Lezersrecensie
Geen Hartslag maar genadeslag
Hartslag is uitgegeven door een POD, een printing on demand-uitgeverij. Veel auteurs, die in vroeger tijden nooit in staat geweest zouden zijn om hun schrijfsels te openbaren, krijgen hiermee de kans om hun eventuele talenten onder het publiek te verspreiden. Voorin het boek schrijft uitgeverij Free Musketeers, dat aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed. Helaas is dit aantoonbaar onjuist. Enkele voorbeelden: Hoofdstuk 11 is nergens te vinden, want na hoofdstuk 10 komt hoofdstuk 12. Jongentje heeft een letter teveel. Een verongelukt gezicht is echt niet hetzelfde als een verongelijkt gezicht. Flankering i.p.v. flonkering in Cuycks ogen. Zwoor i.p.v. zwoer op het graf van zijn oude moeder.
Niet alleen door vorm- en spelfouten maakt deze uitgave een amateuristische indruk. Het begin lijkt nog veelbelovend: hoofdpersoon Wessel Diepraam is een gescheiden verstrooiingsconsulent/onderzoeksjournalist, die voortdurend botst met zijn leidinggevenden. Met een primeur over misdragingen van een politicus probeert hij zijn baantje te behouden. Via een persconferentie en een verdwenen laptop van Conrad Meesters, de populistische leider van de Vrije Libertarische Partij, komt hij op het spoor van illegale onroerend goed transacties in het Groene Hart. Al vlot zit men als onbevooroordeeld lezer echter in een derderangs filmscript vol onlogische gebeurtenissen en overtrokken gevoelens. Zijn cheffin bij de krant- Annelies - is natuurlijk een bazige schoonheid, op wie hij knullig indruk probeert te maken. Met zijn zoontje Sam mag hij dankzij de omgangsregeling naar voetbalwedstrijden, maar de daar door zijn zoontje opgedane kennis omtrent grove scheldwoorden zoals paardensnikkel en mestkevers valt helemaal verkeerd bij Chantal, zijn ex-vrouw. Een zekere Robert-Jan, de nieuwe partner van zijn ex-vrouw, is inderdaad een alternatief therapeut met jammerend stemgeluid en watjesgedrag. Een deelraadwethouder en zijn woordvoerder worden opgevoerd als sprekende buikpoppen, de actievoerder Govert strijdt puur idealistisch tegen het grootkapitaal en de Marokkaanse Nederlander Tarek is een hulpvaardige buurman, die regelmatig letterlijk met zijn spierballen rolt om indruk te maken. De juf van de basisschool klapt regelmatig twee keer enthousiast in haar handen, intussen nietszeggende kreten uitkramend. Een snackbarmeisje belt onmiddellijk de politie, als Wessel een verloren servetje zoekt. Zijn boezemvriend Willem meent, dat seks de drijvende kracht in de geschiedenis is en hij geeft Wessel als die in paniek belt - regelmatig allerlei platvloerse adviezen, onder het genot van de nodige alcohol.
Al snel ontrolt het verhaal zich als een vernieuwde aflevering van comedy-capers, de komische filmpjes van knullige Amerikaanse Keystone Kops - agenten uit het begin van de twintigste eeuw. De Randstedelijke politie achtervolgt onze hoofdpersonen natuurlijk regelmatig tevergeefs, ondanks enorme inzet van mankracht en materiaal. Na een kort routinetelefoontje naar de meldkamer is de politie al binnen enkele minuten aanwezig. In welk veiligheidsparadijs in ons land speelt zich dit af? Een verhoor op het bureau verloopt precies zoals te verwachten is, met een good en een bad cop. Onze held kan met een opgezwollen, verstuikte enkel alweer zeer snel hard rennen en hard tegen een stoel schoppen. Na een toch nog enigszins geslaagde ontmoeting met Annelies zijn we getuige van enkele erotische dromen en beschrijvingen van o.a. zwart leer en zweepjes, warme huid en volle lippen, verslond haar met zijn ogen, wiegelende billen, ze liep als een waar fotomodel enz. Een hoertje krijgt zonder enige logische aanleiding minstens honderdduizend euro uit de brandkast van een louche notaris om overnieuw te beginnen. Als het zoontje van Wessel ontvoerd is, gaat hij eerst vanwege de spanning enige tijd slapen. Hij vergeet Tarek te contacteren, als die hem een dag eerder van twee overvallers heeft bevrijd. Hij wil snel zijn kluisje in een bank openen, maar doet dat zonder nadere toelichting pas twee dagen erna. Later vlucht hij, nadat ze al wisten, dat ze geen verdachten meer waren, toch nog voor de nietsvermoedende agenten. Een boer Kees heeft een hand als een bankschroef, fluimt vanzelfsprekend en spietst even later met groot gemak met zijn tractor een Mercedes met boeventuig, dat natuurlijk geen echte weerstand biedt.
Het schijnt verder ook erg gezond te zijn om per fiets op een middag twee keer minstens zestien kilometer te fietsen tussen Woerden en Oudewater, zonder enige aanwijsbare noodzaak. De emoties van o.a. Wessel, Annelies en Govert zijn meestal erg zwaar aangezet, en passen zelden bij de beschreven situaties. Na enige tijd besloot ik dit boek niet meer serieus te nemen en toen kon ik weer enigszins genieten van de onbedoeld grappige verschrijvingen, de merkwaardige onlogica en de namaak martelscènes met schaar en kettingzaag. Voordat ik het vergeet: Dankzij een feministische uiteenzetting vanuit De Heksenwaag weet ik nu, dat er vroeger honderdduizenden vrouwen ten onrechte de dood zijn ingejaagd. Als in deze politieke thriller de actualiteit steeds onheilspellend aanwezig is, en volgens de achterflap op het scherpst van de snede geschreven, dan is mijn conclusie, dat hier sprake is van een ernstige vorm van gebakken lucht. De VLP en de christen-democraten vormen in dit boek na de verkiezingen een coalitie, waarbij het Groene Hart aangevreten wordt. Op dit punt zouden de auteurs misschien nog een toekomstig feit kunnen scoren.
Dit schrijfsel hoort inderdaad slechts thuis bij een POD, waarbij misschien enkele familieleden en vrienden nog wat exemplaren willen aanschaffen. Vanwege de ongetwijfeld met veel inzet gevulde 227 bladzijden geef ik één sterretje, als aanmoediging om dit boekje ooit te herschrijven, onder het genot van een buitensporig glas whisky.