Lezersrecensie
Millennials & boomers
“OK, boomer”, beet de jonge Nieuw-Zeelandse parlementariër Chloë Swarbrick haar oudere collega toe, toen hij haar onderbrak in november 2019. Die uitspraak ging de hele wereld over. En het waren die woorden waar ik vaak aan terug moest denken tijdens het lezen van de nieuwste roman van Eleanor Catton, ‘Het woud van Birnam’. Omdat het zich afspeelt in Nieuw-Zeeland, maar vooral omdat het generatieconflict tussen millennials en babyboomers er centraal in staat.
‘Het woud van Birnam’ is de letterlijke vertaling van Birnam Wood, een magisch bos uit Shakespeare’s toneelstuk Macbeth. Dat citaat is ook het motto van het boek. In Cattons boek is het de naam van een collectief van guerillatuiniers uit Christchurch. Guerillatuiniers zijn mensen die landbouw bedrijven op braakliggende stukken grond, bijvoorbeeld bij bejaardentehuizen of kinderdagverblijven. Voor de oprichtster van het collectief, Mira, is dit geen hobby, maar een levensovertuiging, en haar werk. Voor anderen, zoals Mira’s rechterhand, het organisatorische talent Shelley, is het een manier om zich af te zetten tegen hun ouders en hun verwachtingen. Tegenover deze idealistische millennials plaatst Catton de generatie van de babyboomers, in de vorm van Owen en Jill Darvish, gesettelde vijftigers die zich omringd weten door materieel comfort en maatschappelijk aanzien.
Op het eerste gezicht lijkt het alsof Catton hier de kant kiest van de millennials, maar al snel merk je dat zij beide groepen met een flinke dosis sarcasme benadert. Met bijna chirurgische precisie ontleedt zij het idealisme van de millennials, waarachter een rits aan menselijke zwakheden schuilgaat, zoals eigenbelang, egocentrisme en het verlangen naar aandacht, waardering, seks, geld en macht. Ook wordt al snel duidelijk dat deze millennials hun levensstijl alleen vol kunnen houden dankzij hun welgestelde ouders waar ze altijd op terug kunnen vallen. En van zwaktes kan je altijd gebruik maken als je niet het beste met de mens voorhebt, zoals de bijna klassieke (Amerikaanse!) schurk in dit verhaal.
Het boek valt min of meer in twee delen uiteen. In de eerste helft worden de hoofdpersonen uitgebreid geïntroduceerd. Pas in de tweede helft van het boek komt het plot meer op gang. Birnam Wood krijgt de kans om te tuinieren op een landgoed bij een natuurgebied dat door een aardverschuiving geïsoleerd is geraakt. Het is een buitenkansje om uit de rode cijfers te komen, misschien zelfs een echt bedrijf (een start-up!) van hun collectief te maken. Verblind door hun zwaktes en naïviteit hebben ze pas veel te laat door dat hun weldoener misschien heel andere (uiteraard snode) plannen heeft. Het tweede deel zou ik bijna als thriller beschrijven, het eerste deel meer als een maatschappijkritiek.
Beide delen heb ik overigens met veel plezier gelezen, maar wel op heel verschillende manieren. Het eerste deel vond ik - ondanks de traagheid van het plot - het sterkste deel, vanwege de scherpe analyse van de generaties. Het thrillerdeel is best spannend, maar heeft als zwakte dat je als lezer al veel te snel in de kaarten kan kijken van de schurk. Dat komt door de perspectiefwissels, waardoor je als lezer altijd meer weet dan elke individuele hoofdpersoon. Het boek had spannender kunnen zijn als de clou wat later was weggegeven. Al met al een fijne leeservaring, vooral door Cattons scherpe pen.