Advertentie

n mijn hoedanigheid van eenvoudige lezeres heb ik de afgelopen jaren met open mond via de media het gekrakeel in schrijvers- en uitgeversland zitten bekijken. De één verwijt de lezer racisme omdat ‘zwarte’ schrijvers minder vaak worden gelezen, terwijl één van die ‘zwarte’ schrijvers het boek dat de ‘witte’ medemens moest bewegen tot het lezen van boeken van ‘schrijvers van kleur’ tot de grond toe fileerde, omdat het boek een armzalig hoopje slecht geschreven slachtofferpropaganda bleek te zijn. Ondertussen brak elders de hel uit omdat twee heren waren uitgekozen om hun kunstjes te vertonen aan de hand van het thema ‘De moeder, de vrouw’, wat resulteerde in een hysterische handtekeningenactie van het schrijvers- en uitgeversvolk, omdat ook vrouwen over moeders en vrouwen kunnen schrijven en deze groep en hun Helper Mannies (die anders altijd worden afgemaakt vanwege mansplayning) zowat uit elkaar spatten van woede. Inmiddels is de jaarlijkse boekenweek van start gegaan met het jaarlijkse boekenbal en op de social media wordt het evenement afgekamd vanwege het feit dat men beledigd is omdat hij of zij niet of juist wel is uitgenodigd,of zij er niets mee te maken wil hebben of juist wel en iedereen van iedereen wel van iemand vindt dat hij of zij geen echte, geen goede of een foute schrijver is. Zoals ik al zei: Ik ben maar een eenvoudige lezeres en ik ben blij toe, want wat een zooitje onzalige zeikbakken zijn die schrijvers, uitgevers en recensenten zeg…



Gelukkig heb ik al een boek en heb ik ook al een volgende op het oog voor als die uit is. De laatstgenoemde is het boek van een Belgische mevrouw (Cindy Hoetner) en welke ik nu aan het lezen ben is een soort eenakter voor twee personen, namelijk ‘Dwarsdenker des Vaderlands’ van Arthur van Amerongen.

Verrassend aan dit boek is dat het er feitelijk twee zijn die dwars op elkaar liggen en dat het geschreven is door twee dwars op elkaar staande persoonlijkheden, namelijk Arthur van Amerongen zelf en zijn pseudoniem G.H.B. Hiltermann. Ondanks dat beiden zeer reislustig van aard zijn en in columns opschrijven wat zij zoal beleven, verschillen deze twee zielen evenveel van elkaar als een appel en een aardbei.

Ofschoon Arthur van Amerongen zijn uiterste best doet om de ganse mensheid ervan te overtuigen dat hij eigenlijk een heel saai en heel gewoon leven leidt in die door 3000 zonuren per jaar geteisterde Algarve van hem, heeft hij nog steeds de naam een notoire drugsgerelateerde zuipschuit te zijn, die niets anders doet dan snuiven, feesten, drinken en onwaarheden schrijven over groepen die het slachtoffer zijn van van alles en nog wat. Dit is dan wel weer vooral de mening van mensen als Chris Klomp, die maar niet van het idee af te brengen zijn dat alleen iemand zoals bijvoorbeeld Chris Klomp de absolute waarheid en kent, maar dat terzijde.

Want het is ook niet helemáál de schuld van mensen die niet tussen de regels door kunnen lezen dat men denkt dat van Amerongen zo’n schandelijk leven leidt. Dhr. van Amerongen schept er zelf een groot genoegen in om rebels en dwars te doen en vrolijk de vooroordelen over zijn persoon in stand te houden en waar mogelijk nog eens lekker op te blazen. In het Dwarsdenkers-deel van het boek – dat bestaat uit een selectie van columns van van Amerongen die gepubliceerd zijn in de Volkskrant – zijn drank, drugs en rock ’n roll zaken die veelvuldig voorkomen. Maar ook worden mensen op hun nummer gezet als ze dat verdienen en belachelijke dingen die zich in Nederland voordoen worden zorgvuldig tot moes getikt. Daar maak je natuurlijk geen vrienden mee, behalve dan bij mensen die er de humor van kunnen inzien. Want die kunnen van Amerongen wel opvreten.

Evengoed bevat dit gedeelte van het boek ook columns die laten zien dat er in het leven van deze rebelse dwarsdenker ook liefde en verdriet bestaat, iets wat sommigen zich gek genoeg niet kunnen voorstellen en wat dan ook soms tot heel kinderachtige reacties leidt. Maar wat dat betreft is van Amerongen net een otter. Hij dobbert rustig voort en laat alles van zijn vochtwerende vacht afglijden.

Als je het boek op zijn kop houdt en omdraait vind je op de voorplaat de beeltenis van G. H.B. Hiltermann, het keurige pseudoniem-van-stand van Arthur van Amerongen, die iedere maand de toestand van de wereld voor de lezer in HP de Tijd overzichtelijk en begrijpelijk maakt. (Tip: Gebruik twee boekenleggers in plaats van één en leg die overdwars in het boek anders valt een van de twee er tijdens het lezen uit). Voor mensen voor wie dit boek de eerste kennismaking met G.H.B. Hiltermann vormt en die zich afvragen wie die G.H.B. eigenlijk is: In het eerste hoofdstuk lees je precies waaruit G.H.B Hiltermann is geboren en wat voor karakter hij heeft. In mijn optiek is het een rijke, arrogante, op sommige punten wat naïeve goedzak, die zijn stukjes iedere maand in een ander land en een ander belachelijk duur hotel schrijft en die een soort moeder/zoon verhouding heeft met zijn bejaarde huishoudster Agaath. In tegenstelling tot Arthur van Amerongen is Hiltermann een gelegenheidsdrinker die bij bovenmatig veel gelegenheden heeft waarbij gedronken dient te worden, maar die daar niet ’s morgens om tien uur mee begint omdat hij niet in een armetierig Portugees vissersdorp woont waar het traditie is om al om tien uur ’s morgens de hair of the dog van de volgende dag uit te lokken. Drugs zijn aan hem niet besteed. Al hoewel… sigaren bevatten nicotine en dat is ook een drug. Maar snuiven en slikken doet hij in elk geval niet, dacht ik. Maar misschien heb ik daar wel overheen gelezen.

G.H.B. Hiltermann, daar moet je even aan wennen als je aan de soepele schrijfstijl gewend bent die Arthur van Amerongen in zijn cursiefjes voor de Volkskrant bezigt. Hiltermann is een man van het oude geld en hij schrijft de dingen dan ook als zodanig op. G.H.B. Hiltermann heeft de eigenschap om de beestjes zo kakkerig mogelijk bij de naam te noemen, wat een heerlijke combinatie van dure woorden en humor tot gevolg heeft.

Als ik G.H.B. Hiltermann lees stel ik me daar een type voor als De Eerbiedwaardige Teddy Meldrum, gespeeld door Michael Knowless in Did you rang m’lord. Dit vooral omdat ik Jerôme Heldring, Jacques Gans, en Henri Knap niet voor me kan halen en ik mij Willem Oltmans alleen maar kan herinneren als een boze meneer met wit haar, die ik weleens op tv zag terwijl ik met natte haren en in pyjama op de bank zat te duimen. Ik ben, als gewone eenvoudige lezeres, enorm van G.H.B. Hiltermann gaan houden. Heerlijk boek!

Reacties op: Dwarsdenker des Vaderlands

3
Dwarsdenker des Vaderlands - Arthur van Amerongen
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners