Advertentie
    Martin Overheul Hebban Recensent

Een vader en een zoon zitten in een rijdende auto terwijl het stortregent. De vader, geboren en getogen in het hart van de Vlaamse Kempen, is een man van zeer weinig woorden, traag uitgesproken, met veel korte tussenpauzes, maar steeds bedachtzaam en helder: ‘Zodra de gedachte zich had gevormd en de woorden waren gekozen, kon je wat hij zei niet misverstaan. Ook niet omdat zijn gedachten veeleer een kleine wereld beschreven, de omgeving waar hij leefde, en in die kleine wereld ontwaarde hij hoofdzakelijk kleine dingen.’ Met die twee zinnen schetst Bart Meuleman niet enkel zijn vader, maar zet hij tegelijk ook de toon van zijn wonderlijke roman ‘Hoe mijn vader werd verwekt’. Daarin vertelt hij het verhaal van die vader en diens zoektocht naar helderheid over zijn verleden en van zijn eigenzinnige, op latere leeftijd zeer nukkige grootmoeder Anna, dochter van een welgestelde herenboer in de Antwerpse Kempen. De piepjonge Anna is tot ver over haar oren verliefd op Frans, een brave jongen van simpele komaf. Te simpel naar de zin van haar ietwat hooghartige vader, die besluit een stokje voor de door hem bijzonder ongewenste relatie te steken.
Om haar wil te breken, stuurt hij Anna naar een gezin dat een chique winkel uitbaat (‘L. Cocquyt-Willemse, Winkelier in ’t groot en klein’ staat er boven de reusachtige vitrine) in het verre Brugge, in die tijd zowat het andere eind van de wereld, weg van haar zus Lis (‘Ons Lis’) die te veel begrip voor haar zus toont. In Brugge zal ze Frans op den duur wel vergeten, is de achterliggende gedachte. Weinig is echter wat het schijnt in de stijve familie waarin Anna is terechtgekomen. De afstandelijke mijnheer Cocquyt bekommert zich vooral om zijn zaak en madam Cocquyt, die uiterlijke schijn prefereert boven oprechtheid, behandelt ‘domme’ Anna als een onbenul waarvan misschien toch nog ‘iemand’ te maken valt. De zwangere schoondochter van de Cocquyts, madam Paula, is volkomen verdwaald in haar nieuwe familie. En mijnheer Emile, echtgenoot van Paula, ogenschijnlijk een droogstoppel, is verantwoordelijk voor de toenemende broeierige sfeer in huize Cocquyt én voor de schandelijke zwangerschap van Anna. Vader Cocquyt beslist dat het onwettige kind van Anna tijdelijk zal worden opgevoed door Melanie Coucke, vroedvrouw in naam, engeltjesmaakster in de praktijk.
De wijze waarop Meuleman Anna’s aanvankelijke ontreddering, heimwee, machteloosheid en eenzaamheid beschrijft, de toon waarop dat gebeurt en de trefzekerheid van taal die hij daarvoor gebruikt, is ronduit indrukwekkend in al zijn soberheid en veelzeggendheid. Hij doet mij bij wijle dan ook denken aan Louis Paul Boon en Leo Pleysier. De ene is een meester in het tekenen van ijzersterke personages die nog een beetje naar de klei ruiken, de ander in het kleinhouden van emoties en tragiek. In dit boek spreekt eenzelfde soort literaire kracht. Karig omspringen met woorden, zonder de boel kaal te laten worden, en toch een hele wereld tonen in vaak prachtige zinnen. ‘Als een Kempische hoeve een taal zou spreken, dan die van het zwijgen’, schrijft hij over zijn geboortestreek. In deze roman is het echter niet het zwijgen, maar het gedeeltelijk verzwijgen dat de stemming van het verhaal bepaalt: ‘In horten en stoten komt het eruit. Korte zinnen, veel stilte. Afgebroken boodschappen. Half uitgesproken gedachten. Anna en Lis hebben altijd moeite gehad met woorden, de school verhielp daar niets aan – dit is geen streek goede sprekers, de weinigen die er zijn worden doorgaans beloond met een plaats op de kieslijsten, zeker als ze geld hebben.’
Een ander element dat van dit boek zo’n sprankelende leeservaring maakt, is Meulemans beeldende, soms bijna filmische manier van schrijven. Heel wat scènes kunnen zo worden opgenomen in een tv-serie. De theaterman die hij is verloochent zichzelf niet in zijn literaire werk. Met een paar zinnen zet hij een haarscherp beeld neer van het ‘halftwaalfke’, de mis voor de langslapers, waar de kleine Bart met zijn vader naartoe gaat op zondag. Die mis toont de ‘onttakeling van de katholieke eredienst in een landelijk dorp in de jaren zeventig’: ‘Fameus is het aantal mannen, van het groezelige type, dat niet eens moeite doet om te gaan zitten en achteraan in de kerk blijft staan, om als het gedaan is vlugger buiten te zijn.’ In dat soort observaties zie je dat Meuleman een goede schrijver is, een verteller die geen woord te veel, maar ook niet te weinig gebruikt om een schitterend portret te maken van zijn vader en zijn grootmoeder. ‘Hoe mijn vader werd verwekt’ is een roman over doodgewone mensen, die leven met een immens geheim. Een kleingehouden verhaal, maar grote literatuur.

Reacties op: Schitterend portret

11
Hoe mijn vader werd verwekt - Bart Meuleman
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker