Advertentie
    Jacqueline Coppens Hebban Recensent

Karine Giébel is geboren in 1971 in le Var, Frankrijk, waar ze nog steeds woont. Voor haar eerste boeken won ze verschillende thrillerprijzen.
Een bedompt hok in een kille kelder, gevangen achter tralies, zonder bed, zonder daglicht en alleen de koude vochtige grond om op te slapen. Zijn bewaakster een bloedmooie maar wraaklustige vrouw..
Inspecteur Benoît Lorand wordt op een dag wakker op de vloer van een koude kelder. In het duister ontwaart hij een vrouw achter een getraliede deur. Zijn herinneringen komen langzaam terug: hij had haar geholpen met autopech, naar huis gebracht, gekust. Daarna tast hij in het duister. Wie is zij? Wat wil ze van hem en waarom heeft ze hem opgesloten? De vrouw vertelt dat ze hem een bekentenis wil afdwingen voor de verkrachting en moord op haar zuster, enkele jaren geleden. Langzaam dringt de verschrikkelijke waarheid tot hem door, hoe kan hij deze psychopathische vrouw ervan overtuigen dat hij onschuldig is? Hij denkt aan zijn vrouw en zijn zoon, zal hij ze ooit nog terugzien? Aanvankelijk vecht hij nog tegen de hoge inzet van haar macabere spel en draagt haar sardonische martelmethoden als een man. Tot het bittere einde blijft hij zijn onschuld volhouden totdat hij, de uitputting nabij, zijn sterfengel ziet zweven.
De duisternis valt wordt geïntroduceerd als een Thriller Noir. Wat is er zwart behalve de duisternis waarin de hoofdpersoon zich bevindt? Alles!
Giébel laat zien dat in de krochten van een zieke geest, de duivel op de loer ligt om toe te slaan. Van begin tot het einde is er voor Lorand nauwelijks een streepje licht te bespeuren en het kleine beetje hoop, waarmee ze lezer even met de ogen laat knipperen, wordt uiteindelijk wreed afgenomen.
Is het boek dan wel leuk om te lezen? Ja en nee.
Ja, omdat het verhaal knap geconstrueerd is en superspannend geschreven. Als lezer word je meegesleurd in de hoofden van de personages. Gaandeweg ontvouwt zich een krachtmeting tussen haar niet aflatende wraakzucht en de oersterke geest van Lorand die, ondanks de helse pijnen, standvastig blijft ontkennen. De lezer ontkomt niet aan een diepe verachting voor de vrouw en een intens medelijden met de inspecteur.
Ook door het afwisselen van het perspectief met de “bovenwereld”, die driftig naar de verdwenen Lorand op zoek is, wekt Giébel de indruk dat hij misschien nog gered kan worden. Het recht moet zegevieren, de drang om door te lezen is niet te stuiten!
Nee, omdat na elke omgeslagen bladzijde er nieuwe martelpraktijken staan te wachten, het houdt niet op. Soms duurt dit veel te lang waardoor je geen adempauze krijgt om het allemaal te verwerken. De enige rustmomenten die Giébel de lezer gunt, zijn de minieme lichtpuntjes als de vrouw begint te twijfelen aan zijn schuld en de bovenwereld zijn vermoedelijke verblijfplaats op het spoor is.
De duisternis valt is een zwartgallige thriller waarin de onderwereld regeert, waarin overlevingdrang en hoop op leven de grote verliezers zijn.
Zwart is het gat waarin het slachtoffer gezogen wordt, zwart is het blikveld door de totale vernietiging van menselijke waardigheid.
Voor wie een sterke maag heeft en op het puntje van de stoel wil blijven zitten, een absolute aanrader. Voor wie genoeg heeft van gruwelijke keldergijzelingen, omdat deze helaas aan de orde van de dag zijn, niet.

Reacties op: Eindeloze martelingen in zwartgallig boek