Advertentie

Als nooit tevoren was hem nu duidelijk dat kunst altijd, voortdurend, door twee dingen in beslag werd genomen. Zij dacht onophoudelijk na over de dood en creëerde daarmee onophoudelijk leven.
Dr. Joeri Andrejevitsj Zjivago

In 1958 werd de Nobelprijs voor Literatuur toegekend aan de Joods-Russische dichter en schrijver Boris Leonidovitsj Pasternak “voor zijn belangrijke prestaties zowel in de hedendaagse lyrische poëzie als in het domein van de grote Russische epische romantraditie”, waarmee de Zweedse Academie hoofdzakelijk op Pasternaks roman Dokter Zjivago doelde. Op 25 oktober 1958, de dag nadat hij het heuglijke nieuws had vernomen, liet de auteur de Academie per telegram weten dat hij “oneindig dankbaar, ontroerd, trots, verrast en overweldigd” was. Maar vier dagen later, op 29 oktober, ontving de Academie opnieuw een telegram waarin Pasternak meedeelde deze “onverdiende prijs” te moeten weigeren “gezien de betekenis die de prijs heeft gekregen in de maatschappij waarin ik leef.”

De plotse omzwaai, van dankbare aanvaarding naar schijnbaar nederige afwijzing, hield de westerse media maandenlang bezig. De Sovjet-Unie had in de maanden ervoor de publicatie van Dokter Zjivago in West-Europa niet kunnen tegenhouden, en de roman was uitgegroeid tot een strategische pion op het schaakbord van de Koude Oorlog tussen het kapitalistische Westen en de communistische Sovjet-Unie. Het getouwtrek tussen beide machtsblokken, met de roman als rood lintje, werd in de westerse pers opgeklopt tot “de zaak Zjivago”, maar was vooral symptomatisch voor de krachtmeting tussen de geheime diensten van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, tussen de CIA en de KGB.

Vandaag toont Dokter Zjivago vooral aan wat een machtig wapen literatuur wel kan zijn, en wat een onvoorstelbare kracht er van het geschreven woord kan uitgaan.

De schrijver en het communisme

Pasternak paste op geen enkele manier in het communistische wereldbeeld. Hij was een extreme individualist met een afkeer van alles wat naar collectivisme neigde, en kon zich niet vinden in het “utilitaire programmatische massakarakter” van het nieuwe postrevolutionaire maatschappelijke bestel (1), maar hield te veel van zijn land om te emigreren (2). Hij beschouwde het bolsjewisme toen nog als een voorbijgaand fenomeen, en nam nooit de moeite er zich openlijk tegen te verzetten; in feite interesseerde politiek hem niet. Wellicht daardoor kon hij in de eerste decennia na de revolutie zijn poëzie blijven publiceren (3), en tegen het eind van de jaren twintig is zijn reputatie als een van de belangrijkste Russische schrijvers gevestigd. In 1934, op het eerste Congres van Sovjetschrijvers, werd hij zelfs geproclameerd als “eerste Sovjetdichter”.

Onder Jozef Stalin nam de repressie gestadig toe. Iedere uiting van non-conformisme, dissidentie, individualisme of liberalisme werd meedogenloos bestraft. Miljoenen burgers ‒ waaronder, uiteraard, veel vrijdenkende kunstenaars ‒ werden geëxecuteerd, of uitgewezen, of verbannen naar strafkampen. In 1937 botste ook Pasternak met het gezag. Toen (alweer) een schijnproces werd gevoerd tegen “ontaarde bourgeois schrijvers” (4) weigerde Pasternak de beschuldigende petitie te ondertekenen. Hij was meteen verdacht, werd vanaf dan in het oog gehouden en monddood gemaakt, maar niet aangehouden: tot eenieders verbazing weigerde Stalin Pasternaks arrestatiebevel te ondertekenen, naar verluidt met de woorden “raak hem niet aan, hij woont in de wolken” (5).

Waar hij Stalins mededogen aan te danken had blijft een raadsel ‒ beiden waren Georgiërs, en misschien speelde dat mee ‒ maar in ieder geval durfde niemand nu nog aan Pasternak te raken. Hem oppakken kon niet meer na de oekaze van Stalin, hem op alle mogelijke manieren muilkorven wel. Pasternak hield zich dan maar noodgedwongen bezig met het vertalen van Shakespeare, Goethe, Schiller en Georgische dichters. Anderzijds kreeg hij nu ook tijd om aan de realisatie van zijn levensdroom te werken: een epische roman in de trant van zijn grote voorbeeld Leo Tolstoj, een roman die zijn meningen over “de kunst, het evangelie, het leven van de mens in de geschiedenis en nog veel meer” zou weerspiegelen, en waarin hij “zijn rekening zou vereffenen met het Jodendom en met alle vormen van nationalisme” (6).

Het concept van Dokter Zjivago speelde al enkele decennia door zijn hoofd, en meteen na het einde van WO II begon Pasternak gestructureerd aan dit opus magnum te werken ‒ tegen beter weten in, want behalve vertalingen had hij al ruim tien jaar amper iets van eigen werk gepubliceerd gekregen. Toch schreef hij naarstig verder, in de hoop op betere tijden…

De zaak Zjivago: een politieke thriller

Eind 1955 was de roman klaar en schenen er zich effectief betere tijden aan te dienen. Jozef Stalin was overleden en opgevolgd door de mildere Nikita Chroesjtsjov die de daden van Stalin openlijk afkeurde. Een periode van artistieke dooi (7) trad in. Pasternak scheen nu meer krediet te krijgen: in 1954 kondigde het literaire staatsmaandblad Znamja (Het Vaandel) de komst van Dokter Zjivago aan, en publiceerde het tien gedichten uit de roman. Dat gaf Pasternak vertrouwen, weliswaar getemperd omdat de Sovjet-Unie in de nasleep van het zogenaamde Joodse Dokterscomplot (8) overspoeld werd door een nieuwe golf van antisemitisme .

In 1956 werd het manuscript echter toch afgewezen “omdat de roman de Oktoberrevolutie, de mensen die eraan deelnamen en de sociale constructie van de Sovjet-Unie op een lasterlijke manier voorstelt.” Pasternak had bijna tien jaar aan Dokter Zjivago gewerkt; de afwijzing was een enorme opdoffer!

Rond die tijd maakte hij kennis met de in Moskou werkende Italiaanse communist Sergio d’Angelo, die relaties onderhield met de Milanese communist en uitgever Giangiacomo Feltrinelli (9). Een ontgoochelde Pasternak, die nu alle hoop op publicatie in eigen land kwijt was, liet zich makkelijk overhalen. Hij overhandigde d’Angelo het manuscript met de woorden “je bent bij dezen uitgenodigd op mijn terechtstelling.” De roman zonder toelating in het Westen laten verschijnen zou hem immers zwaar worden aangerekend, en dat besefte Pasternak heel goed.

De autoriteiten kregen snel lucht van Pasternaks illegale actie, en haalden alles uit de kast om de publicatie in het buitenland te verhinderen. Eerst ontving Feltrinelli een telegram van de ‒ uiteraard zwaar onder druk gezette ‒ auteur met de vraag het manuscript dringend terug te sturen “omdat ik delen van de roman wens te herschrijven”; Feltrinelli doorzag het manoeuvre, en weigerde. Een afvaardiging van de Russische schrijversbond toog naar Milaan met dezelfde bedoeling, maar alweer hield Feltrinelli het been stijf. Leden van de Russische ambassade uitten niet mis te verstane bedreigingen maar kregen hetzelfde antwoord, net als de afgezanten van de Italiaanse communistische partij die herhaaldelijk probeerden Feltrinelli op andere gedachten te brengen; ten langen leste werd Feltrinelli uit de partij gezet.

Het mocht allemaal niet baten, de uitgever plooide niet. In november 1957 verscheen Il dottor Zivago, de Italiaanse versie van Dokter Zjivago, en enkele maanden later was de roman al in achttien andere talen verschenen (uiteraard niet in het Russisch). De Sovjet-Unie ging razend tekeer, en de Russische pers putte zich uit in een nooit geziene lastercampagne jegens de auteur en het “literaire onkruid” dat hij had geschreven.

Ook de westerse pers volgde de affaire op de voet, iedere ontwikkeling, hoe onbeduidend ook, werd in geuren en kleuren gerapporteerd. Dat trok de aandacht van de Amerikaanse CIA, die de zaak aangreep om de Russische aartsrivaal te jennen. In allerijl liet de CIA ‒ met medewerking van de BVD (10) ‒ bij de Haagse uitgeverij Mouton & Co duizend exemplaren van Dokter Zjivago in het Russisch drukken, die op de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel, notabene via het paviljoen van Vaticaanstad, gratis werden uitgedeeld aan Russische bezoekers.

In de Sovjet-Unie zag men het allemaal met lede ogen aan en likte men de wonden. Eind 1958 kwam de volgende vernedering, toen de Zweedse Academie de Nobelprijs voor Literatuur toekende aan Boris Pasternak, terwijl de Sovjet-Unie Michaïl Sjolochow had voorgedragen. Opnieuw kreeg de auteur in eigen land een golf van haat over zich heen. Er kwamen massademonstraties (uiteraard georkestreerd door de overheid), en hij werd uitgemaakt voor landverrader, decadente snob en verwaande bourgeois. In een toespraak tot de jongerenafdeling van de Communistische Partij vond KGB-topman Vladimir Semitsjastni de vergelijking tussen Pasternak en een varken beledigend… voor het varken dan wel, want dat bevuilt zijn eigen nest niet (11).

Uiteindelijk werd Pasternak uit de Schrijversbond gezet, en dat kraakte hem finaal. Hij overleed in 1960, maar Dokter Zjivago zou nog jarenlang een rol spelen in het politiek-ideologische steekspel tussen het vrije Westen en het communistische Oosten.

Na Pasternak

De illegale publicatie in het Westen, het enorme succes, de Nobelprijs… allemaal vernederingen die de Sovjet-Unie niet zonder weerwoord kon laten: Dokter Zjivago moest de vergeetput in, en snel. Michaïl Sjolochow, de schrijver van De stille Don aan wie de Nobelprijs zo smadelijk was ontzegd, werd nu op alle mogelijke manieren gepromoot en klaargestoomd om de volgende Russische Nobelprijswinnaar te worden. Hij kreeg de ene literaire onderscheiding na de andere, vergezelde partijleider Nikita Chroesjtsjov op diens officieel bezoek aan de Verenigde Staten, ontving de Leninprijs, werd samen met de beroemde kosmonaut Joeri Gagarin opgenomen in het Centraal Comité van de communistische partij, enz.

Die jarenlange promotiecampagne had succes: in 1965 kreeg Michaïl Sjolochow inderdaad de Nobelprijs voor Literatuur. Helaas voor de Sovjet-Unie zakte de hele opzet als een kaartenhuisje in elkaar, want luttele twee maanden later verscheen de film ‘Doctor Zhivago’ van de Britse regisseur David Lean, en die veegde als een ware tsunami alle belangstelling voor de zopas toegekende Nobelprijs van tafel. De met Oscars en Golden Globe Awards overladen superproductie (met Omar Sharif, Julie Christie en Geraldine Chaplin in de hoofdrollen) was een gigantisch succes, en dat is nog zacht uitgedrukt. De hele (niet-communistische) wereld wilde de film zien, en zag hem ook. In de nasleep van het filmsucces konden uitgeverijen de herdrukken van de roman amper bijhouden. Niemand sprak nog over Michaïl Sjolochow, niemand sprak nog over De stille Don.

Het was voor de Sovjet-Unie de zoveelste koude douche. Erger nog, toen eind jaren zeventig het gegronde vermoeden ontstond dat Sjolochow de eerste twee delen (van vier) van De stille Don niet zelf had geschreven maar had gestolen van de in 1920 overleden auteur Fjodor Krjoekov, was de beschamende vernedering compleet en stond de Sovjet-Unie nog maar eens in haar hemd.

Eerherstel

In het midden van de jaren tachtig ging de Sovjet-Unie, onder leiding van partijvoorzitter Michaïl Gorbatsjov, een liberalere koers varen. Veel oud kwaad werd goedgemaakt, en in 1988 verscheen eindelijk de eerste officiële Russische editie van Dokter Zjivago. Het jaar daarop mocht Pasternaks zoon Jevgeni naar Oslo reizen om de oorkonde van zijn vaders Nobelprijs alsnog in ontvangst te nemen (maar niet de geldprijs, die was intussen vervallen).

Ironisch detail: die eerste Russische editie werd verzorgd door het literaire tijdschrift Novy Mir, dat in 1956 de publicatie had afgewezen.

Het verhaal: een waarschuwing

Een complexe roman samenvatten is nooit makkelijk, en dat geldt ook voor deze. Maar omdat Dokter Zjivago een zo mooi, stijlvol en dramatisch liefdesverhaal is dat bovendien op de internationale politieke scène zo’n zwaarwichtige betekenis kreeg, acht ik het belangrijk daar een (poging tot) veelomvattende samenvatting over te schrijven.

De complexiteit van de roman laat niet toe dat in enkele alinea’s te doen. Wat volgt is een uitgebreid resumé dat, naar ik hoop, niet alleen de dramatische schoonheid en de politieke relevantie van dit meesterwerk weerspiegelt, maar bovenal de lezers zal aanmoedigen om met dit boek kennis te willen maken.

Aan wie meent dat ik een “spoilergrens” overschrijd wil ik dit zeggen: op het internet zijn veel samenvattingen te vinden, sommige nog veel gedetailleerder en onthullender dan onderstaande. Op de Engelstalige Wikipedia bijvoorbeeld staat een uiterst gedetailleerde synopsis (12), die bovendien nog correct is ook, wat niet van alle samenvattingen kan gezegd worden.

Niettemin deze waarschuwing: wie de roman zonder voorkennis wil lezen slaat het volgende hoofdstuk best over.

Het verhaal: een samenvatting

Oktober 1902. Na de begrafenis van zijn moeder wordt de elfjarige wees Joeri (Joera, Joerotsjka) Andrejevitsj Zjivago liefdevol opgevangen in het gezin van professor Aleksandr Aleksandrovitsj Gromeko in Moskou, waar hij omgeven wordt “door een benijdenswaardige positieve atmosfeer” en opgroeit naast Gromeko’s dochter Tonja.

Op een dag in 1906 is Joeri erbij als de professor steun gaat bieden aan een vrouw die in haar woning zelfmoord heeft willen plegen. Terwijl de professor zich om de vrouw bekommert, wacht Joeri in een donker halletje vanwaar hij kan binnenkijken in een halfduistere kamer waar een meisje, zo te zien ongeveer van zijn leeftijd, zit te slapen. Ze wordt wakker als een wat oudere, goedverzorgde heer de kamer betreedt, en Joeri is onwillekeurig getuige van een intiem moment tussen de twee. Niet zozeer het meisje, dan wel het tafereel fascineert hem:
Joera verslond de twee met zijn ogen. Vanuit het halfduister, waar niemand hem kon zien, keek hij onafgebroken naar de lichtcirkel van de lamp. Het tafereel van de horigheid van het meisje was onbegrijpelijk geheimzinnig en schaamteloos onverbloemd. Tegenstrijdige gevoelens verdrongen zich in Joera’s borst. Ze waren van een nog nooit ervaren kracht, die een steek door zijn hart deed gaan.

Het meisje is Larissa (Lara) Fjodorovna Guichard, de oudere man Viktor Komarovski, haar minnaar. Joeri is het voorval snel vergeten, maar zij, Lara, heeft diep in zijn onderbewuste toch een krasje op zijn ziel gezet.

Het zijn woelige tijden in Rusland, met stakingen, muiterijen in het leger, opstanden en massabetogingen die hardhandig worden neergeslagen. In Moskou vallen doden als de tsaristische garde het vuur opent op betogende spoorwegarbeiders. Het gaat allemaal grotendeels aan Joeri voorbij, politiek interesseert hem niet, de strijd van de arbeidersklasse nog minder. Hij behoort tot een andere klasse en is vooral met zichzelf bezig.

De jaren gaan voorbij. In 1911 is Joeri ‒ nu student geneeskunde en verloofd met Tonja Gromeko ‒ op kerstavond aanwezig op een druk bijgewoonde party. Plots weerklinkt een schot, een man zakt neer. Joeri haast zich om het lichtgewonde slachtoffer, officier van justitie Boris Kornakov (13), te verzorgen. Dan ziet hij wie geschoten heeft; stomverbaasd herkent hij het meisje dat hij jaren geleden stiekem observeerde in een halfdonkere kamer.
Lara wordt niet vervolgd, daar zorgt haar invloedrijke minnaar Komarovski voor, maar ze moet Moskou wel verlaten. Ze trouwt met haar jeugdvriend Pavel Antipov en verhuist naar Joerjatin, een (fictieve) stad in de Oeral. Joeri trouwt met Tonja.

Tijdens WO I werkt Joeri als militair arts. Hij raakt gewond en wordt opgenomen in een militair hospitaal, waar Lara Antipova tijdelijk aan het werk is als verpleegster. Ze is eigenlijk op zoek naar haar man over wie ze onzekere berichten krijgt: is Pavel Antipov vermist, of overleden, of kloppen de geruchten dat hij de gevreesde, radicale revolutionair Strelnikov is?

Eens hersteld, blijft Joeri in het hospitaal aan de slag als arts. Hij werkt nu nauw samen met Lara, die niet bepaald onder de indruk is van de jonge arts. Hij kampt echter wél met onduidelijke gevoelens die heen-en-weer slingeren tussen Lara en zijn oprechte liefde voor Tonja. Die “nieuwe” gevoelens verwarren hem:
Dat nieuwe was zuster Antipova, die door de oorlog God weet waar verzeild was geraakt, die een hem volslagen onbekend leven leidde, een ander nimmer verweet en zich bijna beklaagde door niets te zeggen, die raadselachtig kort van stof was en zo sterk door haar zwijgen. Dat nieuwe was Joeri Andrejevitsj’ oprechte pogen haar uit alle macht niet lief te hebben, zoals hij zijn leven lang gepoogd had alle mensen, en al helemaal zijn gezin en naasten, met liefde tegemoet te treden.

Na de oorlog keert Lara terug naar Joerjatin, en Joeri naar zijn familie in Moskou. Daar heeft de communistische Oktoberrevolutie van 1917 het samenlevingsmodel drastisch omgegooid, en de Zjivago’s ‒ ze hebben ondertussen een zoontje ‒ kunnen er maar moeilijk in aarden. Ze hebben nooit moeten vechten om te overleven, maar nu wel. Vooral Joeri kan de zogenaamde herverdeling van de rijkdommen maar niet verteren en komt geregeld in gevaarlijke aanvaring met de nieuwe machthebbers; wie vroeger dienaar was, is nu meester; wie vroeger niets had, wil nu veel.

Na een tijd vol tegenslagen en ontbering besluiten ze Moskou te verlaten en de rust van het platteland op te zoeken op Varykino, het oude landgoed van de familie Gromeko in het Oeralgebergte. Daar breekt een gelukkige tijd aan. De rust inspireert Joeri tot het schrijven van talrijke gedichten, en hij geniet van het werk op het land:
Wat een zaligheid om van de vroege ochtend tot de late avond voor jezelf en je gezin te werken, een onderkomen te bouwen, de grond te bewerken om in je voedsel te voorzien, als een Robinson Crusoe je eigen wereld in het leven te roepen, de Schepper te imiteren in het creëren van een universum, jezelf in navolging van je eigen moeder steeds opnieuw ter wereld te brengen!

Professor Gromeko, Tonja en Joeri lezen graag, en Joeri trekt geregeld te paard naar de bibliotheek in het nabijgelegen Joerjatin. Tijdens een van zijn bezoeken ontmoet hij Lara die zich nu wél tot hem voelt aangetrokken. Ze vertelt hem dat haar echtgenoot inderdaad de angstaanjagende legercommissaris Strelnikov is.

Joeri gaat nu vaker naar Joerjatin om bij Lara te kunnen zijn. Hun liefde is intens, onbaatzuchtig en onvoorstelbaar altruïstisch, ze verwijten noch belemmeren geenszins elkaars liefde voor hun partners.

Als Joeri op een avond terugrijdt naar Varykino wordt hij ontvoerd door bolsjewistische partizanen, die een dokter in hun rangen wel kunnen gebruiken. Ze nemen hem mee op hun marsen door het land, verder en verder weg van Varykino en Joerjatin. Hij is niet echt hun gevangene, wordt nooit geboeid of opgesloten, maar wel goed in het oog gehouden. Hij mag zelfs slapen in de tent van de partizanenleider, die hem evenwel mateloos verveelt en irriteert met urenlange exposés over marxisme, de onoverwinnelijkheid van het socialisme en de onstuitbare kracht van de arbeidersbeweging. Het interesseert Joeri allemaal niet.
Ruim twee jaar trekt hij met dit “woudleger” op, tot hij van een onoplettendheid gebruik kan maken en ontkomen.

Na een maandenlange voettocht komt hij uitgeput, uitgehongerd en uitgemergeld in Joerjatin aan. Daar verneemt hij dat zijn familie naar Moskou is teruggekeerd. Hij zoekt Lara op en ontdekt dat er tussen haar en Tonja een hechte vriendschap is gegroeid; Lara heeft Tonja zelfs bijgestaan toen ze enkele maanden na Joeri’s ontvoering beviel van een dochter. In een brief, die maandenlang onderweg was, schrijft Tonja hem dat zij met hun twee kinderen en haar vader het land wordt uitgezet. Joeri zal hen nooit meer terugzien.

Dan duikt Viktor Komarovski weer op, nu erg machtig in de communistische partij. Hij vertelt Lara dat ze gevaar loopt gearresteerd te worden nu Strelnikov in ongenade is gevallen. Hij stelt voor haar uit de Sovjet-Unie te smokkelen. Aanvankelijk weigert ze, maar op aandringen van Joeri gaat ze uiteindelijk toch met Komarovski mee. Joeri weet niet dat Lara op dat moment zwanger is. Ook haar zal hij nooit meer zien (14), noch ooit vernemen dat zij enkele maanden later bevalt van hun dochter Tania.

Joeri keert, door ziekte verzwakt, terug naar Moskou. Hij huwt opnieuw, wordt nog vader van twee kinderen, maar verlaat dit gezin weer om alleen te gaan wonen en aan zijn literaire projecten te werken, die hij evenwel nooit beëindigt. Mede door de bemiddeling van zijn halfbroer Jevgraf Zjivago ‒ die hij in zijn leven maar een paar keer heeft gezien en over wie hij niets weet ‒ krijgt Joeri een betrekking als arts in een ziekenhuis. Op zijn eerste werkdag stapt hij ‘s ochtends nabij het ziekenhuis uit de tram, krijgt na enkele passen een hartaanval, en sterft op straat …

Lara is aanwezig op de begrafenis. Ze is naar Rusland teruggekeerd om Tanja te zoeken, die ze destijds ongewild heeft moeten achterlaten. In de tijd na de begrafenis helpt ze Jevgraf met het uitsorteren van Joeri’s geschriften en gedichten. Maar dan…
Op een keer verliet Larisa Fjodorovna het huis en keerde niet meer terug. Kennelijk was ze in die dagen op straat gearresteerd en God weet waar gestorven of verdwenen. Vergeten onder een naamloos nummer op naderhand verloren gegane lijsten, in een van de ontelbare algemene of voor vrouwen opgezette concentratiekampen van het noorden.

Lara heeft Tanja nooit gevonden. In 1943 komt Jevgraf Zjivago ‒ nu generaal-majoor in het Rode Leger ‒ haar toch op het spoor. Ze vertelt hem over haar moeilijk leven nadat haar moeder haar had achtergelaten. Ze heeft zelf min of meer kunnen reconstrueren hoe ze destijds van haar moeder gescheiden is geraakt, en heeft daar vrede mee. Jevgraf, ontroerd over het feit dat hij nu plots oom is, zal zich voortaan over haar bekommeren.
Het verhaal eindigt “vijf of tien jaar later” ‒ dit moet dan in 1948 of 1953 zijn ‒ als twee oude vrienden van Joeri zich over zijn nagelaten geschriften buigen, die door Jevgraf in één bundel werden verzameld: het levensverhaal van Joeri Zjivago, arts en dichter.

In het laatste deel zijn 25 gedichten van Joeri Zjivago opgenomen.

Literaire identiteit, opbouw en taal

Boris Pasternak was in de eerste plaats een dichter van zijn tijd, maar als prozaïst eerder een anachronisme. Al van jongs af aan was hij begeesterd door de literatuur uit de gouden tijd van de grote Russische epiek ‒ grofweg de tweede helft van de 19de eeuw, met Fjodor Dostojevski, Ivan Toergenjev en Leo Tolstoj als uithangborden.

Dokter Zjivago is dan ook in die traditie geschreven, en draagt in zich de epische symbolen die de literatuur van zijn grote voorbeelden typeren: het weidse geografisch panorama, de historische overkoepeling, de overmaat aan (meestal genuanceerde) gevoelens, de oprechte liefde voor Moedertje Rusland, het grote aantal personages, enz. En toch is de roman ook anders…

De structuur is op zijn minst bizar te noemen. Wellicht laat mijn samenvatting al min of meer zien dat de roman fragmentarisch is opgebouwd. Het hele verhaal hangt aaneen van toevalligheden die soms bijna té toevallig zijn. In het immens uitgestrekte Rusland blijft Joeri Zjivago maar “toevallige” ontmoetingen hebben ‒ soms zelfs meerdere keren met hetzelfde personage ‒ al hebben die ontmoetingen wel allemaal hun symbolische betekenis. Eigenaardig genoeg komt de auteur hier prima mee weg: je krijgt als lezer echt nooit het gevoel dat die coïncidenties kunstmatige ingrepen zijn die de vertelling in een bepaalde richting moeten stuwen. Van de eerste tot de laatste pagina suggereert Dokter Zjivago een “natural flow”.

Bizar vond ik ook het opvallende onevenwicht tussen de beschrijvingen van belangrijke en minder belangrijke gebeurtenissen. Zo weidt Pasternak soms breedvoerig uit over kleine, schier onbeduidende voorvalletjes, terwijl hij gebeurtenissen met een dramatische impact in één kort zinnetje, terloops en zonder uitleg, meedeelt. Maar juist door die belangrijke dingen niet in het lang en het breed uit te smeren komen ze bij de lezer wel binnen als mokerslagen.

Dokter Zjivago is een autobiografische roman, geschreven vanuit Pasternaks overtuiging dat het communisme als samenlevingsmodel misschien wel kon overleven, maar dat het nooit het diepmenselijke verlangen naar persoonlijk geluk zou kunnen overheersen of aansturen. In een interview, kort voor zijn dood, zei hij daarover: “Er zal geen terugkeer zijn naar de dagen van onze vaders en voorvaders, maar ik voorzie dat in de toekomst hun waarden zullen herleven.” Hij heeft, uiteindelijk, voor een deel gelijk gekregen.

Joeri Zjivago is Pasternaks alter ego, de vertolker van zijn gedachten en een voorbeeld van de intelligente, eerlijke maar twijfelende, onzekere mens. Joeri’s onzekerheid is trouwens het hele verhaal door voelbaar. Ze komt voort uit zijn onvermogen om de door-en-door humane natuur enerzijds, en de gevoelloze, rationele theorie van het Marxisme anderzijds, met elkaar in overeenstemming te brengen. Ondanks zijn filosofische overpeinzingen over mens en maatschappij, of bijvoorbeeld de ideologische preken van de partizanenleider, sterft Joeri Zjivago zonder dat deze tegenstelling is opgelost. Hij wilde eigenlijk alleen maar gelukkig zijn, maar de revolutie werkte hem zijn leven lang tegen.

De roman is dan ook één lang pleidooi voor de persoonlijke vrijheid en het individuele denken, en botste daarom met een regime dat het individuele welzijn onderdrukte ten voordele van de maatschappelijke welvaart:
Toen kwam de leugen over het Russische land. De grootste ramp, de wortel van het toekomstige kwaad, was dat het geloof in de waarde van de eigen mening verloren ging. De mensen verbeeldden zich dat de tijd voorbij was waarin je deed wat je morele instinct je ingaf, dat je nu met de meute mee moest zingen en naar andermans, aan iedereen opgedrongen inzichten moest leven. De heerschappij van de frasen begon zich uit te breiden, eerst die van de monarchie, daarna die van de revolutie.

Toch had Pasternak nooit de bedoeling een contrarevolutionair pamflet te schrijven, en het is hem tot het einde van zijn leven blijven verbazen dat de overheid de roman aldus interpreteerde.
Dokter Zjivago is geschreven in prachtig poëtisch proza. Met name de natuurbeschrijvingen zijn overweldigend mooi, en het valt mij moeilijk uit de overvloed een voorbeeld te selecteren. Hier krijgt een ordinaire waterval een ziel, een karakter, wordt zelfs bijna menselijk:
Niets in de omgeving kon de waterval evenaren, niets kon eraan tippen. Hij was schrikwekkend in zijn unieke verschijning, die van hem een met leven en bewustzijn begiftigd iets gemaakt had ‒ een sprookjesdraak of een mythische slang uit deze streken, die hier zijn tribuut had opgelegd en de omgeving had kaalgeslagen.
Halverwege zijn tuimeling stortte de waterval zich op een vooruitstekende punt van een klif en spleet in tweeën. De bovenste waterzuil bewoog bijna niet, maar de onderste twee staakten geen moment hun nauwelijks waarneembare beweging heen en weer, alsof de waterval aldoor uitgleed en zich weer oprichtte, uitgleed en zich weer oprichtte, en nog zo vaak wankelde, maar aldoor op de been bleef.

De 25 gedichten van Joeri Zjivago, die in het laatste deel van de roman zijn opgenomen, zijn intiem, gevoelig en prachtig. Tenminste, dat vind ik, maar ik geef toe dat ik geen poëziekenner ben. Ik was na het lezen in elk geval aangedaan en ontroerd, en dat volstaat.

Boris Pasternak

In de vorige hoofdstukken is al veel verteld over het leven van de auteur, en ik beperk mij tot enkele korte aanvullingen.
Boris Leonidovitsj Pasternak werd geboren op 10 februari 1890 in een welstellende Joodse familie. Zijn vader was kunstschilder en docent aan de Moskouse kunstacademie, zijn moeder concertpianiste. Boris volgde eerst een muziekopleiding, studeerde vervolgens filosofie, maar koos uiteindelijk voor het schrijverschap. Zijn eerste dichtbundel verscheen in 1914.

Hij huwde twee keer, maar in 1946 ontmoet hij de literaire redactrice Olga Ivinskaja met wie hij tot aan zijn dood een relatie had. Zij stond model voor de figuur van Lara Antipova. Olga Ivinskaja werd meermaals opgepakt en gevangengezet. Ze zat in de gevangenis toen Boris Pasternak op 30 mei 1960 overleed.

Besluit

Ik denk niet dat ik het boek nog meer moet aanprijzen, maar ik wil eindigen met een grote onderscheiding voor vertaalster Aai Prins, die er in geslaagd is Pasternaks poëtische taalgevoel in haar vertaling mee te nemen. En een pluim ook op de hoeden van Margriet Berg en Marja Wiebes, die instonden voor de vertaling van de gedichten van Joeri Zjivago.

(1) Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur, deel VI, p. 402.
(2) Zijn ouders verlieten de Sovjet-Unie definitief in 1921 om zich eerst in Berlijn en vervolgens in Londen te vestigen. Boris’ beide zussen gingen met hen mee.
(3) Pasternaks tweede dichtbundel verscheen in het jaar van de communistische revolutie, 1917.
(4) Nawoord van vertaler Aai Prins. De gewraakte schrijvers waren Anna Achmatova en Michail Zosjtsjenko.
(5) Ann Pasternak Slater, Rereading Doctor Zhivago, The Guardian van 6 nov. 2010 (eigen vertaling). Ann Pasternak is een nicht van de auteur.
(6) Nawoord van vertaler Aai Prins.
(7) Zo genoemd naar de roman De dooi van Ilja Gregorjevitsj Ehrenburg uit 1954, die als het keerpunt wordt gezien.
(8) Op het einde van zijn leven ontketende de antisemiet Stalin een hetze tegen een aantal Joodse dokters die zogenaamd van plan waren hooggeplaatste gezagsdragers te liquideren. De Sovjetpers blies de zaak enorm op, en het volk hapte gretig toe. De hele affaire was, zoals jaren later bleek, een product van Stalins paranoïde geest.
Vasili Grossman, schrijver van Leven & Lot en nochtans zelf Jood, mede-ondertekende de beschuldigingsakte tegen de Joodse artsen; hij had daar de rest van zijn leven spijt van.
(9) Feltrinelli zou later, in 1967, wereldberoemd worden toen hij 100.000 posters drukte met daarop de iconische foto van Che Guevara.
(10) De Nederlandse geheime dienst, vandaag AIVD.
(11) Palmen, E. (2014, 14 sept) op www.biografieportaal.nl/: Boris Pasternak en de zaak Zjivago.
(12) https://en.wikipedia.org/wiki/Doctor_Zhivago_(novel)
(13) In de film van David Lean schiet Lara op haar minnaar, Viktor Komarovski.
(14) In de film van David Lean ziet hij Lara wel nog een keer, namelijk vanop de tram, luttele momenten voor zijn dood; zij merkt hem echter niet op.

Bibliografische gegevens:

Oorspronkelijke titel: Doktor Zivago
Nederlandse titel: Dokter Zjivago
Auteur: Boris Pasternak
Vertaling: Aai Prins (roman), Margriet Berg en Marja Wiebes (gedichten)
Uitgever: Van Oorschot, 2016
Pagina’s: 685

Oudere uitgave:
Vertaling: Nico Scheepmaker
Uitgever: A.W. Bruna & Zoon, 1958.

Reacties op: Warme liefde, koude oorlog

71
Dokter Zjivago - Boris Pasternak
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners