Ongetwijfeld is het een mooi uitgangspunt van de schrijver: Wilkie Collins heeft een manuscript nagelaten waarin hij de laatste levensjaren van zijn collega en vriend Charles Dickens beschrijft, en dan vooral de totstandkoming van Dickens’ laatste (onvoltooide) werk The Mystery of Edwin Drood. Helaas loert voor Simmons dezelfde valkuil als voor de Victorianen: langdradigheid. Het verhaal duurt en duurt maar, de ene zijsprong leidt naar de volgende, en het vraagt nogal wat doorzettingsvermogen van de lezer om tot het einde te geraken. Ook verder zijn er een paar zwakke punten: zoals anderen al vermeld hebben, is het idee van Collins als verteller heel aardig, maar hoe betrouwbaar is een zwaar verslaafde, niet al te gezonde man die bovendien lijdt aan een nogal kleingeestige vorm van jaloezie? Met dat gegeven op de achtergrond is de plot echt niet zo vernuftig. Maar de grootste vergissing betreft de hoofdpersoon; dit boek gaat niet over Drood of Dickens (al beweert de verteller steeds van wel), het gaat vooral over Wilkie Collins en het hypocriete Victoriaanse tijdperk. Die hypocrisie, waaraan zowel Dickens als Collins zich flink schuldig maken, leidt soms wel tot komische taferelen die het verhaal zeker verlevendigen. Maar ze horen eigenlijk thuis in een ander soort boek.
Eén opmerking nog over de vertaling: die is soms onhandig en een enkele keer ronduit slecht.

Reacties op: