Lezersrecensie
Zand in mijn ogen
Zand in mijn ogen – Jacqueline van Zwieteren
Het gezin van de jonge Jaap Brouwer, in 1912 geboren in ’s-Gravenhage, wordt getroffen door een afschuwelijk familiedrama op het Stille strand. Wanneer Jaap vervolgens in een Haags gesticht moet verblijven en speciale ‘aandachtpupil’ van pater Postma wordt, tekent hem dat voor de rest van zijn leven.
Pippa Kurz wordt in 1913 in Wenen geboren. Pippa, acht jaar oud en wees, is een van de kinderen die met een Holland Kindertrein naar de Nederlandse kust wordt gebracht om daar een paar maanden aan te sterken. Ze woont bij Haagse logeerouders en zal nooit meer teruggaan.
Tijdens de crisisjaren komen de levens van Jaap en Pippa bij elkaar. De stille Jaap, worstelend met emoties, leugens en geheimen, wordt mee naar een dansavond genomen. Daar treft hij de zachtaardige Pippa, het meisje dat geleerd heeft om nooit vragen te stellen. Ze voelen zich gelijk tot elkaar aangetrokken, ieder om een andere reden. Niemand kan zonder liefde, en ook deze beschadigde jonge mensen proberen te midden van alles, en op een wankele basis, van elkaar te houden. Jaap wordt bakker, Pippa huisvrouw en er zijn al snel meerdere mondjes te voeden. Er is armoede in de Haagse bovenwoning, en verleiding, bedrog en een groot geheim. En dan is het ook nog eens oorlog. Alweer.
Zand in mijn ogen is de debuutroman van Jacqueline van Zwieteren, waarbij zij zich heeft laten inspireren door de levensverhalen van haar grootouders, die leefden in de eerste helft van de 20ste eeuw in zware tijden van oorlogen en crisis.
Het verhaal leest vlot door de prettige schrijfstijl van de auteur. Mooie zinnen in eenvoudige woorden vertellen het verhaal van Jaap en Pippa.
Het boek bestaat uit vier delen, elk weer onderverdeeld in afwisselend de verhalen van Jaap en Pippa. Deze twee verhalenlijnen komen samen als hun levens elkaar kruisen. Doordat we beide apart blijven volgen beleef je het verhaal als het ware van twee kanten, waardoor het nog dichter bij je komt en het verhaal je echt weet te raken.
Twee jonge mensen die beide veel meegemaakt hebben en daardoor de nodige problemen hebben. Die worsteling van twee beschadigde mensen om toch iets van het leven te maken en de manier waarop, is door Jacqueline knap verwoord in een erg mooi en zeker boeiend en menselijk verhaal. Je voelt de pijn en het verdriet, de verscheurdheid maar ook de onmacht, de goede bedoelingen én de wil om te overleven.
De stamboom waar het boek mee afsluit geeft nog een mooi familieoverzicht van de personages uit het verhaal.