Lezersrecensie

Normaal binnen gesloten muren


Gea Kuipers Gea Kuipers
21 mrt 2020

Na drie boeken over de Amish richt schrijver Elizabeth Byler Younts zich met de roman ‘De verborgen kinderen’ op de Amerikaanse psychiatrie in het begin van de vorige eeuw.

Nell krijgt op een dag een envelop met fotorolletje en een begeleidende brief toegestuurd. Vanaf dat moment wordt ze terug geslingerd in de tijd naar haar prille jeugd in Riverside; een psychiatrische kliniek waar ze is geboren en opgegroeid als Brighton, dochter van een moeder met een psychiatrische aandoening. Zelf is Brighton ‘normaal’.

Als ze een jaar of vijf is, maakt ze kennis met Angel; een jongen van de kinderafdeling die als baby door zijn ouders in Riverside is geplaatst alleen vanwege het feit dat het albino is. Brighton en Angel ontwikkelen een bijzondere vriendschap, waarbij ze elkaar helpen en steunen, elkaar in evenwicht houden etc. En ook al hebben ze vragen over wat er zich afspeelt buiten de gesloten muren, het is hun normale wereld.

Pas als leeftijdsgenoot Grace wordt opgenomen, verandert er daadwerkelijk iets bij Brighton. Ze krijgt meer vragen, kijkt met andere ogen naar het leven binnen de psychiatrie en zet zich af.

-->> ‘Krankzinnigheid – wat is dat überhaupt?’ vroeg ik hardop. Veel vrouwen waren enkel als last ervaren door hun families … Dit was niet een plek waar mensen genazen: dit was gewoon een soort gevangenis.

Het afzetten van Brighton heeft niet alleen gevolgen voor haarzelf – ze belandt een paar keer in de isoleercel – maar ook voor haar naasten binnen de kliniek. Tot ze samen met Angel naar buiten wordt gesmokkeld en de wereld buiten de gesloten muren leert kennen. Dat dit alles niet zonder slag of stoot gaat, behoeft geen uitleg.

Byler Younts heeft een prettige manier van schrijven met een aantal hele mooie zinnen/fragmenten:

-->> Er verscheen een kier in het wolkendek en de stralen van de zon begonnen over de rand te druppen, waardoor de hemel even leek te gloeien.

En

-->> Ik staarde naar de muur. En hoe meer bakstenen ik op mijn ziel laadde, hoe beter ik me voelde.

Of

-->> Mijn mond was een lege ruimte, en de enige woorden die ik nog had, waren geluidloos en vielen op de vloer waar de zusters, karretjes en schuifelende patiënten ze vertrapten.

Daarbij schuwt de schrijver niet om de lezer deelgenoot te maken van de gruwelijke wijze waarop psychiatrische patiënten bijna een eeuw geleden werden behandeld.

Reacties

Meer recensies van Gea Kuipers

Boeken van dezelfde auteur