Raymond Rombout Hebban Recensent

Als journalist is John Roswell Camp gepokt en gemazeld, en heeft hij op de koop toe een Pulitzer in de trofeeënkast. Als schrijver John Sandford legde hij zojuist roman nummer dertig op de stapel. Bij de meest gelezen Amerikaanse auteurs, heet zoiets dan op de cover, maar zo zijn er nog wel een paar honderd. Sandford lijkt dus iemand bij wie je niet gauw tegen de haren in zult strijken, maar in het geval van Vuile handen moet het toch maar.

Vuile handen begint nochtans veelbelovend. Vier boeven overvallen '’s ochtends vroeg de apotheek van een ziekenhuis in Minnesota. Niet het geld, maar de medicijnen vormen hun doelwit. Eén boef lijkt goed te weten wat ze willen. Een apotheker poogt de hulpdiensten te verwittigen, wordt betrapt en per ongeluk doodgeschopt. De vier overvallers hebben nu plots doodslag aan hun broek. Tot overmaat van ramp wordt een van hen gezien door Weather Karkinnen, die als chirurg betrokken is bij het operatieteam dat die dag een Siamese tweeling van elkaar moet scheiden. Daar heeft Sandford een goede kijk op: het medische verslag van deze operatie houdt je op het puntje van je stoel, want op de eerste hand zo'’n operatie meemaken is niet iedereen gegeven.
En dan gaat het mis. Zowel voor de tweeling die bloedverlies vertoont, zodat het chirurgenteam noodgedwongen moet stoppen, als voor het verhaal waar de realiteit weerkeert. De realiteit van vier boeven en twee handlangers, die elkaar voor geen meter vertrouwen en elkaar dan maar naar het leven staan. De realiteit dat Weather, echtgenote van Lucas Davenport, de vaste privé-detective bij Sandford, onverstoord haar operatie prioriteit geeft. Zij moet bescherming krijgen, zodat er constant vier tot zes politieagenten rond haar circuleren.

Een beetje auteur die deze twee raakvlakken in de juiste dosissen combineert, heeft niet veel werk meer. Bij Sandford ontaardt dit echter vlug in hol geblaat en veel gedraaf waarbij iedereen achter iedereen aan zit en bekommerd is om tal van details, zoals wapens, DNA, kruitsporen en verborgen drugs. Spannend wordt het nergens meer. Je ruikt zo dat de misdadigers, die ofwel te stom zijn om te helpen donderen, ofwel zowat elke bladzijde een lijntje cocaïne snuiven, in hun eigen ongeluk zullen lopen. Het recht zal zegevieren, niet omdat haar dienaars tweehonderd bladzijden van hot naar her lopen, maar eerder omdat aan het eind de personages op geraken.

Mijn indruk? Sandford houdt rekening met vele details, maar verliest de ménsen uit het oog. Davenport en zijn mannen banjeren autoritair door het verhaal, maar nergens staat hun rechtsgeldige identiteit buiten kijf. Wellicht wordt een en ander in de vorige 29 verhalen verteld, maar in dit boek zijn er verdorie veel politiesoorten betrokken. Alleen de operatie van de tweeling krijgt de nodige achtergrond, een research die Sandford ongetwijfeld goed heeft voorbereid. Bij de afwikkeling krijgt de lezer geen enkele onverwachte plotwending voor de kiezen. Alles loopt té rechtlijnig. Het enige wat je je aan het einde afvraagt is waarom alle politiemensen uit dit verhaal cowboylaarzen lijken te dragen, terwijl het buiten aldoor sneeuwt.

Reacties op: Hol geblaat en veel gedraaf