Verhalenwevers #7 Vuurvliegjes

op 10 september 2017 door

Anthonie Holslag is geboren in Amsterdam, maar verhuisde op jonge leeftijd naar de Verenigde Staten. Zijn tienerjaren heeft hij daar ook doorgebracht. Het betekende zijn kennismaking met de Anglo-Saksische literatuur. Hij is cum laude afgestudeerd in culturele antropologie en is werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam.
In 2009 verscheen zijn non-fictieboek In het gesteente van Ararat over de langdurige gevolgen van collectief geweld.
In 2012 kwam zijn goed ontvangen eerste verhalenbundel Zwarte muren uit. In 2013 verscheen bij uitgeverij Zilverspoor zijn novelle De kerstboom, die hij zelf omschrijft als een psychedelisch, spannend maar tevens literair kerstverhaal met fantastische elementen. In 2014 en 2016 zagen de verhalenbundels Een bloedovergoten dageraad en In het kille ochtendlicht het levenslicht. Alle royalty's daarvan gaan naar WarTrauma. Tevens verscheen in 2016 de novelle LOOP bij uitgeverij Quasis, waar ook in 2017 zijn eerste roman verscheen met als titel Toevluchtsoord.
Anthonie is een veelzijdige auteur: bij uitgeverij Blop verscheen zijn eerste kinderboek Ronny en het grote spinnenweb in samenwerking met Gidion van de Swaluw. Ook zijn er enkele dichtbundels van zijn hand verschenen.
Voor Verhalenwevers schreef Anthonie een aflevering waar zijn kennis van geweld tegen groeperingen duidelijk in doorklinkt. Lees en huiver.

Vuurvliegjes

Soma liep het kamp uit. Soms kon hij beter denken in de duisternis. Weg van het gehamer van hout op hout. Weg van de donkere stem van Loke. Weg van alles. Er was een andere manier. Dat wist hij. Dat wist Loke. Dat had Aska ook geweten, en dat was ook de druk die Loke impliciet op Soma’s  schouders legde. Er was een andere manier om de golems te maken en daar was geen gereedschap of hout voor nodig. Het was een verschrikkelijke manier. Een manier die ze vooralsnog geheim hadden weten te houden, maar Loke bleef op hem inpraten en had hem als de Verlosser aan de andere strijders aangekondigd.

Terwijl hij de roodhemden achter zich liet, besefte hij nog meer dan anders dat hij eigenlijk niet in het kamp hoorde, zelfs al was hun strijd net zo goed de zijne. In het kamp voelde hij zich een speelbal in de handen van Loke, waardoor hij niet meer helder kon nadenken. Hij liep een aantal kilometer door de duisternis naar de vestingsstad en legde zijn hand op het hout. Niemand zag hem. Het was nieuwe maan. Achter de vestingmuren leefden de withemden. Daar waren gezinnen, vrouwen, kinderen die hen hadden buitengesloten of zichzelf hadden ingesloten. Hij wist niet wat erger was. Even vroeg hij zich af waar deze oorlog over ging. Een strijd omdat zij hier als vluchtelingen waren gekomen of om iets anders? Oh, hij kende de verhalen. Hoe de withemden de roodhemden onderdrukten. Omdat ze in andere zaken geloofden. Omdat ze als tweederangsburgers werden gezien. Hij wist wat Loke zou zeggen: 'Ze kennen geen eer.' Maar was dat de ware reden? Ja, de withemden onderdrukten zijn volk. Vernietigden hun geloof. Interpreteerden hun handelingen als zwarte magie. Maar hadden de roodhemden ook niet meegedaan aan deze krankzinnige dans door hun eigen invallen te doen, door vrouwen en kinderen – burgers! – te doden? Ja, beide groepen waren anders omgegaan met hout toen staal en ijzer hen was ontnomen. Terwijl de withemden meer fabrieken bouwden, had zijn volk een meer spirituele kant gekozen. Ze hadden respect voor de natuur en zetten die zo naar hun hand. Maar buiten dat? Waarin verschilden ze werkelijk van elkaar? Zij konden houten vogels doen vliegen. De withemden hadden het belang van ijzerhout ingezien. De hardheid. Hoe het soms als ijzer kon fungeren.

IJzerhout. Daar was de strijd voor hem mee begonnen. Het gebrek aan ijzerhout. Het was het ijzerhout waar ze in de werkplaats aan werkten voordat de brand alles vernietigd had. Het was hun laatste voorraad geweest. Aska had een rol gespeeld. Een doorslaggevende. Maar de schuld van de vlammen zelf lag bij het ijzerhout, dat een hogere temperatuur veroorzaakte die alles verschroeide. Hardhout brandde immers onder hogere temperaturen. Dat maakte het een perfect wapen. En als ze de zaden konden gebruiken, hadden ze dat wapen in handen.

Hij liep verder om de vesting met zijn hand nog steeds op de muur. Het werkte verkoelend. Hij wist dat hij nu ver van zijn eigen kamp was verwijderd. Zo ver, dat Loke hem niet in de gaten kon houden. Hij was belangrijk voor Loke, dat wist hij. En hij wist ook wat Loke eigenlijk wilde. Wat zijn wens was. Hij was op de hoogte van de gave die zijn moeder hem gegeven had. Ja, ze werkten aan golems. En ja, het zou nooit genoeg zijn. In een ander deel van de werkplaats werkten ze aan ijzerhout. Ze wilden het zelf kweken. Ze wilden verlost zijn van de enkele zaden die ze door diefstal bij elkaar hadden gescharreld. Ze wilden de zaden hebben, gebruiken en dan doen wat Loke met alle withemden wilde doen: doden. Iedereen doden.Totdat er niemand meer over was.

Kon hij het Loke kwalijk nemen? Niet echt. Hij kon het geen van de strijders kwalijk nemen die in deze oneindige oorlog moeders en vaders hadden verloren of die slaven waren geweest. De vrouwen van sommige roodhemden zaten gevangen achter de muur waar zijn hand op lag. Ze werden in harems door de withemden onophoudelijk misbruikt. Zo werd verteld tenminste. Er waren ook verhalen van roodhemdkinderen die op palen werden gespietst totdat de punten uit hun nek naar buiten staken, waarna ze op verschillende plaatsen in de stad werden getoond als een waarschuwing voor iedere withemd die een roodhemd hielp.

De omheining nam een bocht. Hij volgde die.

Loke die na een inval een vrouw – nee, hij moest eerlijk zijn, een meisje nog -  mee naar zijn tent sleurde en haar door alle mannen liet gebruiken, totdat ze schreeuwde, nog harder schreeuwde en vervolgens fluisterde, om na drie lange dagen en nachten bloedend te sterven.

Er was haat. Er was wraak. En de leugens en daden om deze in stand te houden. Maar de motieven, de ware motieven, kende hij niet, zo bedacht hij opnieuw. Misschien was dat wel wat de ruimtewezens hen echt ontnomen hadden. Niet het staal of het ijzer. Maar net dat wat hen door de eeuwen heen als mensen had samengebracht. Interdependentie. Afhankelijkheid. Juist op het moment waarop die in de menselijke geschiedenis het breekbaarst was. Zelf had Soma nog nooit een laptop of een smartphone gezien. Hij begreep dat mensen ermee hadden kunnen communiceren en dat ze daarmee hadden beseft hoe klein en kwetsbaar hun wereld feitelijk was. 

Al die kennis bestond niet meer. Zijn wereld was vernauwd tot withemden en roodhemden. Hij wist niet eens of er andere mensensoorten waren. Plotseling bleef hij stilstaan. Vlak voor de poort van de vestiging, op niet meer dan vijftig meter afstand, zag hij een groep withemden in jagerstenue. Jagers die op dieren jaagden, maar ook op roodhemden die ze dan als slaven meebrachten. Met deze gedachten schoof hij zijn twijfels terzijde en liet de woede toe die hij al elf jaar voelde. De withemden deden uit angst voor invallen de poort ’s nachts altijd dicht. Deze jagers hadden zichzelf waarschijnlijk per ongeluk buitengesloten.

Hij moest plotseling weer aan zijn dilemma denken en aan de woorden van Loke. Ook dacht hij aan Aska en wat ze gezegd had. Misschien was er een derde manier, bedacht hij. Het was geen oplossing, maar wel een manier om het leger van de withemden te decimeren. Hij kon het niet met Loke overleggen. Hij moest het nu doen. 

In gedachten zag hij Aska weer voor zich. Ze stonden bij het meer, vijfhonderd meter van de werkplaats vandaan. 'Kus me,' had ze gezegd. En hoewel hij niet meer van haar hield, wist hij dat dit haar offer aan hem was. 'Doe niet zo gek, Aska. Je weet wat er dan gebeurt.' Ze had geknikt. 'Kus me.' Hij deed het. Terwijl hij het deed, voelde hij een zaad via zijn keel bij haar naar binnen glijden. Hij zag de uitwerking onmiddellijk. Ze keek hem verschrikt aan. De blik in haar groene ogen zou hij nooit vergeten. Toen begon het. Het hout nam haar zenuwstelstel over. Hij zag de klieren in haar nek verharden. Vervolgens haar bloedbanen, waar takken uit staken. Vervolgens haar spieren, haar huid. Ze ontwikkelde in luttele minuten een exoskelet van hout. En daarop kwamen lagen, lagen en nog meer lagen.
Binnen drie minuten was ze een golem, was ze, krankzinnig. Ze rende regelrecht – misschien omdat ze het daar kende, misschien omdat ze wilde vluchten en haar instinct haar vertelde dat ze in het meer verdrinken zou – de werkplaats in. Hij volgde haar. Wilde haar redden. Wilde de zaden redden. Maar hij zag hoe ze vrienden, die ze beiden al hun hele leven kenden, met haar blote handen verscheurde en als levenloze poppen in de hoeken smeet.

Hij had een monster gemaakt.

Hij kon ook monsters van hen maken. En met deze gedachte opende hij zijn mond en liet het wapen los dat Loke zo graag wilde hebben. Hij blies zaadjes, gewone houtzaadjes, de lucht in. Als vuurvliegjes dwarrelden ze naar het tentenkamp. Soma keek ze ademloos na. Ze zouden de neuzen en kelen van de jagers ingaan. Dat wist hij. De mannen zouden krankzinnig worden. Dan zouden ze naar de poort rennen, omdat die bekend voor hen was. Er zou een bloedbad volgen, waarin slimme slaven binnen de vesting zichzelf konden bevrijden. Dan zou hij ze naar het kamp van de rebellen kunnen leiden. Zo zou het gaan. Het begin van hun strijd.

Hij vernauwde zijn ogen; de zaden waren al zo klein dat hij ze amper kon zien. Voor zijn geestesoog zag hij nog één keer Aska die na de kus en voor de metamorfose haar laatste woorden zei: 'Ik vertrouw je, Soma. Ik heb je altijd vertrouwd.'

Hieronder vind je de vorige afleveringen van Verhalenwevers. Natuurlijk hopen we nog heel veel huiveringwekkende, betoverende of ontroerende afleveringen voor jullie te verzorgen. Welke auteur moet volgens jou echt een aflevering voor Verhalenwevers schrijven? Laat het ons weten en misschien zie je hem hier binnenkort terug. 

Verhalenwevers #1 Houten hart Roderick Leeuwenhart

Verhalenwevers #2 Brandende vraag Liselotte Schoevaart

Verhalenwevers 3# Ontvlammende woede Kim Ten Tusscher

Verhalenwevers #4 Soma, geen jongen maar ook geen man Nienke Pool

Verhalenwevers #5 De zaden van Ulm Frank Norbert Rieter

Verhalenwevers #6 Soma's tweestrijd J. Sharpe



Reacties op: Verhalenwevers #7 Vuurvliegjes

Meer informatie

Gerelateerd

Over

Anthonie Holslag

Anthonie Holslag

Anthonie Holslag is geboren in Amsterdam, maar verhuisde op een zeer jonge leeftijd naar de Verenigde Staten waar hij zijn tienerjaren heeft gewoond en in aanraking kwam met Anglo-Saksische literatuur...