Advertentie

Er verschijnen te veel boeken, met als gevolg dat je soms mist wat de moeite waard is. Dat bewijst Het Wezenloos van Joséphine Vast, het vervolg op het dus door mij gemiste “De Vogelenkop”. Want ook dat eerste deel moet een fantastisch kijk- en leesboek zijn, dat kan gewoon niet anders.
“Het Wezenloos” verhaalt de reis die Kleine Gruis, voor het eerst uit zijn geboortedorp weg, met het dwergvrouwtje Isemir maakt. Samen met hun dieren – twee honden, een baviaan, een paard, een halfaapje en een gier – zijn ze op weg naar de plaats waar Isemir woont. Deze reis is sfeervol beschreven maar op zich allesbehalve bijzonder. Er gebeurt niet zo veel. Het eigenlijke verhaal is door deze reis heen geweven, namelijk dat wat Isemir voorleest uit Het Boek van Meran, aangevuld met haar eigen anekdotes. De afwisseling die Vast op deze wijze creëert leidt niet tot een actievolle thriller, maar wel tot een rustige dynamiek, een dynamiek die verder wordt uitgebouwd door de spanningsboogjes die in het verhaal over Meran aanwezig zijn.
Het vredelievende volk van de Oeranies, “ontstaan uit een intens verlangen hun morele standvastigheid te bundelen”, heeft over de Blauwe Planeet getrokken tot zij zich vestigen op een schiereiland, afgezonderd van de andere volkeren, die gedreven door hebzucht, oorlogszucht, machtswellust en agressie de beschaving vernietigen. Na verloop van tijd trekt een groep jongeren, de Merisan, de wereld in om goed te doen. Verhaaltjes binnen het verhaal over Meran. De Merisan keren uiteindelijk terug en dan, het langste verhaal in het verhaal, wordt ook Meran bedreigt door het Kwaad. Het Wezenloos krijgt macht over de kinderen van Meran en stuurt ze als geoliede vechtmachines de wereld in, zogenaamd om de strijd met strijd te beslechten. Sjroeti de poppenspeler, gedreven door zijn ambitie de volmaakte pop te maken, speelt daarbij een doorslaggevende rol.
Even onschuldig en kinderlijk gaan de volwassenen de strijd met het Wezenloos aan. In deze strijd wordt ook het bestaan van de Hitzer onthuld, een mysterieus wezen dat in komende delen terug zal komen.
Het verhaal gaat dus ook over het scheppen van kunst, het verhevene daarvan en de wijze waarop ambitie met de kunstenaar aan de haal kan gaan. Het gaat over positieve menselijke waarden; hoe die steeds weer verloren dreigen te gaan. Daarin is het, evenals in andere aspecten, soms wat naïef, heeft het de sfeer van alternatieve geneeskunde en het tijdperk van Aquarius. Een boek is “onthoud dat goed, de gestolde parel van de geest.” Het is echter geen onsympathieke opstelling.
Maar het in proza vertelde verhaal kan niet op zichzelf worden beoordeeld, want naast de tekst bevat het boek meer dan honderdzestig prachtige pentekeningen – op bijna elke bladzijde staat er wel een. Tekst en tekeningen vormen één geheel, één boek dat alleen maar lezend én kijkend, bijna als een totaalervaring kan worden ondergaan. En dát maakt “Het Wezenloos” uniek, dat doet uitzien naar de vervolgen “Het Windei” en “De Hitzer”, die aan het eind van het boek worden aangekondigd.

Reacties op: Fantasyverhaal van verhalen en pentekeningen