Lezersrecensie
De moeder van alle science fiction saga's
70 jaar oud en nog steeds monumentaal. “Psychohistoricus” Hari Seldon voorspelt niet alleen het nakende einde van het galactische Rijk, maar ook de verwachte gebeurtenissen in de chaotische tussenperiode die moeten leiden tot een tweede Rijk. De theorie achter de psychohistorie is simpel: als de aantallen maar groot genoeg zijn, worden de handelingen, keuzes, evoluties van gigantische mensenmassa’s, zoals de triljoenen bewoners van het Rijk, voorspelbaar.
Seldon doorziet dan ook dat het Rijk tot ondergang gedoemd is net wanneer het voor iedereen onaantastbaar lijkt. Hij sticht twee “Foundations”, een openbare en een geheime, die officieel de verzamelde kennis van het Rijk moeten beschermen en bewaren, maar in feite dankzij de inzichten van de psychohistorie de chaosperiode tot enkele honderden jaren moeten inkorten. Daarmee begint de trilogie, die een groot aantal generaties overspant.
Dat de psychohistorie alles kan voorspellen lijkt in deel 1 dodelijk voor de intrige, maar Asimov maakt van elke ontwikkeling een soort Hercule Poirot-moment en dat werkt. In deel 2 gebruikt hij met “The Mule”, een mutant die de macht grijpt, een kunstgreep om het onvoorspelbare te integreren en dat haalt alles een beetje onderuit – maar Asimov schrijft zo meeslepend en de situaties zijn zo boeiend dat dat eigenlijk niks uitmaakt. Straf ook hoe een boek dat eigenlijk vooral uit conversaties tussen allerlei mensen bestaat toch vol actie lijkt te zitten.