Advertentie

(Deze bespreking verscheen eerder in Fantastische Vertellingen 49, maart 2019)

In de korte roman De afvallige ster groeit de jongen Mogart Silvon op tot politieagent, ergens in de verre toekomst, wanneer onze wereld is getransformeerd tot een Dyson-bol en er vanuit het grote aantal mensen een groepsbewustzijn is ontstaan, een soort van Gestalt, die als de godin Firona als een zelfstandige entiteit naast al de mensen blijkt te bestaan.
Bij een missie ontdekt Sivon vreemde muurschilderingen en wanneer hij die onderzoekt, wordt hij opgepikt door de godin. Hij wordt getransformeerd in intelligente materie en naar een verre ster gestuurd, waar ‘de zoon’ van de godin het planetenstelsel ook tot een Dyson-bol en een groepsbewustzijn moet transformeren. Maar daarbij lijkt iets mis te zijn gegaan en Mogart moet uitvinden wat dat is en dan het probleem moet oplossen.
Bij die verre ster voeden de robots die er heen gestuurd zijn de eerste generatie mensen op, waaruit uiteindelijk het nieuwe groepsbewustzijn moet ontstaan. Bij dat eerste groepje mensen hoort ook de jongen Salato, die een sleutelrol zal gaan spelen.
Afwisselend worden de wederwaardigheden van Mogart en Salato verhaald, waarbij stapje voor stapje wordt onthuld wat er aan de hand is en hoe dat al dan niet wordt opgelost. Maar dan wel met veel vaart verteld.
Uiteraard verzwijg ik hier heel veel, want dat moet je als lezer zelf ervaren.
Johan Klein Haneveld is een van de meest enthousiaste en daarmee ook enthousiasmerende sciencefictionauteurs in het Nederlandse taalgebied. Samen met zijn klassieke SF-benadering leidt dat tot vitale verhalen, die leuk zijn om te lezen, maar die soms, ook bij de sciencefictionliefhebber, niet erg diep gaan, geen lang blijvende indruk achterlaten. Leuke ontspanning. Dat geldt ook voor De afvallige ster.

Het is de keuze die Johan Klein Haneveld maakt: vaart, ruimte, avontuur, toekomst. Die keuze komt voor mij het beste tot zijn recht in zijn verhalenbundels, waarin het samenbrengen van een aantal goede verhalen de bundel ook nog een meerwaarde geeft. In zijn langere werk lijkt die keuze voor vaart, ruimte en avontuur er toe te leiden dat hij iets te snel over het uittekenen van zijn karakters heen schiet. In De afvallige ster doet hij het alweer beter dan in zijn twee Kartaalmon-boeken, maar misschien lijkt dat maar zo, omdat hij nu nog meer de vaart in het verhaal houdt. Daarom is het tijdens het lezen ook niet zo erg dat Mogart zijn transformatie in intelligente materie wel erg makkelijk ondergaat, dat de vrouw Aaris haar hele leven met Mogart geïsoleerd in onderaardse gangen rondloopt, dat de geplaagde hoofdpersonen Mogart en Salato af en toe net iets meer diepte zouden mogen krijgen. Bovendien wordt dit ook nog overstemd door het enthousiaste positivisme dat het werk van Johan altijd uitstraalt. Maar het trekt toch de aandacht wanneer je er na het lezen van het boek over nadenkt – het trieste lot van de recensent! En dan denk ik toch weer dat het verdiepen van die personages het boek van leuk tot indrukwekkend kan maken, want je neemt het onderbewust toch mee in je leeservaring.

Het thema van dit boek is de relatie tussen individu en groep. Beide hoofdpersonen worden gepest en hebben moeite zich bij de groep aan te sluiten. Voorbij gaan aan de individuele kwaliteiten heeft iets onrechtvaardigs. Een zeer relevant thema in onze hedendaagse samenleving van teamprestaties en groepsprocessen. Bij Johan Klein Haneveld is het steeds weer het individu dat de impasse doorbreekt, die ontdekt hoe dingen in elkaar zitten, die redding brengt. Dit thema wordt geëxtrapoleerd naar het groepsbewustzijn, de individu overstijgende totaalsom, de godin. Hierbij gaat wetenschappelijk en religieus in elkaar over, of beter gezegd: religie wordt iets wetenschappelijks. Een terugkerend thema in het werk van Johan Klein Haneveld.
Een verdieping van de personages zou ook dit aspect verdiepen.

En als laatste de vraag: is De afvallige ster sciencefiction?
Het gemakkelijke antwoord: ja, wat alle verhalen waarin robots, Dyson-bollen, ruimteschepen, buitenaardse intelligentie etcetera voorkomen, zijn sciencefiction. Een erg oppervlakkig criterium. Fantasy is gebaseerd op elementen uit de oude mythen, sagen en legenden, en je kunt robots, Dyson-bollen etcetera beschouwen als elementen uit de mythen en sagen die in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw ontstonden. Kijk maar naar een paar afleveringen van Star Trek en je hebt van allerlei mythologische zaken die weinig te maken hebben met de huidige stand van zaken in de natuurwetenschap, de science. En dus zou je kunnen zeggen dat het niets met sciencefiction te maken heeft, dat het fantasy is.
De SF-kern van De afvallige ster is echter “intelligente materie”. Is dat dan een begrip, een thema in de hedendaagse natuurwetenschappen? Eh, nee. Googelen leidt alleen tot allerlei spirituele opvattingen, niet tot natuurwetenschappelijke. Het begrip voert wel naar twee filmpjes van Max Planck, de grondlegger van de quantummechanica, maar daarin stelt deze wetenschapper in wezen dat intelligente materie niet bestaat: “En zo zeg ik op grond van mijn onderzoek van het atoom het volgende: Er bestaat geen materie op zich. Alle materie ontstaat en bestaat slechts door een kracht, welke de atomaire deeltjes in beweging brengt en ze tot de kleinste zonnestelsels van de Schepping maakt. Omdat er in het hele heelal een intelligente noch een eeuwige kracht bestaat (…) moeten we aannemen dat achter die kracht een zelfbewuste intelligente geest aanwezig is.”

Zijn mijn overwegingen te academisch? Waarschijnlijk wel. Zoals ik eerder aangaf, kiest Johan Klein Haneveld voor vaart, ruimte, avontuur en toekomst, en daar past terugkijken wat minder bij. Je moet meegaan in de vaart van dit verhaal en dan snel naar een volgend verhaal gaan. Maar toch denk ik dat Johan verder kan groeien; dat hij het ‘vaart, ruimte, avontuur en toekomst’ meer persoonlijke, menselijke diepte kan geven en daarmee zijn werk van goed/leuk naar indrukwekkend kan verheffen.

* Oorspronkelijke tekst: “Und so sage ich nach meinen Erforschungen des Atoms dieses: Es gibt keine Materie an sich. Alle Materie entsteht und besteht nur durch eine Kraft, welche die Atomteilchen in Schwingung bringt und sie zum winzigsten Sonnensystem des Alls zusammenhält. Da es im ganzen Weltall aber weder eine intelligente Kraft noch eine ewige Kraft gibt, (...) so müssen wir hinter dieser Kraft einen bewußten intelligenten Geist annehmen.”

Reacties op: Johan Klein Haneveld op lichtsnelheid

11
De afvallige ster - Johan Klein Haneveld
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 18,95
E-book prijsvergelijker