Lezersrecensie
Episch pamflet voor de middeleeuwse bouwkunst
Een gebochelde klokkenluider, een bezeten priester, een beeldschone zigeunerin en andere stadslui: niemand ontsnapt aan zijn noodlot onder het alziend oog van de Notre-Dame.
Victor Hugo noemde zijn ‘middeleeuwse’ boek oorspronkelijk Notre-Dame de Paris. Een logische keuze, want de kathedraal vormt het grootste personage in de roman. Tot Hugo's afschuw werden in zijn 19e eeuw veel middeleeuwse gebouwen gesloopt. Met het schrijven van dit epische boek kon hij de gotische stijl ophemelen. Veel passages bezingen deze architectuur. Zijn opzet werkte: het boek zorgde voor een grote renovatie (lees: Romantische verfraaiing) van onder meer de kathedraal en legde de kiem voor het symbool dat deze vandaag de dag is.
De architecturale lofzang is door het epische karakter van het verhaal te rechtvaardigen. Hugo zoomt telkens uit van zijn karakters en toont een geschiedenis waar het lot boven het individuele handelen zweeft. We lopen dus niet slechts mee met Quasimodo (weliswaar het meest gedenkwaardige personage) maar wisselen bij een naderende climax naar een persoon die hier schrijdelings mee te maken heeft. Elk personage heeft een tegenpool en iedereen beïnvloed elkaar zonder daar erg in te hebben. Zo doemt uiteindelijk het lot op, een lot waarvoor geen individuele aanstichters bestaan en niet kan worden ontleed in afzonderlijke oorzaken (zie Eelco Runia voor meer info over deze historische benadering).
Dat uitzoomen werkt overigens wel wat vermoeiend, net als het verhaal spannend wordt en Hugo zijn lezers weer direct aanspreekt in zijn vertellersrol. Maar de epische stijl komt zeker aan als de personages in veel meer ongeluk worden gestort dan je kent van de vrije (alsook de door mij zeer bewonderde) bewerking van Disney.