Tijdreiziger, die hen ervan probeert te overtuigen dat tijd een vierde dimensie is waar we, net zoals met ruimte, doorheen kunnen reizen. Mits we de juiste apparatuur hebben, en de Tijdreiziger heeft dit voor elkaar gekregen: hij heeft een tijdmachine gebouwd en hiermee stuurt hij voor hun ogen een tafeltje de toekomst in. Een week later sommeert hij dezelfde groep mensen weer bij elkaar en vertelt hoe hij ditmaal zélf heen en weer heeft gereisd. Met behulp van zijn tijdmachine is hij terechtgekomen in het jaar 802,701, waar hij acht dagen heeft doorgebracht. Londen is veranderd in een ruïne slash bloementuin die bovengronds wordt bewoond door de paradijselijke, lieve, schattige maar tegelijkertijd luie en afgestompte Eloi, en ondergronds – waar het in plaats van paradijselijk eerder hels en mechanisch aandoet – door de dierachtige, blinde en wrede Morlocks. Stukje bij beetje komt de Tijdreiziger tot de ontdekking wat er in al die duizenden jaren gebeurd moet zijn wat tot deze bizarre leefwereld heeft gezorgd. Een utopia ‘gone wrong’ en natuurlijk komt de Tijdreiziger er ook niet makkelijk en zonder kleerscheuren vanaf.

Geplaatst in de fictie anno nu is het verhaal misschien wat taai om doorheen te komen. Tijdmachines? Raadselachtige nieuwe werelden? Beschrijvingen van gevechten tegen onmenselijk aandoende monsters? Meh. Seen it, done it, zou je nu denken. Maar in 1895 was dit wel degelijk taboe- en baanbrekend. Wells neemt de op dat moment nog betwijfelde Darwintheorie ter hand, combineert dat met de sociale situatie die hij op dat moment (Victoriaanse tijd in Londen) om zich heen ziet en concludeert daaruit een nachtmerrieachtige toekomst. De mensheid heeft zich geëvolueerd in verschillende ‘soorten’ ten gevolge van de verschillen tussen aristocratie en de lagere klassen. Je kunt makkelijk beargumenteren dat De Tijdmachine helemaal niet gaat over de strijd tussen de Eloi en de Morlocks ver weg in de toekomst, maar over de problemen die op dat moment speelden in Wells eigen tijd. Het is een perfect voorbeeld van hoe sciencefiction veel vaker niet gaat over technologie of vreemde werelden, maar juist een satirische blik werpt op onszelf. Het is een techniek die door veel schrijvers in veel genres wordt gebruikt; Shakespeare plaatste Hamlet in de middeleeuwen in Denemarken, maar iedereen herkende de parallellen met huidig Engeland, om maar een van de vele voorbeelden te geven. Het is een manier van reflecteren op je eigen situatie en sciencefiction, bij uitstek, is daar een fantastisch decor voor.

Maar tegelijkertijd doet Wells ook iets heel anders. Hij zoomt namelijk ook zover uit dat de mensheid juist klein en onbeduidend wordt. Na zijn avontuur in 802,701 reist de Tijdreiziger namelijk nog 30 miljoen jaar verder, totdat hij de zon ziet uitdoven. De mensheid is dan allang uitgestorven en we zien onszelf als een millimetertje op de liniaal der tijd. Heel klein, haast onbelangrijk in de grootheid van alles. Deep time, om het concept mooi te formuleren. Dat is iets wat ons nu nog altijd oncomfortabel maakt: het idee dat wij ‘terminaal’ zijn, eindig, op een bepaald punt kunnen uitsterven terwijl de wereld om ons heen doordraait.

De Tijdmachine heeft als inspiratie gediend voor een groot aantal spin-offs en vervolgverhalen, waarvan er eentje (Stephen Baxter’s The Time Ships) door de Wells-familie is gemachtigd als officiële sequel. De roman is ook een aantal keer verfilmd, maar, nog belangrijker, het idee van een machine om mee door de tijd te reizen, utopia’s die onbekend en tegelijkertijd begrijpelijk zijn, en het avontuur dat je kunt beleven in een tijd die niet de jouwe is, zijn concepten die de afgelopen eeuw gretig zijn overgenomen door anderen. En nu zijn ze niet meer weg te denken uit het sciencefiction-landschap.

Reacties op: Geschiedenis schrijven met de toekomst