Advertentie

Vonne van de Meer neemt de lezers in haar volgende boek mee in de nabije toekomst. Het is 2024, slechts zo nu en dan merk je dat het verhaal zich in de toekomst afspeelt. De kroonprinses is 20, behalve een zorgrobot en Virtuele Thuiszorg, lees in je in haar roman niet zoveel over futuristische foefjes. Mensen lezen nog kranten, spelen Wordfreud en sturen elkaar nauwelijks berichtjes. Als het erop aankomt spreken de hoofdpersonen elkaar liever persoonlijk dan van scherm tot scherm. Alleen dit: De klaar-met-leven-wet is aangenomen. Geen uitzichtloos of ondragelijk lijden meer, mensen kunnen nu hulp krijgen om zelf een punt achter hun leven te zetten.
Twee broers, Richard en Arthur Hofstede, krijgen onverwacht na de dood van hun vader de beschikking over enorm veel geld. Richard de reclameman springt in op de actualiteit en gebruikt zijn centen om een prachtig hotel te bouwen waar mensen hun laatste adem uit kunnen blazen. Voor Arthur, de psycholoog gaat dat te ver. Door een avondje uit, in het theater waar King Lear wordt opgevoerd, komt hij op het idee van een Gloster huis. (Gloster in het stuk van Sheakespeare, Graaf van Glouchester, is een oude blinde man die door zijn zoon Edgar gered wordt van zelfmoord.) Zo wil Arthur de mensen, die een sprankje van twijfel laten zien als ze bij Richard in het Vaarwelhotel komen, redden.
De roman is Vonne van de Meer ten voeten uit, de woordspellingen, zinnetjes die je een glimlach op het gezicht bezorgen. De scenes druppelen van het leven dat de moeite waard is, dat alleen met de zintuigen ervaren kan worden. Pareltjes als dit: “Het denken over woorden, taal deed iets met haar hersenen, alsof die meer zuurstof kregen.” Winter in Gloster huis wordt vooral verteld door Arthur, die de lezer zijn verhaal verteld vanaf de dood van zijn vader tot het moment van de waarheid voor het Gloster Huis. Zijn ambivalente gedachten maken hem tot een levensecht karakter. Nog voordat zijn visioen van het Gloster Huis werkelijkheid is, wordt zijn betoog onderbroken met het mysterieuze verhaal over Noor, een van de gasten van het Gloster Huis. Ergens tussen sterven en leven maakt de lezer kennis met het verwarrende bestaan van deze oude vrouw en haar doodswens. Door de afwisseling van deze verhaallijnen weet de lezer al meer dan Arthur die toewerkt naar het moment dat hij Noor moet gaan vertellen dat zij niet dood is.
Je ontkomt er niet aan dat je vermoed dat Vonne van de Meer zelf de Edgar is, die niet wil dat we met zijn allen die kant van een zelfgekozen dood ingaan. Alsof wij kunnen bepalen wanneer we klaar met leven zijn. Dat ze daar een antwoord op heeft, heeft ze al eerder laten zien met Leo in Eilandgasten. Ze heeft voor hem dan ook een plek in deze roman. Ook andere romanfiguren komen terug in Winter in Gloster Huis, die iets met een zelfgekozen dood hebben. Maar aan de andere kant weet ze als geen ander de vinger op de open wond te leggen en door verhalende herinneringen laat de schrijfster zien hoe leeg het leven kan zijn.
Het is daardoor een ongekende ervaring om in het verhaal getrokken te worden, waarvan je vertwijfeld gaat afvragen waar het op uit zal lopen. Juist het ontbreken van futuristische details maakt dat het idee van de klaar-met-leven-wet beangstigend dichtbij is en roept een verlangen op om dit tij met Arthur als Edgar te willen keren. Als Vonne van der Meer je met dit verhaal op dat punt heeft ingepakt, wacht daar de subtiele verrassing, zoals alleen zij kan.
Een prachtig verhaal waar we met elkaar over in gesprek moeten gaan.

Reacties op: Leven tot het uiterste

106
Winter in Gloster Huis - Vonne van der Meer
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken