Lezersrecensie
Letterlijk en figuurlijk underground
Stel het is het jaar 2345 en je woont in een grote ondergrondse, siloachtige biosfeer en je mag nooit, maar dan ook nooit naar buiten. Hoe houden mensen dat vol? Houden ze het wel vol? En maakt het iets uit of ze in zo’n situatie geboren zijn of worden ze evengoed langzaam gek? Dat zijn de vragen die centraal staat in Silo, het eerste deel uit de spraakmakende Silotrilogie van auteur Hugh Howey. Het boek is zijn debuut en hij gaf het ooit in eigen beheer uit. Daarmee is dit boek dus in twee opzichten een ‘underground’ verhaal. Uiteindelijk werd het een internationaal succes en waarschijnlijk de meest indringende sciencefiction thriller over een verticale biosfeer tot nu toe. Al zal het voor mensen met ernstige claustrofobie pure horror zijn.
Een verticale wereld
Hugh Howey is als schrijver nogal gefascineerd door verticaal georiënteerde samenlevingen. Behalve de Silotrilogie getuigt ook zijn in 2016 uitgekomen boek Zand daarvan. En inderdaad, een verticale maatschappij is ook interessant, omdat het in principe de sociale ladder letterlijk uitbeeld. Rijk boven en arm onder. Of, de macht boven en het werkvolk onder.
Van die laatste verdeling is de Silo in principe een goed voorbeeld. Bovenin de Silo wonen de burgemeester en de sheriff die het dagelijkse beleid en de ordehandhaving over de hele silo regelen, terwijl de afdelingen die voor het mechanisch onderhoud verantwoordelijk zijn helemaal beneden wonen. Tienduizenden anderen wonen daar tussenin op een van de meer dan honderd verdiepingen.
In het begin van het boek neemt Howey volop de tijd om deze wereld van de Silo te introduceren. De burgemeester, een vrouw op leeftijd, is namelijk op zoek naar een nieuwe sheriff en heeft iemand uit mechanica aanbevolen gekregen: de nog vrij jonge vrouw Juliette. Dat is een bijzonder ongebruikelijk advies. Daarom besluit ze de langdurige reis naar beneden te maken, niet alleen om Juliette te ontmoeten, maar ook om de hele silo nog eens te zien.
En een reis is het, want de Silo heeft geen liften en alle vervoer loopt via de centrale trap. En zo krijgen we door de ogen van de burgemeester deze hele samenleving te zien voordat het verhaal echt goed op gang komt. Dat maakt de start wat traag, maar het is de moeite waard. Je krijgt zo een bijzonder uitgebreid en levendig beeld van een nogal aparte manier van leven en dat is prettig aangezien je er nog drie boeken mee door moet.
Dystopisch schoonmaken
Dat de Silo bestaat vanwege postapocalyptische redenen is duidelijk. Op de bovenste verdieping, die nog wel boven de grond ligt, kan men vanuit de kantine de buitenwereld zien. Dat biedt niks dan een desolate, treurige en vergane wereld. Dat het ook een dystopische wereld is, blijkt echter pas wanneer iemand openlijk laat weten dat hij of zij er genoeg van heeft en naar buiten wil. Om mensen duidelijk te maken dat er in feite geen ‘buiten’ meer is, is het namelijk ten strengste verboden om zoiets hardop te zeggen.
De straf die daar op staat is de doodstraf. Eentje die op ongebruikelijke wijze wordt uitgevoerd: mensen worden namelijk inderdaad naar buiten gestuurd, maar dan om de ramen van de kantine te gaan schoonmaken. Een werkje dat niemand ooit heeft overleefd ondanks een beschermend pak. Een mysterie is het wel, want bijna iedereen die eenmaal buiten is gedraagt zich heel rustig en uiteindelijk zetten ze allemaal hun helm af, met fatale gevolgen. Waarom is dat zo? Niemand die het weet.
Er zit meer achter
Juliette wordt inderdaad de nieuwe sheriff, al is lang niet iedereen het daarmee eens. Tegenwerking is al meteen haar deel, zelfs al moet ze meteen een moord oplossen. Al doende komt ze er bovendien achter dat haar voorganger, die uiteindelijk naar buiten wilde, een duister geheim op het spoor was dat de hele Silo aangaat. Hoe meer ze zelf onderzoek doet naar deze zaak, hoe meer tegenwerking ze krijgt, met name van de IT-afdeling. Behalve dan van de veelbelovende, jonge IT-er Lukas Kyle, die juist zijn hart verliest aan de stoere Juliette. Helaas echter heeft het lot heftige zaken met de twee voor en raken ze verzeild in een maalstroom van machtsmisbruik en sabotage. Maar Juliette is een diehard en erg intelligent. Daarmee is het spel nog niet gespeeld en komen er steeds weer verrassende waarheden boven water over wat er nu werkelijk aan de hand is in de wereld van de Silo.
Ondertussen wordt het in de rest van de Silo wel steeds onrustiger. Vooral onder de andere werknemers van mechanica, die nog veel loyaliteit voelen naar Juliette toe, begint de onvrede over de gang van zaken te groeien. Hoelang zullen ze zich nog neerleggen bij de strenge wetten in de Silo?
Thriller én overlevingsverhaal
Silo is behalve dystopische sci-fi duidelijk ook een thriller. Er worden mensen vermoord, er zijn duistere geheimen om te ontrafelen en er worden mensen onterecht veroordeeld. Ook zitten belangrijke machtspersonen achter de schermen die alles sturen en worden er akelige complotten gesmeed. En dat in zo’n claustrofobische situatie. Dat maakt het boek haast onvermijdelijk ijzingwekkend spannend.
Helaas was dat niet afdoende voor Howey. Afgezien van al het andere moest Silo ook iets van een rampenverhaal worden, waarbij Juliette lange tijd tot het uiterste moet gaan om überhaupt in leven te blijven. Uiteindelijk is dat het belangrijkste (maar gelukkig ook enige) minpuntje aan dit boek geworden: het is wat veel allemaal. De schrijver wil een boel en rekt de gebeurtenissen net wat verder uit dan wenselijk is, waardoor het soms trager is noodzakelijk was geweest. Daardoor is het ondanks de spanning niet een boek dat iedereen in één ruk uit zal lezen.
Topboek
Dat neemt niet weg dat dit een bijzonder origineel topboek is. Het eerste deel in één van de meest opvallende trilogieën van de jaren ‘10. Een aanrader voor iedereen die ook maar een klein snufje interesse heeft voor dystopische en postapocalyptische verhalen. Sciencefiction waar veel thrillerliefhebbers hun draai ook in zullen vinden.
Ademhalen tijdens het lezen is overigens toegestaan.