Advertentie

(Deze bespreking verscheen eerder in Fantastische Vertellingen 50, juni 2019)

Hetzelfde huis met verschillende verhalen uit werkelijkheden die net een beetje anders zijn. Zoals bij een mens in hetzelfde hoofd ook verschillende verhalen en verschillende werkelijkheden aanwezig kunnen zijn. Of is dat huis toch anders, zo’n klein beetje dat wij het niet kunnen waarnemen? En die andere werkelijkheden, hoe anders zijn die eigenlijk?
In het eerste verhaal, De makelaar, wordt het huis aan Jaroslav Kakzynski en zijn vrouw, maar ook aan de lezer verkocht. Een villa uit 1905 in Brasschaat met een rijk verleden, dat dankzij een nieuwe Quantumfilosofie met nog meer verledens wordt uitgebreid. Aan het eind van het verhaal vraagt de makelaar zich af: “Bestonden er andere universa, subtiel verschillend van dit? Was er ook een plek waar ik als eigenaar van deze villa in de tuin stond? Als tuinman? Waar ik als soldaat de bewoners hardhandig uit hun huis verdreef? Als brandweerman een kind redde dat op de eerste verdieping in de rook dreigde te verstikken?” De vier verhalen die volgen, tonen dat die andere universa inderdaad bestaan, want ze zijn, door de overtuigende kracht van schrijfstijl en compositie, voor de lezer net zo werkelijk, net zo overtuigend als de werkelijkheid buiten de bladzijden van dit boek.

De verhalen na De makelaar hebben een chronologische volgorde. De jaren dertig in De aangetasten, jaren veertig in Addergebroed, jaren vijftig in De medeplichtigen en de zestiger jaren in Revolutielijers. Wanneer je de tijd als een horizontale lijn weergeeft, gaat Moragie dus van links naar rechts. Maar in Behuisde Tijd zijn er andere tijdlijnen onder en boven de tijdslijn die de onze is, evenwijdig daar aan of divergerend. De villa in Brasschaat lijkt een constante, maar het zijn verschillende punten op verschillende lijnen.

In De aangetasten heeft Napoleon zijn oorlogen gewonnen. Auguste Colombier, de notaris die in dit verhaal in de villa woont, heeft “nog met het keizerlijke expeditie opgetrokken tegen de opstandige Vietnamezen en Chinezen”. Een andere wereld waarin Brasschaat onderdeel is van het grote Napoleontische rijk en de technologische ontwikkeling (nog) niet heeft plaatsgevonden. Maar het is ook een herkenbare wereld, want de opwarming van de Aarde vindt wél plaats en het veranderende klimaat heeft een ontwrichtend effect op de samenleving. Er worden nog nauwelijks gezonde kinderen geboren; een ziekte waarvan de bron niet geïdentificeerd kan worden maar die voor ons natuurlijk verwijst naar de toenemende resistentie van bacteriën voor antibiotica, een veel groter hedendaags probleem dan het grote publiek zich realiseert. Leonora, de vrouw van Auguste Colombier, is zwanger, en dat vormt de primaire spanningsboog in dit verhaal: zal zij een gezond kind ter wereld brengen? Daaromheen andere spanningsbogen betreffende de maatschappelijke ontwikkeling in Brasschaat.

Het tweede verhaal Addergebroed lijkt in de ons bekende geschiedschrijving te beginnen. Wanneer de Duitsers in 1940 België veroveren, wordt de villa bewoond door de Joodse bankier Max, zijn Joodse, uit Oostenrijk afkomstige vrouw Sara en hun dochtertje Anna. De ouders van Max, de Weissbergs, waren een welgestelde familie uit Antwerpen, die in 1905 de villa in Brasschaat, toen nog “een dorp van keuterboeren en bierbrouwers”, liet bouwen. Na de bezetting worden Duitse officieren ingekwartierd in de villa’s van de welgestelde villabewoners. Bij de familie Weissberg is het Walter Görlitz, een oude studievriend van Sara die nog steeds verliefd op haar is en daarom de familie in bescherming neemt, een strategie om de positie van de door tbc wegterende Max over te nemen. Door de gebeurtenissen afwisselend vanuit het oogpunt van Max, Sara en Anna te vertellen, genereert het verhaal een zich langzaam intensiverende spanning die de lezer grijpt en niet meer los laat. Een geschiedenis die in de ons bekende wereld al indrukwekkend zou zijn, maar die door Moragie nog wordt verdiept door de geschiedenis anders te laten verlopen. In het Vlaamse dorp Brasschaat gaat het eigenlijk niet anders dan het zou kunnen zijn gegaan in onze wereld, de strijd van de liefde waarin alles is toegestaan, maar ver weg gaat alles anders: in Engeland krijgt fascistenleider Oswald Mosley vrij spel, in Amerika verliest Rooseveld de verkiezingen en de Duitsers winnen de veldslag in Rusland. Natuurlijk werkt dat door in de rest van de wereld, zelfs in Brasschaat. En de toch al dramatische ontknoping wordt er nog schrijnender door.

In De medeplichtigen wordt de villa bewoond door een partijbons, kameraad Wijnbergen. Opnieuw is de Tweede Wereldoorlog het punt waarop de geschiedenis een andere bedding is gaan volgen, nu omdat de geallieerden in Normandië zijn blijven steken en de Russen een groot deel van Europa binnen hun invloedssfeer hebben gebracht. Het IJzeren Gordijn is verschoven en het Centraal Comité van de Belgische Communistische Partij heeft het in België voor het zeggen. De zuiveringen die we van Stalin kennen, dreigen ook in België te worden uitgevoerd, met kameraad Wijnbergen als mogelijk eerste slachtoffer. Maar die weet het spannend te houden door in besprekingen zodanig te manoeuvreren dat de uitkomst allesbehalve zeker is.
Een historisch gefundeerd en goed doordacht verhaal, dat laat zien hoe het ook had kunnen zijn, dat gebeurtenissen als in het verre Rusland van Stalin zich zomaar bij ons in België en Nederland hadden kunnen voltrekken.

Het laatste verhaal Revolutielijers ligt het dichtste bij onze historische werkelijkheid. Nu wordt de villa bewoond door de bohemienne dichter Gust, waarin door het expliciet vermelden van de dichtbundel De afschuwelijke roze yoghurtman uit 1972, Gust Gils mag worden herkend. Gils wordt in de literaire geschiedschrijving omschreven als: “Dichter, wegbereider van de podiumpoëzie, vertaler, beeldhouwer, auteur van paraproza en toneelteksten, verbosonisch experimenteerder, veelzijdig kunstenaar.” Deze omschrijving geeft net als de titel van de dichtbundel zelf de psychedelische hoedanigheid van onze ‘sixties’ weer; de Maagdenhuisbezetting en studentenrevolte in Parijs, de experimentele poëzie, lange haren, de LSD van Timothy Leary, de Beatles en de Velvet Underground.
Is dit wel een alternatieve werkelijkheid? Oké, er is een buitenaardse schone, maar met al die pilletjes die in het verhaal geslikt worden…
Gust Gils was de schoonvader van Max Moragie en dit laatste verhaal lijkt een soort van hommage aan hem, een weergave van het gevoel van die tijd, een verbosonisch experiment, maar dan zonder geluid, of beter: met een geheel verstild geluid. En misschien zijn de alternatieve universa in de vorige verhalen alleen maar bedoeld om ons ‘werkelijke’ universum alternatief te maken.

Indringende, boeiende verhalen, die ik met plezier een tweede keer gelezen heb, met Addergebroed en Revolutielijers als mijn favorieten

Reacties op: Indringende, boeiende verhalen

1
Behuisde tijd - Max Moragie
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker