Advertentie

Oost-Duitsland, ca. 1870- ca. 2000. Als Jan Konst bij de familie van zijn vrouw in de kelder afdaalt, treft hij er een rijk archief aan. Haar overgrootvader Emil begon het ooit aan te leggen. Het blijkt van goudwaarde. De auteur gaat ermee aan de slag en distilleert hieruit een beeld van 4 generaties mensen in Oost-Duitsland. Stabiliteit en standvastigheid was er ver te zoeken en veranderingen deden zich voor met een slagkracht waarvan je gaat duizelen.

Landbouwerszoon Emil Grunewald vertegenwoordigt de generatie 1870. Hij stijgt tijdens zijn leven aanzienlijk op de maatschappelijke ladder. Niet alleen schopt hij het tot “professor”, tevens trouwt hij met Hedwig, een dochter uit de betere kringen in zijn geboortedorp nabij de Tsjechische grens. Samen betrekken ze een aanzienlijke woning in Meissen, de industriestad aan de Elbe die wereldbekendheid verwierf door productie van porselein. Het gezin geniet van de hoogconjunctuur in Duitsland tijdens de jaren 1895-1913. Wereldoorlog I maakte er een einde aan. In 1918 wordt de Weimarrepubliek opgericht. De vette jaren van het Keizerrijk zijn voorbij. De herstelbetalingen die Duitsland moet ophoesten na de oorlogsnederlaag brengen inflatie met zich mee. Mensen zien met lede ogen aan hoe hun geld aan waarde verliest. Waar Emil zich opwerkte door scholing, wees het opzetten van een onderneming voor anderen de weg naar boven. Zoals de schoonouders van zijn dochter Hilde, een familie van houtindustriëlen.

Hilde en haar man Hellmuth staan voor de generatie 1900. Zij zien hoe Meissen vanaf 1933 in de greep komt van het nationaalsocialisme. Voor joden is er geen plaats meer. Toch zijn ze niet blind voor de aanvankelijke successen. Meissen leeft op. Zoals velen weigeren ze het regime actief te steunen maar evenmin keren ze zich tegen hun politiek. Een schoonbroer van Hilde treedt toe tot de NSDAP. Vader Emil maakt een genealogisch overzicht van 5 generaties, bruikbaar om de afstamming te bewijzen. Uit voorzichtigheid laat hij leemtes, want bij zijn vrouw Hedwig treft hij Sorbische (1) voorouders aan... In Meissen eindigt de oorlog pas op 7 mei 1945 en de stad komt onder Russische bezetting.

Brigitte, dochter van Hilde en Hellmuth, en echtgenoot Gerd zijn van de generatie 1930. Zij constateren hoe de Russische bezetters in heel Oost-Duitsland fabrieken ontmantelen en naar de Sovjetunie voeren. Door de nationalisering van de industrie kunnen maar weinig ondernemers hun bedrijf behouden; het houtbedrijf van Brigittes familie valt aan onteigening ten prooi. In 1949 wordt de DDR opgericht met Wilhelm Pieck als president en staatsraadvoorzitter Walter Ulbricht als de facto staatshoofd. Het zou een Duitsland zijn waarin arbeiders en boeren meer tellen dan grootkapitaal en aristocratie. Brigitte en Gerd willen de DDR een kans geven. Beiden krijgen een aanstelling als leerkracht. Ze nemen deel aan het centraal georganiseerde toerisme dat op gang komt. Ze zien hoe de jongerenvereniging nu Freie Deutsche Bund heet en niet meer Hitlerjugend of Bund Deutsche Mädeln, hoe de ideologische doelstelling ervan de Socialistische Heilsmaatschappij is, in plaats van het Duizendjarige Rijk. In het dagelijkse leven zwaait de SED (Socialistische Einheitspartij Deutschland) de plak. Met de alomtegenwoordigheid van de geheime dienst, is het leven onder een vergrootglas. Het welvaartsniveau in de DDR loopt steeds meer achter op West-Duitsland. Protesten zoals in 1953 worden bloedig onderdrukt, mensen proberen het land te ontvluchten. Tot op één nacht in 1961 de Berlijnse Muur wordt opgetrokken. Vanaf de jaren 60 worden de materiële omstandigheden langzaam beter en kan men reizen naar bevriende buurlanden. Wie een kaderfunctie ambieert moet SED-lid zijn. Voor Gerd een stap te ver. Toch zoekt hij zijn weg en kan door zijn groot sociaal netwerk en handigheid in het bespelen van lokale partijfunctionarissen heel wat gedaan krijgen. Vanaf de jaren 70 gaat het weer bergaf in de DDR. Mensen leren lang wachten op een Trabant, TV of koelkast. Wie over D-marken beschikt kan terecht in Intershops, waar alles wat in de DDR schaars is rijkelijk voor handen is. Uiteindelijk is het land uitgeleefd, maar behoudt tot laat in de jaren 80 de centraal geleide economie en het machtsmonopolie van de communistische partij. Zelfs de koers van Gorbatsjov wordt niet gevolgd. Maar plots gaat het snel. Als in 1989 de Muur valt, ontpopt het hier-en-nu zich tot een vrijplaats van geluk. Binnen het jaar wordt de D-mark het officiële betaalmiddel en houdt de DDR op te bestaan.

Karoline, dochter van Brigitte en Gerd, en haar leeftijdsgenoten maken deel uit van de generatie 1960. Zij profiteren ten volle van de omwentelingen. Waar het voor vele oudere “ossi’s” aanvankelijk niet meevalt om zich in de vrije marktomstandigheden te bewegen, voegen zij zich betrekkelijk eenvoudig in de nieuwe politieke en economische werkelijkheid.

Jan Konst beschrijft het leven in Oost-Duitsland vanaf ongeveer 1870 tot 2000. Hij doet dat aan de hand van 4 generaties mensen (respectievelijk geboren rond 1870, 1900, 1930 en 1960) die leefden onder wisselende regimes: het Duitse Keizerrijk (tot 1918), de Weimarrepubliek (1918-1933), het Derde Rijk (1933-1945), de Russische bezetting en DDR (1945-1989) en de Duitse eenwording (vanaf 1990). Elke generatie maakt deel uit van een bepaald verwachtings- en normenpatroon. Daar bovenop heeft elk regime (b.v. nazi’s of communisten) wetten, geschreven en ongeschreven regels. Deze kruisbestuiving van generaties en regimes, die de auteur door zijn vernuftige opbouw overtuigend aantoont, is sterk van invloed op de keuzes die de hoofdpersonen hebben moeten of kunnen maken. Of dat juist niet konden of mochten! Dit leidt tot verhelderende inzichten. Waar nodig brengt hij nuance of verdieping aan. Op empathische manier en zonder te veralgemenen, belicht hij hoe elke generatie het bestaan beleefde en onderging in deze “lange eeuw”. Vooral de DDR-tijd is sterk uitgewerkt en doorspekt met treffende gebeurtenissen. Voorzien van foto’s, kaarten, een lijst met afkortingen, persoonsgegevens en een stamboom van de hoofdpersonen.

(1) De Sorben vormen een West-Slavische minderheidsgroep in het oosten van Duitsland.

Reacties op: Vernuftig opgezet boek

49
De wintertuin - Jan Konst
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners