Lezersrecensie
Lekker leesbare biografie van beminnelijke clown - met een flinke rafelrand
In deze sappige en makkelijk leesbare autobiografie vertelt Ozzy Osbourne over zijn leven. Ozzy was van zeer eenvoudige komaf (een arbeiderswijk in Aston, bij Birmingham), stopte op zijn vijftiende al met school en deed de meest afschuwelijke baantjes voor hij met enig toeval als zanger in een bandje terechtkwam. De vroege jaren van deze band, die zich uiteindelijk Black Sabbath ging noemen, deden mij heel erg denken aan het verhaal van de band Utopia Avenue (lees dit boek van David Mitchell !): de optredens in vaak lege zaaltjes en kroegen, het krakkemikkige busje waarmee ze het land door crossen, intussen elke ‘gig’ aannemend die ze kunnen krijgen. En natuurlijk het geldgebrek en de druk om te stoppen en gewoon een fabrieksbaantje aan te nemen, net als iedereen…
Maar als ze eenmaal succes krijgen, verandert natuurlijk alles. Ozzy, die opgroeide in een schamel arbeidershuisje zonder toilet, kan opeens alles krijgen. En ja: hij en zijn band trappen in alle vallen van het vak: ze verliezen zichzelf in drank en drugs en laten zich op groteske wijze beduvelen door hun malafide manager.
Hier komen we in een periode van Ozzy’s leven waar ik meer moeite mee had: want ja: hij vertelt met onverholen trots over de enorme hoeveelheid drank en drugs die hij gebruikte in een groot deel van zijn carrière. Blijkbaar is hij -na al die jaren- nog steeds niet doordrongen van het besef hoe sneu dat eigenlijk is. De lange rij uitzinnige en soms heel geestige voorvallen (dat hij de kop van een levende vleermuis bijt, dat hij een rijtje mieren opsnuift, dat ze in paniek enorme hoeveelheden coke van de tegelvloer snuiven om het bewijsmateriaal te vernietigen, als de politie voor de deur staat – voor een routinecheck bleek later) zorgt voor verlichting, maar ik vond het moeilijk geen afkeer te krijgen van deze man; die ook nog eens -dat geeft hij toe- zijn eerste vrouw sloeg en een bepaald slechte vader was voor zijn kinderen. Pas heel veel later, zelfs nog na de beroemde realityshow ‘The Osbournes’ (waarin hij meestal als een zombie door zijn huis waggelde) slaagde hij er min of meer in het excessieve gebruik van middelen te stoppen.
Zo blijft een dubbel gevoel achter over Ozzy. Ja, hij is de grappige en o zo beminnelijke clown vol gekke invallen; een man die nooit zijn afkomst is ontgroeit en goudeerlijk vertelt over zijn bizarre levenswandel. Maar tegelijkertijd is hij ook lange tijd een verslaafde geweest: een patiënt, die zijn drugs- en drankgebruik volledig ook de hand liet lopen en daardoor verschrikkelijke dingen deed of liet gebeuren.