Advertentie

Vader Roman woont met zijn vrouw, die geen naam heeft, en zijn zoontje Victor in Limburg. Hij is van Poolse origine. Zijn ouders zijn in België gaan wonen, waar ze gedwongen waren te blijven door de oorlog (WOII). Dzia Dzio (is deze fantastische naam een eigennaam of is het Pools voor opa?) was een top-voetballer, die door de oorlog zijn carrière in de knop gebroken zag. Dat was voor hem moeilijk te verteren. Hij was een geknakt mens. Hij dronk.
Veel van Romans familie woont nog in Polen. Af en toe treft de hele familie elkaar onder genot van veel drank.
Dit is een mannenboek. Dat wordt onderstreept door uit het citaat van Stromae in het begin en uit het nawoord van Helinski, waarin sprake is van de opeenvolging van vaders en zonen door de tijd heen, als kralen in een eindeloze ketting - om maar eens een erg vrouwelijke metafoor te gebruiken. Daarom krijgt de moeder geen naam. Daarom ligt er ook zoveel nadruk op voetbal. Vrouwen spelen geen voetbal, al moet je dat tegenwoordig niet meer zeggen. Maar toen Victor klein was, speelden er nauwelijks vrouwen voetbal.

Vader Roman is voor zijn werk veel op reis in het buitenland, en dat is eigenlijk zijn lust en zijn leven. Roman is een disfunctionele vader en een slechte echtgenoot. Natuurlijk houdt hij van zijn zoon en zijn vrouw. Maar om die vrouw gaat het hier nu eenmaal niet. Roman paait zijn zoon met mooie praatjes, met luchtfietserij, met sprookjesachtige jongensverhalen van vroeger, van een opa die al een voetballegende werd voordat hij zijn hoogtepunt kon bereiken, en met overrompelende mooie jongensdromen als een eigen voetbalveld in de tuin.
Als Roman zich beperkt voelt door zijn gezin of zijn werk of andere omstandigheden, drinkt hij zijn teleurstellingen weg, zoals zijn vader deed en de rest van zijn Poolse familie. De Polen hebben er ook een handje van zichzelf uit het leven te schrappen, wanneer de problemen hun te na komen. Een hartnekkige familiekwaal.

Zo’n vader geeft zijn zoon een ambigu gevoel. Enerzijds is hij er niet wanneer hij nodig is en komt hij zijn beloften niet na, maar hé.. zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar... wen er maar vast aan. Anderzijds is hij een fabuleuze en fabulerende vader met prachtige verhalen over de Poolse opa en oma, over alle plaatsen in de wereld waar hij geweest is en waar hij nog wil zijn.
Als kind laat Victor zich makkelijk overhalen tot het kamp van zijn vader, en tegen zijn moeder, die de enige is die het gezin draaiend weet te houden, die de jonge Victor een veilig thuis biedt en hem een opleiding laat volgen.

In het tweede deel is Victor een adolescent en verhuist zijn vader naar Afrika, waar naar hij zelf zegt, zijn hart ligt. Dan begint voor Victor de strijd naar de volwassenheid, zijn ‘rite de passage’, waarvan hij zelf de regels moet verzinnen, en maakt hij zich los van zijn vader.
Het eind vond ik verrassend, prima passend en ook met sprinkeltjes licht en hoop. Dat eind kwam op tijd, want inmiddels vond ik de patstelling tussen zoon en vader een beetje langdradig worden.

Helinski heeft een mooi helder en onnadrukkelijk taalgebruik dat hij combineert het gebruik van metaforen en motieven. De metaforen zijn aangepast aan de leeftijd: vrij eenvoudig in het eerste deel, wat uitgesprokener en uitgewerkter in het tweede deel. Dat is een fraai stukje literaire ambacht.
Persoonlijk houd ik erg van onnadrukkelijk taalgebruik. Prachtig is, maar uit de aard van de zaak valt het niet erg op. Meester op dat gebied was de Engelse schrijfster Penelope Fitzgerald; een recenter voorbeeld Elisabeth Strout in Ik heet Lucy Barton, een ok in zekere zin de Japanse schrijver Haruki Murakami.

Het gebruik van motieven, zoals het stuk hout Roman per se uit China mee wil nemen, de medaille van Dzia Dzio, maar ook de helicopter, die op het eind een louterende rol speelt. Vooral het helicopter-motief is knap gevonden en goed ingezet. In dat motief schuilt een hele wereld: mogelijkheid tot ontsnappen, mogelijkheid vrij te worden misschien zelfs ‘verlicht’, maar ook de mogelijkheid een helicopter-view te ontwikkelen: een overzicht. Erg fraai!
Enkele meesters van het motiefgebruik zijn Jeroen Brouwers en AFTh van der Heijden. Maar er zijn voorbeelden te over. Het gebruik van motieven bindt een tekst samen tot een eenheid.
Het laatste stukje had Heleinski niet moeten schrijven: Later krijg ik een zoon....(pp. 235-240); dat doet afbreuk aan de roman en de eenheid van de roman. Laat het vertelde voor zich spreken. Dat eind wijst terug op het citaat aan het begin uit een song van Stromae.

Over de kwestie: Is dit een autobiografisch tekst? volsta ik met te zeggen dat ik dit boek beschouw als een roman, dus als fictie. Dat er - ongetwijfeld - sprake is van autiobiografische elementen maakt het boek niet een betere roman of een beter verhaal.

Wat mij nog even aan het denken zet is de ondertitel: Een vadergeschiedenis. Dat gaat natuurlijk over alle vaders in deze roman: Dzia Dzio, over Roman, over Victor en Victors zonen. Dit is een mannenboek!

Reacties op: Over vaders en zonen

44
Bloemkool uit Tsjernobyl - Roman Helinski
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners