Advertentie

Sylvia Plath, De glazen stolp (De Arbeiderspers, ABC-pocket,1985; oorspronkelijk Faber and Faber, London, 1963)

'De glazen stolp' begint als volgt: 'Het was een merkwaardige, snikhete zomer, de zomer dat ze de Rosenbergs elektrokuteerden, en ik was in New York en wist niet wat ik er deed. […] Ik wist dat er die zomer iets met me mis was, want ik kon aan niets anders denken dan de Rosenbergs en wat een stommeling ik was geweest om al die ongemakkelijke, dure kleren te kopen die nu slap als vissen in mijn kast hingen, en dat alle succesjes die ik al studerend zo onbekommerd bij elkaar had gescharreld als schuimbelletjes uiteenspatten buiten de gepolijste façades van marmer en spiegelglas aan Madison Avenue.'' (p. 7/8). Dat is een een notendop waar het boek over gaat en de toon is meteen gezet.
Tussen haken: de executie vond plaats op 19 juni 1953.

Esther Greenwood weet na de middelbare school niet zo goed wat ze moet gaan doen. Ze heeft weliswaar een beurs voor een College maar wil eigenlijk schrijfster worden. Om de tijd te doden voor ze, naar ze verwacht, op een zomerschrijfcursus wordt toegelaten, loopt ze stage bij een New-Yorkse uitgever; dat is een prijs die ze samen met nog 11 meisjes gewonnen had. Ze verblijven in hetzelfde vrouwenhotel.

Het is direct duidelijk dat Esther anders is dan de andere meisjes, die genieten van hun vrijheid of zich als dames gedragen. Dit is in een tijd dat vrouwen nog handschoenen dragen, ook 's zomers, en een hoed. De tweede feministische golf is nog ver, hoewel er wel al barstjes ontstaan in de volgzaamheid en welgevoeglijkheid van de jonge vrouwen. Er wordt stevig gerookt, gedronken, uitgegaan, gevrijd.

Maar Esther Greenwood is anders; ze is zich ervan bewust dat zij het helemaal niet leuk vindt in New York en dat zij zich in toenemende mate niet thuis voelt bij de anderen. Zij voelt dat de glazen stolp over haar heen gezet wordt.
Als zij na een maand weer thuiskomt bij haar moeder en er bericht is dat zij niet is toegelaten tot de schrijfcursus gaat het snel bergafwaarts met haar. Ze komt haar bed niet meer uit en bezoek aan een psychiater en angst voor elektroshocks brengen geen soelaas.

Door toedoen van haar weldoenster, die ook haar universiteitsbeurs betaalt, (filantropie is in Amerika een normale zaak) komt Esther in een betere psychiatrische inrichting terecht.

Het einde van het boek is curieus. Toen ik het boek 30 jaar geleden las, vond ik het einde hoopgevend, nu na herlezing weet ik dat eigenlijk niet zo. Is het einde hoopgevend of zijn er toch al aanwijzingen voor een niet goede afloop buiten het boek? Het laatste dunkt me meer voor de hand te liggen.

De stijl van Plath is heel eigen; zij schrijft tamelijk anekdotisch, dus eigenlijk wat losse fragmentjes, de verhaallijn is niet vloeiend. De beeldspraak is ongewoon, zoals hierboven: de kleren hangen slap als vissen in de kast. Verder is de toon gewoon en alledaags, prettig, genoeglijk haast als een Young Adult-roman avant la lettre. Maar die genoeglijkheid is natuurlijk schijn. Het is vermoedelijk niet toevallig dat de ik-persoon een joodse naam heeft. De suggestie wordt gewekt dat joodse mensen gezien de Diaspora sneller geneigd zijn tot depressie en zwaarmoedigheid. Natuurlijk verwijst de joodse naam naar Ethel en Julius Rosenberg; een politieke connotatie. De elektroshocks die Esther ondergaat hebben een verband met de elektrische stoel waarop de Rosenbergs sterven. Dat boezemt haar vanzelfsprekend extra angst in.
Sporen van vrouwenemancipatie zijn zeker aanwezig. Esther besluit dat ze geen maagd wil blijven maar ook niet wil trouwen. Dat besluit wordt haar bijna fataal. Bovendien eert Plath met die naam haar Oostenrijkse grootmoeder (van wie ik niet weet of ze joods was).

Deze roman is behoorlijk subtiel, en in vergelijking met de heftigheid van de problematiek (bipolariteit/ernstige depressie en tamelijk achteloze behandelingen met elektroshocks). In die subtiliteit zit ook een sprankel ironie. Daarom is dit een fantastisch boek: de heftigheid wordt heel subtiel maar in heldere bewoordingen gebracht, ondersteund door oorspronkelijke beeldspraak. Dat maakt dit boek een heel eigen boek. Ik betreur het dat Sylvia Plath niet meer fictie heeft kunnen schrijven. Haar leven brak zonder dat haar talent zich ten volle kon ontplooien.

In haar korte leven heeft Plath eigenlijk maar één roman geschreven; zij achtte zichzelf meer een dichteres. Zij leed aan depressies en deed verschillende suïcidepogingen. Haar huwelijk met de dichter Ted Hughes was niet gelukkig.

De roman van Connie Palmen over Ted Hughes 'Jij zegt het' is onlangs verschenen.

Ik lees in 'De brieven' van Sylvia Plath dat 'De glazen stolp' helemaal autobiografisch is en alles idd in 1953 gebeurd is.

Reacties op: Een gewoon Amerikaans meisje

106
De glazen stolp - Sylvia Plath
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker