Lezersrecensie
Kunnen, willen, durven en moeten
“We verstommen midden in een zin, glimlachen reddeloos. Onze mensen kunnen niet met elkaar praten”. Met dit motto begint Herma de Beer haar boek Sprakeloos op een veelbelovende manier. Ze beschrijft het leven van de kunstzinnige Emma, een vrouw met een Autisme Spectrum Stoornis. Via flauwe levensbeschrijvingen en ondoordringbare gedachten maakt de lezer op een saaie manier kennis met ASS.
Emma loopt tegen haar vijftigste levensjaar vast. Ze huilt veel en kan geen kant meer op met haar leven. Haar relatie met Albert is niet wat het moet zijn. Ze besluit in therapie te gaan bij Margot. Al snel krijgt ze een diagnose: autisme. Vanaf dat moment moet Emma leren leven met dit label. Beetje bij beetje valt haar verleden op zijn plek en kan Emma dingen begrijpen. Margot probeert haar daarbij te helpen. Hoe moet Emma nu verder? Wie moet ze vertellen over haar probleem?
Herma de Beer weet de lezer naar zich toe te trekken en tegelijkertijd van zich af te duwen: een wonderlijke combinatie. Door in de derde persoon over Emma te spreken – “Emma is niet permanent bereikbaar, doet niet aan WhatsApp of soortgelijke vormen van communicatie” – houdt ze de lezer bij Emma vandaan en zorgt ze ervoor dat het verhaal vanuit een objectief perspectief bekeken kan worden. Tegelijkertijd deelt ze de gedachten van Emma – “Als ik er niets mee te maken heb, kan ik er ook niets mee” – waardoor de lezer de mogelijkheid krijgt mee te voelen met Emma. Deze combinatie werkt goed en tegelijkertijd verwarrend. De lezer heeft continu het idee onderdeel van het verhaal te zijn, om vervolgens weer uit het verhaal gegooid te worden. Daarmee ondersteunt De Beer de thematiek in het verhaal. Ze laat de lezer ervaren hoe het naar haar weten is om autistisch te zijn. Echter, de afstandelijkheid zorgt ook voor desinteresse.
Sprakeloos bevat mooie metaforen die Emma’s gevoelens en gedachten uiten. “Woorden die net nog gesmolten waren, bleven nu liggen. Ze vormden een koud tapijt, dikker en dikker, hard als beton”. De Beer weet het thema op deze manier goed onder woorden te brengen. Daarbij neemt ze de lezer keer op keer mee naar het beklemmende verleden van Emma en laat ze verschillende voorspelbare puzzelstukjes op hun plaatsen vallen. De basisschoolperiode van Emma, het overlijden van haar vader, de operatie die haar moeder moest ondergaan, de schrijnende situatie met haar broer Henk: alles zorgt ervoor dat Emma haar leven begrijpt, maar daarmee ontstaan er bij haar ook vraagtekens over waarom dingen gebeurd zijn. Echter, deze terugblikken worden zonder flair beschreven, waardoor het boek saai dreigt te worden.
De lezer maakt in Sprakeloos op een passende manier kennis met de gedachtegang van iemand met autisme. Zinnen als “Dingen moeten kloppen, het is heel simpel” of “Een muur metselen leek haar op die momenten fysiek makkelijker dan notities schrijven en voorstellen formuleren” geven je de mogelijkheid te ervaren wat iemand met autisme voelt en denkt. De Beer raakt hier de juiste snaar. Door Emma vervolgens te laten oordelen over de houding die de media aanneemt ten aanzien van mensen met autisme, kleurt ze het boek. Ze laat Emma essentiële vragen stellen: “hoe is het mogelijk dat je een ander tot precisie wilt dwingen en zelf met een mond vol tanden staat als het om precisie gaat?” om de lezer aan het denken te zetten. Met licht succes. Als lezer wil je – net als Emma – weten waarom zij zo ‘anders’ is.
“Ze is zoals ze is en alleen zo kan ze meedoen”, het besef van Emma. Tot het eind van het verhaal blijft voor Emma de vraag of ze haar omgeving zal inlichten over de diagnose. Sprakeloos is geen ‘leuk’ boek. Het verhaal toont de realiteit. Herma de Beer weet je enerzijds deelgenoot te maken van Emma’s leven, anderzijds creëert ze onnodig veel afstand*.* Het boek geeft een beetje inzicht in de gedachtegang en het leven van iemand met autisme, maar verliest kracht door het trage tempo en het gebrek aan spanning.