Lezersrecensie
Adhemar, een oud strijder van 14-18, beticht van collaboratie in 1944 , een veldwachter, een mens.
Na de dood van zijn vader vindt de schrijver een verzetskrant van 1945 waarin zijn grootvader wordt beticht van collaboratie. Dit overvalt hem en hij probeert te achterhalen wat er is gebeurd.
Peter Theunynck wil in dit boek het leven van zijn grootvader Adhemar (1898 – 1976) reconstrueren. Adhemar leefde in Esen, een deelgemeente van Diksmuide, in een gezin met 9 kinderen. Vader is boer, herbergier en stoelenmaker.
In 1914 vlucht het gezin naar Frankrijk, maar in 1916 – als hij 18 jaar is – wordt Adhemar opgeroepen en zal hij anderhalf jaar in de loopgraven rond Ieper zitten. Hij raakt ernstig gewond aan zijn been, met een blijvend letsel tot gevolg. Na zijn herstel wordt hij veldwachter in Esen.
Adhemar heeft zich tijdens en vlak na de oorlog geërgerd aan de laatdunkende wijze waarop de Vlaamse soldaten worden bejegend door de Franstalige legertop. Hij wordt lid van VOS – de Vlaamse Oud Strijders – en hoopt dat er nooit meer oorlog komt. Hij verdedigd de leuze AVV VVK (Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus) dat op het IJzermonument afgebeeld staat
Hij hoopt op erkenning van de Vlaamse eisen, op zelfbestuur, maar het militante van de VNV, het anti Belgische discours en de toenadering tot het Duitse nazistische regime verwerpt hij. Tijdens de oorlog is hij nog steeds veldwachter, hij blijft in Esen, wil vrouw en kinderen beschermen en zijn werk doen. Na de oorlog wordt hij beticht van collaboratie, maar hij wordt later vrijgesproken.
Peter Theuninynck reconstrueert het leven van zijn grootvader en geeft alles chronologisch weer. Hij verweeft de resultaten van zijn opzoekingswerk met het verhaal over het leven van Adhemar samen met zijn eigen bedenkingen op het gebeuren. Hierdoor wordt het geen geschiedkundig verhaal, maar een werk waarin de mens Adhemar centraal staat. Een ongeschoolde West Vlaming, boer in hart en nieren maar met een simpele fierheid. Hij wil een gezin en een rustig leven.
Na 1918 vragen de mensen erkenning van de Vlaamse eisen, zeker in de Westhoek die zo heeft geleden tijdens de oorlog. Deze erkenning komt er echter niet. Achteraf gezien kun je zeggen dat Adhemar sommige dingen beter niet had gedaan of gezegd, maar is hij daarom collaborateur ?
Het boek geeft een genuanceerd beeld van een bewogen tijd. De Vlaamse zaak, de collaboratie, de witte brigade – tot op vandaag nog steeds heikele punten, hier door Theunynck gesmeed tot een menselijk verhaal, waarin geen oordelen worden geveld. Enkel de hoop : “Nooit meer oorlog”.