Lezersrecensie
Robert Van der Meiren over De jongen in de koffer
De Jongen in de Koffer is een titel die je eerder voor een jeugdboek dan voor een misdaadroman zou verwachten, maar schijn bedriegt, want met dit uitstekend debuut hebben Lene Kaaberbøl en Agnete Friis hun entree in de Scandinavische thrillerwereld niet gemist: binnen langs de grote poort!
Nina Borg is verpleegster bij het Rode Kruis en zij heeft een heel eigen missie: zij wil helpen, altijd en overal. Op verzoek van een vriendin haalt zij op een dag een koffer op uit een bagagekluis van het Centraal Station van Kopenhagen. Op zich niks bijzonders, tot zij de koffer opent en daarin een naakt, verdoofd maar levend jongetje van een jaar of drie ontdekt. Als zij haar vriendin om uitleg wil gaan vragen, is deze spoorloos verdwenen... Nina ondervindt vrij snel dat er jacht gemaakt wordt op het kind. Ze weet niet waarom, ook niet door wie, maar één ding weet ze wel: ze zal dit jongetje beschermen, tegen elke prijs!
Wat volgt is een thriller die kan tellen. Al in de eerste hoofdstukken trekken de auteurs meteen alle invalshoeken van het verhaal volledig open en maken we kennis met de personages. Door de hoofdstukken kort te houden - ze zijn zelden langer dan vier bladzijden - gaat het verhaal met een stevige vaart vooruit. Ieder hoofdstukje brengt de lezer een klein stapje dichter bij de waarheid. De fijnzinnigheid én de taalvaardigheid waarmee dit kersverse Deense schrijversduo de spanning tot nagelbijtend niveau weet op te drijven noem ik ronduit subliem! De auteurs blijven ook consequent bij hun verhaal, ze gaan recht op hun doel af: geen af- of misleidende zijsprongetjes, nutteloze nevenverhaaltjes of bladvullende overdenkingen, en vooral geen overbodige personages. Het verhaal wordt niet zozeer verteld als een feitelijke beschrijving van gebeurtenissen, maar eerder via de gedachten en de emoties van de medespelers. Zelfs tijdens de gewelddadige ontknoping blijft de aandacht gefocust op de razende gedachten, de angstige emoties en de beklemmende paniekgevoelens van de protagonisten. Prachtig werk!
De auteurs besteden veel aandacht aan de karakterisering van hun personages, en ze leveren geen halfhartig werk af. Twee sterke figuren treden naar voren: de wanhopige moeder die met een bewonderenswaardige koppigheid op zoek gaat naar haar zoontje, en Nina Borg, een sterke vrouw met een bijna fanatieke drang tot het helpen en ondersteunen van de sociaal zwakkere medemens, een soort Florence Nightingale in het kwadraat. Om het gevonden jongetje te beschermen wil zij werkelijk tot het uiterste gaan en geen enkel risico nemen, ze vraagt zelfs aan niemand hulp: niet aan de politie, niet aan haar vrienden, niet eens aan haar echtgenoot.
Nina Borg, wat een karakter, wat een vrouw! Eén met ballen, dat zeker, maar ook met een onverzettelijke sociale overtuiging en duidelijke maatschappijkritische standpunten als het over de zwakkeren gaat. Wat haar drijft, wat haar zo voortjaagt op het pad der sociale hulpvaardigheid komen we hier niet te weten. In een nachtmerrie aan het einde van het verhaal ontwaakt eventjes een sluimerend monster uit het verleden, een onverwerkt trauma naar mag vermoed worden. Voor de lezer betekent dit twee dingen: dat we nog bijlange niet alles weten over Nina Borg, maar ook - en dat is verheugend - dat de auteurs zeker zinnens zijn om met dit personage door te gaan.
Ik teken alvast met overtuiging in op hun volgende thriller.