Advertentie

De Russische Leonid Andrejev, geboren in 1871 en, na veel omzwervingen, overleden door suïcide in Finland in 1919, was een expressionistisch auteur. Hij schreef toneelstukken en korte verhalen. De zeven gehangenen kwam uit in 1908 en verscheen in 1909 in een Nederlandse krant als feuilleton, zoals toentertijd gebruikelijk was.
Honderd jaar na zijn dood is de novelle hertaald door Jan Robert Braat en opnieuw uitgegeven door Uitgeverij Thomas Rap. Het is tevens opgenomen in de Schwob-herfstactie van 2019.

Het expressionisme in de eerste decennia van de twintigste eeuw uitte zich in de literatuur door het schrijven over het innerlijke en emotionele van de mens, zoals: gevoelens van angst, isolatie, hulpeloosheid en de dood. Deze kenmerken, samen met realisme en enige kenmerken uit het dadaïsme, zoals maatschappijkritiek, zijn duidelijk van toepassing op de thematiek in Andrejevs werk De zeven gehangenen.

Het eerste hoofdstuk zet een minister in het tsaristische Rusland centraal, over zijn naam of zijn politieke verantwoordelijkheden blijft de lezer in het ongewisse. Van het hoofd van zijn lijfwachten krijgt hij het alarmerende bericht dat er 'om één uur 's middags' een aanslag op zijn leven is beraamd door een groepje terroristische bommengooiers en hij krijgt het advies om met zijn gezin elders onder te duiken. Het zijn echter niet de bommen die hem zullen vellen, maar zijn angsten en nervositeit die zijn slechte gezondheid ondermijnen.

Vijf terroristen - drie mannen, twee vrouwen - worden opgepakt, voorgeleid en veroordeeld tot de doodstraf, die voltrokken zal worden door ophanging. Deze veroordeling horen ze ernstig, maar kalm en gelaten aan - met duidelijke minachting voor de arm der wet -, hoewel ze niet allemaal gevrijwaard zijn van doodsangst.
In ongeveer hetzelfde tijdsbestek krijgen een naïeve, ongeletterde gelegenheidsmoordenaar en een zelfingenomen beroepsmoordenaar/-dief ook de doodstraf door ophanging opgelegd.

'In de vesting waar de terroristen gevangenzaten, bevond zich een klokkentoren met een oude klok. Elk uur, elk halfuur, elk kwartier sloeg de klok iets slepends en droevigs dat traag wegsmolt in de hoogte, als een klaaglijke roep van trekvogels. [...] Dan kwam het weer, bedroog het oor, klonk zacht en klaaglijk, brak af en klonk opnieuw. De uren en minuten vielen als grote, doorzichtige druppels van een onbekende hoogte in een zacht klinkende metalen schaal. Of vlogen voorbij als trekvogels.'

De laatste dagen van hun leven brengen alle gedetineerden door in afzondering, elk in een aparte en mistroostige cel. Slechts twee van hen krijgen de gelegenheid aangeboden om bezoek te ontvangen om afscheid van te nemen. Maar waar de een afscheid neemt van liefdevolle ouders, krijgt de ander slechts bezoek van een droeve moeder vol verwijten, 'zijn vader [...] had geen zin gehad'.

Alle zeven gedetineerden krijgen van Andrejev in de kleine hoofdstukken een podium en beschrijft hij hoe ze individueel omgaan met de vaste wetenschap dat hun leven snel zal eindigen. Ieder van hen vecht op zijn eigen manier een strijd met zichzelf uit, ieder overgeleverd aan eigen hersenspinsels: vergoelijken om als betekenisloos mens een mooie martelaarsdood tegemoet te mogen gaan in de vaste veronderstelling onsterfelijk te zijn, ongeloof, primair reagerend, schaamte, bezinning, angst voor dat wat gaat komen, serene rust en doodsangst, om uiteindelijk tot het besef te komen van het onomkeerbare lot.
Inderdaad, ze wachten op dezelfde onvermijdelijke strop, maar beleven het op zeer individuele manier.

'Hij ging niet meer waarheen hij wilde, maar gebracht waar anderen wilden. Hij koos niet zijn eigen plek, maar werd weggestopt in een stenen kooi, achter slot en grendel, als een ding. Hij kon zelf niet meer kiezen tussen leven en dood, zoals iedereen, maar werd onherroepelijk en onontkoombaar ter dood gebracht. In één ogenblik was hij, de belichaming van wilskracht, leven en sterkte, een droevig voorbeeld geworden van unieke machteloosheid, veranderd in een dier dat wacht op zijn slacht, een hol stemloos ding dat verplaatst, verbrand en gebroken kon worden.'

De novelle leest als een hedendaags verhaal en zou zo ook op kunnen gaan voor de hedendaagse gevangenen die in een dodencel wachten op... de dood. De wetenschap op welk moment je zult overlijden, is beklemmender dan de wetenschap dat je ooit zult overlijden. Of je nu een hoge functie bekleed, of als misdadiger in de kerker zit.

Hoe paradoxaal het ook is, de invoelende, beeldende en poëtische, haast barokke manier van schrijven, voorzien van krachtige metaforen en antoniemen, staat haaks op de inhoud van de beklemmende en zwaarmoedige strekking van het verhaal. Het gebruik van herhalingen maken de boodschap van de auteur nog sterker.

Het door Bert Natter geschreven nawoord geeft een fantastisch inkijkje in het leven, doen en laten van Andrejev.
Een briljant, adembenemend juweeltje van een klassieker!

Reacties op: In het aangezicht van de dood

40
De zeven gehangenen - Leonid Andrejev
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker