Lezersrecensie

Zwijgzaam is de goudvis in ‘Zwijgen is goudvis’ niet


Barbara Gerritsen Barbara Gerritsen
14 mrt 2017

(De recensie stond eerder op CLEEFT.nl in juli 2016)

Annabel Pitcher schreef haar debuutroman ‘Mijn zus woont op de schoorsteenmantel’ vanuit kinderperspectief. In haar tweede roman ‘Onder de ketchupwolken’ gebruikte ze een briefvorm. Nu kiest ze weer een interessant kader: haar nieuwe personage Tess zwijgt na een schokkende ontdekking en communiceert alleen nog met een goudvissleutelhanger. Dit kader is leuk gekozen, maar zorgt er soms wel voor dat Tess minder geloofwaardig wordt.

Wat doe je als je erachter komt dat je bent verwekt door een spermadonor en je identiteit opeens onduidelijk is? Vijftienjarig buitenbeentje Tess is woest en besluit te zwijgen, want zwijgen is goud(vis). Er is alleen nog een goudvissleutelhanger met wie ze in gedachten in gesprek gaat. Omdat ze haar ontdekking met niemand bespreekt, gaat haar fantasie met haar op de loop. Ze is ervan overtuigd dat haar wiskundeleraar haar echte vader is en stalkt hem totdat de werkelijkheid heel anders blijkt te zijn dan ze dacht.

GOUD(VIS)
Door Tess te laten communiceren met haar sleutelhanger ‘meneer Goudvis’ geeft Pitcher de roman een luchtige toon. Het levert grappige dialogen op, door het cynische commentaar dat de goudvis levert. Bijvoorbeeld wanneer ze de portemonnee van haar wiskundeleraar wil stelen, om erachter te komen waar hij woont. ‘Laten we het Operatie Tess Is Helemaal Gek Geworden noemen, oké?’ ‘Je steunt me niet erg.’ ‘Ik steun je niet erg,’ herhaalt meneer Goudvis als we bij school komen.’ Pitcher maakt af en toe wel heel veel grappen, waarbij de gevoelens van Tess zo nu en dan belachelijk worden gemaakt. Hierdoor levert de geloofwaardigheid van tiener Tess wat in.

SURREALISTISCH
Was meneer Goudvis geen sleutelhanger, dan had ‘hij’ ook gewoon een extra karakter in het verhaal kunnen zijn: ‘Ik denk aan Jack, die in de studeerkamer aan zijn scenario werkt, aan de wand die wacht op ingelijste recensies die maar niet lijken te komen, en ik voel me ook een beetje verdrietig. ‘En ik dan?’ mompelt meneer Goudvis. ‘Ik ben na dit alles erg depri. Jezus, wat een domper…’’ Al te storend is de blatende goudvis gelukkig niet. Hij maakt het verhaal een beetje surrealistisch en dat verrast bij dit wat zware thema.

Reacties

Meer recensies van Barbara Gerritsen

Boeken van dezelfde auteur