Advertentie

Tussen 15 april en 8 juli 1944 zijn 501.507 Joden uit Hongarije gedeporteerd, de meesten naar Auschwitz. Onder hen het gezin van Dov en Yitzhak, buiten hen zijn daar nog vader en moeder, zus Sarah en broer Avrum. Ze zijn van geboorte Tsjechisch maar het dorpje waar ze geboren zijn, diep in de Karpaten, hoort in 1944 bij Hongarije. Tot april 1944 hebben ze redelijk weten te overleven. Met de Hongaarse soldaten valt niet te spotten en ook de rest van de dorpsbevolking moet niet veel van Joden hebben maar ze leven nog en zijn gelukkig. Wanneer vader van de synagoge thuiskomt met het bericht dat ze hun spullen moeten pakken en binnen een uur klaar moeten staan voor vertrek, zijn ze met stomheid geslagen. De rebbe zegt dat ze moeten gaan en de Joden hebben er vertrouwen in dat de Messias hen zal komen redden. Niets is minder waar! Ze worden op transport gezet naar Auschwitz. Daar aangekomen wordt de familie gescheiden. De vrouwen en de kinderen eerst van de mannen en daarna gaat het scheiden verder. Avrum (18) en Dov (15) komen bij elkaar terecht, Yitzhak (14) komt in een ander blok terecht. Vanaf dat moment moet ieder voor zichzelf zorgen. Ook Avrum en Dov worden redelijk snel van elkaar gescheiden. De auteur, Malka Adler kiest ervoor om het verhaal van Dov en Yitzhak om en om te vertellen. Ze wisselt deze hoofdstukken af met korte reflecties van zichzelf. Ze heeft Dov en Yitzhak een jaar lang tweemaal per week bevraagd en hun getuigenissen hebben diepe indruk op haar gemaakt. Ze reist per trein naar hen toe en beleeft daar, door het verhaal van Dov en Yitzhak, ook angstige momenten.
Dov is de Hebreeuwse naam van Bernard die thuis ook wel Leiber werd genoemd. Hij is een kleine vijftienjarige jongen die zich staande weet te houden tussen de mannen in Auschwitz. Op enig moment wordt hij overgeplaatst naar kamp Jawzorno in Polen. Daar moet hij hard werken en komt hij bijna om van de honger. Wanneer de Russen dichterbij komen worden de gevangenen gedwongen om in een dodenmars die drie maanden duurt te lopen naar Buchenwald. Van de oorspronkelijk tweeduizend gevangenen komen er maar honderdtachtig in Buchenwald aan maar Dov is er eentje van.
Yitzhak is de Hebreeuwse naam van de veertienjarige jongen die thuis Ichto werd genoemd. Ook hij moet zien te overleven. Hij wordt overgeplaatst naar de kinderbarak. Daar komt hij erachter dat de kinderen worden geselecteerd voor gruwelijke experimenten. Gelukkig weet hij overplaatsing te bewerkstelligen naar kamp Zeiss, een werkkamp. Daar weet hij alleen maar te overleven door een Duits meisje dat hem elke dag iets te eten toewerpt. Een toegeeflijke SS’er staat dat oogluikend toe en Yitzhak blijft in leven om uiteindelijk ook overgeplaatst te worden naar Buchenwald. Daar komen de broertjes elkaar tegen, ze zijn niet meer alleen. Het geeft hun de kracht om door te zetten en om ook de volgende dodenmars te lopen. Ze beloven elkaar in leven te blijven ook al kunnen ze eigenlijk geen stap meer verzetten. Meer dood dan levend worden ze bevrijd door de Amerikanen. Yitzhak wordt als eerste in het hospitaal opgenomen, Dov volgt al snel en hij lijkt toch ten dode opgeschreven te zijn. Maar Yitzhak laat hem het niet opgeven!
Na een lange revalidatie besluiten de jongens te emigreren naar Israël. Yitzhak gaat eerst nog terug naar hun geboorteplaats om te kijken wat ervan hun huis en belangrijker nog, hun gezin is overgebleven.
In Israël aangekomen moeten de broertjes enorm wennen. Zij proberen zich aan te passen aan de heersende gewoonten en tradities maar vinden dat moeilijk. Ze spreken alleen Jiddisch en geen Hebreeuws en lijden bovendien nog steeds honger. Het wordt duidelijk dat Auschwitz diepe, heel diepe sporen heeft achtergelaten die zij hun hele verdere leven bij zich zullen dragen. Ze worden opgevangen in collectieve dorpjes en later in gastgezinnen. Ze krijgen er te maken met vooroordelen: ‘Jullie hebben je als makke schapen naar de slachtbank laten leiden, zonder je te verzetten. Jullie hebben niet als kerels gevochten. Jullie zaten met duizenden in hun treinen – waarom zijn jullie niet in opstand gekomen? Jullie hadden hun wapens kunnen grijpen, ten minste een paar Duitsers mee kunnen nemen voordat je in het crematorium belandde’.
Beide broers gaan uiteindelijk in het leger en vechten mee in de Onafhankelijkheidsoorlog. Na die oorlog worden ze herenigd met hun zus Sarah, die de ellende in Bergen-Belsen heeft weten te overleven. Ze zullen zestig jaar zwijgen over hetgeen ze overkomen is. Pas als Malka, de baby uit het adoptiegezin van Yitzhak doorvraagt, doorbreken ze het zwijgen.
‘Twee broers uit Auschwitz’ vertelt een onthutsend verhaal over twee broers die, tegen alle verwachtingen in, de ellende in de kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog weten te overleven. Hun beproevingen zijn met de bevrijding echter nog niet gedaan. Een indrukwekkend boek dat nog even nazindert. Het vertellen vanuit de perspectieven van Dov en Yitzhak is enerzijds goed omdat je dan het verloop van de oorlog goed kan volgen, anderzijds is het ook verwarrend omdat de jongens zó veel meemaken dat je op een gegeven moment de draad een beetje kwijtraakt. Datzelfde geldt voor de hoofdstukken vanuit het perspectief van Malka, dat voegde voor mij niets toe. Toch geef ik graag vier sterren voor een verhaal dat we niet mogen vergeten, een verhaal dat keer op keer verteld moet worden. Want dat heeft Malka Adler zeker goed gedaan, ze heeft het rauwe verhaal van Dov en Yitzhak goed en meeslepend op papier gezet.

Reacties op: Rauw en indringend

5
Twee broers uit Auschwitz - Malka Adler
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners