Meer dan 5,2 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
×
Hebban recensie

Scènes uit een nahuwelijk

Inge 22 september 2020

'De laatste jaren van mijn ouders', zo luidt de ondertitel van dit boek door journalist en schrijver Jannetje Koelewijn (1959). Dit is het vervolg op het succesvolle De hemel bestaat niet, uit 2011, waarin ze het leven van haar ouders tot dan toe beschreef. Daarnaast is zij bekend om haar interviews en columns in NRC Handelsblad.

Fresia’s voor mevrouw Brak begint wanneer haar ouders – die de laatste vijftien jaar apart van elkaar woonden, moeder in een verzorgingshuis en vader nog zelfstandig – allebei meer zorg nodig hebben. Ze krijgen een plek in hetzelfde tehuis, moeder op een verpleegafdeling voor dementerenden en vader op een verzorgingsafdeling, eerst in Amsterdam en al snel in Utrecht, vlakbij het huis waar Koelewijn woont met haar partner.

In levendige, korte scènes met veel dialoog en vlijmscherpe observaties toont Koelewijn de langzame achteruitgang, zowel fysiek als mentaal, van haar beide ouders. Vader, een dominante en zeer spraakzame man (‘een potentaat’) lijkt centraal te staan, al is het maar door het voortdurende beslag dat hij op iedereen in zijn omgeving legt, en vooral op Koelewijn. Droogkomisch zijn de beschrijvingen van situaties waarin een CIZ-indicatiesteller of geriater probeert in gesprek te gaan met moeder om een idee te krijgen van haar ziektebeeld, wat onmogelijk wordt gemaakt door de tussenkomst van vader die steeds voor haar antwoordt. Moeder heeft vergeten dat zij ooit haar man heeft verlaten, voor vader blijft het verschrikkelijk dat zij ‘is weggelopen’, maar hij ontkent het tegenover de buitenwacht.

Koelewijn probeert ondertussen te begrijpen hoe het huwelijk van haar ouders heeft kunnen mislukken. Vader was dolverliefd op moeder. Terwijl vader maatschappelijk een mooie carrière doorliep, was moeder ongelukkig thuis met de zes kinderen. Vader is het type ‘gereformeerde mannen die geen tegenspraak duldden en hun gezag in gezin en maatschappij ontleenden aan God’, zoals een vroegere bekende over haar vader zegt.

Moeilijker vindt ze het om haar moeder te doorgronden. Dat ze zich nu vlak en stereotiep uitdrukt kan met haar dementie te maken hebben, maar ook vroeger ging ze vooral zwijgend haar eigen gang. Vanaf haar veertigste weigerde ze nog langer om mee te gaan naar de kerk. Wat was de achtergrond van haar pijnlijk afstandelijke houding tegenover haar kinderen, van haar chronische onbehandelbare depressie en haar alcoholprobleem? Karakter, familie, het geloof? De auteur geeft terloops wat informatie over moeders latere studie maatschappelijk werk, de boeken die ze las van feministische filosofen zoals Simone de Beauvoir en Élizabeth Badinter. Kenmerkend is een scène waarin Koelewijn als dochter een symposium bijwoont (hoewel het haar wordt afgeraden) van psychiaters en geriaters waarin beeldmateriaal van patiënten wordt besproken, waaronder haar moeder. Wat dan over haar moeder gezegd wordt, en Koelewijns reactie daarop in een telefoongesprek met haar zus, is indrukwekkend goed beschreven.

Koelewijn komt in contact met Hans, een vroegere dominee die haar ouders in de eerste fase van hun huwelijk gekend heeft en vooral met haar vader intensief contact had. Hij vertelt haar meer over de complexe achtergrond van haar vaders orthodox-gereformeerde geloof en geloofstwijfels. Ze verdiept zich de tegenstellingen tussen de meer rationeel en maatschappelijk bewuste Kuyperianen en de meer op de gevoelsmatige beleving van de band met God gerichte ‘bevindelijken’. In dit heel lange tweede deel van het boek verliest Koelewijn echter grandioos haar focus, door te uitgebreid in te gaan op de familiegeschiedenis van Hans en diens eigen ontwikkeling en eigenaardigheden in de omgang. Dit maakt het boek onevenwichtig. Zij komt wel weer bij het eigenlijke onderwerp van het boek terecht, maar de helft van dit deel had beter weggelaten kunnen worden.

Interessanter was het geweest om meer te lezen over Koelewijns diepere persoonlijke motivatie om zich zes jaar lang bijna dagelijks zo intensief met haar ouders te blijven bezighouden ondanks, of misschien juist dankzij, het vroegere gemis aan echte aandacht voor haar en haar broers en zussen. Misschien stof voor een volgend boek?

Reageer op deze recensie

Meer recensies van Inge