Lezersrecensie
Hoe de niet-autistische wereld in elkaar zit
Ik heb door dit boek weinig geleerd over mijn eigen autisme, maar wel heel veel over niet-autisten. Ik begrijp nu beter waarom mensen met en zonder autisme zo vaak langs elkaar heen praten. Dezelfde woorden voor innerlijke ervaringen blijken voor autistische en niet-autistische mensen iets anders te betekenen.
Delfos kijkt van buiten naar binnen. Ik leef autisme en lees dit boek dus van binnen naar buiten. Delfos is zeer scherp in het waarnemen van gedrag, en op dat vlak geeft het boek veel herkenning. Tegelijkertijd wordt dit gedrag vrijwel steeds negatief gelabeld, met termen als ‘tekort’, ‘afwijking’ en ‘minder ontwikkeld’.
Waar het misgaat, is in de interpretatie van dat gedrag. Wat er aan de buitenkant hetzelfde uitziet, kan aan de binnenkant iets totaal anders betekenen. Een niet-autistisch kind dat zich terugtrekt, wordt in dit boek al snel als angstig gezien. Voor mij is terugtrekken geen angstreactie, maar een noodzakelijke vorm van regulatie. De wereld is vaak te veel: te druk, te hard, te licht, te onvoorspelbaar. Ik ben niet bang voor de wereld; ik moet herstellen van die wereld.
Zo kan ik tientallen voorbeelden geven waarin autistisch gedrag door Delfos vanuit een niet-autistisch kader wordt geïnterpreteerd, waardoor zij er structureel naast zit. Dat heeft als gevolg dat de handreikingen die zij biedt, gebaseerd zijn op verkeerde aannames en daardoor niet werken zoals bedoeld.
Delfos erkent terecht dat mensen met autisme keihard werken en voortdurend hun best doen, en dat dit schadelijk kan zijn. Die erkenning waardeer ik zeer. Tegelijkertijd biedt zij vervolgens hulpvormen aan die juist nog meer aanpassen, op de tenen lopen en zelfcontrole vragen — met opnieuw schadelijke gevolgen.
Delfos kijkt van buiten naar binnen. Ik leef autisme en lees dit boek dus van binnen naar buiten. Delfos is zeer scherp in het waarnemen van gedrag, en op dat vlak geeft het boek veel herkenning. Tegelijkertijd wordt dit gedrag vrijwel steeds negatief gelabeld, met termen als ‘tekort’, ‘afwijking’ en ‘minder ontwikkeld’.
Waar het misgaat, is in de interpretatie van dat gedrag. Wat er aan de buitenkant hetzelfde uitziet, kan aan de binnenkant iets totaal anders betekenen. Een niet-autistisch kind dat zich terugtrekt, wordt in dit boek al snel als angstig gezien. Voor mij is terugtrekken geen angstreactie, maar een noodzakelijke vorm van regulatie. De wereld is vaak te veel: te druk, te hard, te licht, te onvoorspelbaar. Ik ben niet bang voor de wereld; ik moet herstellen van die wereld.
Zo kan ik tientallen voorbeelden geven waarin autistisch gedrag door Delfos vanuit een niet-autistisch kader wordt geïnterpreteerd, waardoor zij er structureel naast zit. Dat heeft als gevolg dat de handreikingen die zij biedt, gebaseerd zijn op verkeerde aannames en daardoor niet werken zoals bedoeld.
Delfos erkent terecht dat mensen met autisme keihard werken en voortdurend hun best doen, en dat dit schadelijk kan zijn. Die erkenning waardeer ik zeer. Tegelijkertijd biedt zij vervolgens hulpvormen aan die juist nog meer aanpassen, op de tenen lopen en zelfcontrole vragen — met opnieuw schadelijke gevolgen.
1
Reageer op deze recensie
