Advertentie

Volgens zijn autobiografie “Joachim Stiller en ik” werd 100 jaar geleden, op 1 september 1920, de Antwerpse schrijver Hubert Lampo geboren, in de Beerschotstraat 32 op het Kiel ten zuiden van Antwerpen stad, amper twee straten verwijderd van het gelijknamige stadion, waar tussen 14 augustus en 12 september van het zelfde jaar de VII-de Olympiade plaatsvond.

In het boek “Antwerpen 1920” wordt een compilatie gemaakt van wetenswaardigheden over deze Spelen, die toen voor de allereerste (en voorlopig ook allerlaatste) keer werden georganiseerd in België, maar waarover jaren achteraf relatief weinig te vinden is : de auteur Jasper Truyens had veel moeite om verslagen en reportages van de voortgang van de Spelen terug te vinden, van sommige evenementen is zelfs niet meer met absolute zekerheid te achterhalen waar deze precies hebben plaatsgevonden.

In 1912 waren er drie kandidaten voor de VII-de Olympiade van 1920 : Amsterdam, Boedapest en Brussel. Op p.19 staat er ’n nogal cynisch zinnetje : “Vanwege de Europese politieke en economische wanorde gedurende de Eerste Wereldoorlog werden de Olympische Spelen van 1916 in Berlijn geannuleerd”. De VI-de Olympiade werd dus “overgeslagen”, tenzij men de “Inter-Allied Games” van 22 juni tot 6 juli 1919 in het Pershing Stadion in Parijs als “de 6de” zou meerekenen, maar dan zonder de Asmogendheden van WOI : deze waren om begrijpelijke redenen niet uitgenodigd, maar ook niet in 1920, en Duitsland nog altijd niet in 1924 in Parijs. De 1920-editie werd deels “uit mededogen” aan “poor little Belgium” (aan Antwerpen dan) toegekend, met goedvinden van de eerder vernoemde tegenkandidaten, Amsterdam zou geduld oefenen tot 1928 om de 9de editie te organiseren.

Het zou ’n min of meer “vergiftigd geschenk” voor het beschadigde België en Antwerpen worden, nooit heeft een land zo weinig voorbereidingstijd gehad voor de organisatie van de Spelen; het was dan ook niet bepaald een geslaagde editie, de organisatie liet veel te wensen over, Antwerpen zou er financieel zijn broek aan scheuren. Het toenmalige IOC en geldschieters hadden nogal erg tegenstrijdige belangen.

I.p.v. een gloednieuw stadion te bouwen zoals jaren voordien was voorzien, noopte de na-oorlogse situatie zich te beperken tot ’n verbouwing van het reeds bestaande Beerschot-stadion in de zuidelijke wijk Het Kiel, en de bouw van ’n niet overdekt “Olympisch zwembad” in de grachten van de nog overgebleven Brialmont-omwalling rond de stad (waar nu de Ring-autostrade is gelegen). Dit laatste zou door menig atleet en zwemmer later worden omschreven als ’n smerig “ijsberen-modderbad”…

Sommige hoofdstukken van het boek zijn ’n saaie opsomming van cijfers en data, doorbladeren dus naar de interessante kapittels met anekdoten en verhalen over de atleten zelf.

Hfst 7 geeft ons het interessante verhaal van het ontstaan van de Olympische vlag met de vijf ringen en verschillende kleuren, en hoe dat IOC-stichtend lid en ontwerper Pierre de Coubertin op het idee is gekomen. Nog altijd is er discussie of de kleuren de vijf (deelnemende) continenten voorstellen, of de kleuren waarmee je al de vlaggen van de (deelnemende) landen kan samenstellen.
Omdat deze vlag voor de allereerste keer in 1920 werd gebruikt, wordt deze ook wel “de Antwerpse vlag” (!) genoemd. Naast de vlag introduceerde 1920 ook nog het gebruik om bij de opening van de Spelen witte vredesduiven los te laten (in 1920 ’n duidelijke allusie op de vrede na de wrede WOI), en om alle atleten de Olympische eed te laten afleggen.

Hfst 18 doet ons het relaas van het schoorvoetend toelaten van vrouwen in de Olympische Spelen (Pierre de Coubertin was radicaal tegen, wegens “vrouwen lichamelijk niet geschikt voor Olympiades, en slecht voor de goede moraal van de toeschouwers”) ….

Hfst 19 geeft ons de marathon (die volgens de latere standaard ong. 500 m te lang was …), die liep van uit de triomfboog van het stadion aan de Atletenstraat via De Bosschaertstraat richting De Boomsesteenweg, Nieuwe Steenweg Antwerpen-Brussel, tot aan de Hoevelei in Aartselaar in het zuiden, daar richting Reet en Rumst, en via de aansluiting met de Antwerpse en Mechelsesteenweg terug naar het noorden tot in het centrum van Kontich, alwaar ter hoogte van de Reepkenskapel een vlaggenmast het keerpunt markeerde, zodat de marathonlopers na het ronden van de mast ... exact de zelfde weg gewoon terug liepen naar het stadion.

Hfst 20 geeft ons het boogschieten en wipschieten, met de (nog steeds) meest gelauwerde Belgische olympiër Hubert Van Innis. Deze zou in z’n ganse sportieve carrière 350 zilveren tafelbestekken als trofee bij elkaar geschoten hebben, om ze vervolgens allemaal weg te geven. Aan de competitie in 1920, waar slechts drie landen aan deelnamen (België, Nederland, en Frankrijk) zou echter ’n kwalijk reukje hangen (in sommige disciplines waren er minder deelnemers dan medailles, en het verhaal gaat dat Nederlandse atleten wel ’s uit hun concentratie werden gehaald door onsportieve toeschouwers die luidkeels de Brabançonne begonnen te zingen).

Voor wie in Antwerpen geboren is of het redelijk goed kent is dit boekje een aardig verhaal om ’s te lezen en de foto’s van toen te bekijken, andere lezers zullen er wellicht niet zoveel aan hebben.

In het “Collectief Geheugen” blijft deze VII-de Olympiade van Antwerpen 1920 vooral bewaard als de Spelen waarin België Olympisch Voetbalkampioen werd, door achtereenvolgens in de kwartfinale Spanje te verslaan (3-1), in de halve finale Nederland (3-0), en in de finale Tsjecho-Slowakije (2-0).
Vermits ik echter geen chronisch voetballiefhebber ben, zegt dat laatste me uiteindelijk niet zo erg veel.

Reacties op: 100 jaar geleden in Antwerpen

3
Antwerpen 1920 - Jasper Truyens
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners