Advertentie

De kellner en de levenden (1949)
Simon Vestdijk (1898- 1971) schreef teentwintig romans, drieëntwintig essaybundels en duizenden gedichten. Hij was lange tijd de belangrijkste Nederlandse kandidaat voor de Nobelprijs voor de literatuur (negen keer genomineerd in de periode van 1950-1964). Hij ontving de P.C. Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse letteren. Hij stond bekend als de man 'die sneller kon schrijven dan God kon lezen.'

Roman
De alleswetende verteller van de kellner en de levenden stelt met vileine pen de protagonisten voor: een dominee, een toneelspeler, een journalist, een schoenenverkoper, een onderwijzeres. Bij aanvang steekt hij openlijk de draak met hun onvolkomenheden, hun bezigheden, hun onhebbelijkheden en de vele zonden die ieder van hen te beurt valt.
De archaïsche ' naamval' en de lange stilistische zinnen zijn een streling voor het oog en geest, en is duidelijk het werk van een literair genie.

De roman bestaat uit twaalf hoofdstukken en kan min of meer in drie 'stukken' opgedeeld worden.

Flatbewoners worden door 'agenten' weggevoerd en na een busrit door een lege, donkere stad, worden zij afgezet bij een theater, en verwelkomt door klokken, trompetgeschal en de 'Armageddon Ramblers' band.
Door helpenden met een witte band om hun arm worden mensen geselecteerd op geboortedatum en van elkaar gescheiden. 'Als makke schapen' schuifelt de mensenmassa zo door de poort. Door de mensenmassa's schelt regelmatig een s.o.s. van een vermist meisje uit de zeventiende eeuw. De flatbewoners denken dat ze in een gekkenhuis zijn terechtgekomen.

'Op weg naar boven', sluit een Duitse herder zich bij de stoet aan, terstond krijgen de bezoekers nog de mededeling dat zij onder geen beding contact met de andere rijen wachtenden en reizigers mogen initiëren, ook is het niet toegestaan de anderen de weg te wijzen, noch worden zij geacht van plaats te verwisselen.
Via een lift, die zowel voor-, als zijwaarts zich naar boven verplaatst - hé, dat klinkt bekent toch, Potter? - komt het gezelschap aan bij een spoor emplacement. Eenmaal bij de treinen aangekomen, is het gedaan met de structuur en de schuifelende mensen. Er heerst chaos. Mensen worden in overvolle wagons gepropt. Er klinkt gevloek, en geblaf van honden. .

Waar het gezelschap in een wachtruimte mag verpozen, is het 'de broodmagere, kadaveuze mensen' niet toegestaan binnen te komen. Hun wordt de toegang ontzegd. Verboten!! Het kan de lezer niet ontgaan zijn, wel gruwelijk tafereel de schrijver illustreert....
Ondertussen rijden tjokvolle treinen af en aan. Treinen, die net boven de rails lijken te zweven De kinderen vinden het allemaal prachtig, de volwassenen pakken echter angstig hun bijbels en bidden om verlossing.

De apotheose van de roman is zowel briljant, geniaal als ontroerend, als één van het gezelschap - 'een Byronisch volktribuun, die een volksoproer zal ontketenen, - de knevels van Ophelia in een wegrijdende trein gooit, waarmee haar ten langen leste een plek in het Paradijs is gegund.

Thema's uit o.m Hamlet, als (Ophelia's) waanzin en (zelf-/) dood, zijn alom in de roman vertegenwoordigd. Is het hier Vestdijk, die eigenhandig het Laatste Oordeel velt over de mensheid, en haar in dit boek confronteert met de complete waanzin en de ontelbare oorlogen en twisten, gevoerd uit naam van een god?

De roman leest gemakkelijk, maar is een uiterst complexe en gelaagde vertelling, tjokvol met verwijzingen naar de bijbel, kunst, filosofie en Shakespeare.

De flatbewoners filosoferen over existentiële zaken, zoals is er een god, zonder traceerbaar waarnemen, beschikt de mens over een vrije wil, wie is verantwoordelijk, waarom bestaat een god, en waar is hij dan? En waarom heeft hij dan een imperfect, oorlogszuchtig wezen geschapen, die niet weet wat 'heb u naaste lief' is.

Het gemijmer en het biechten van de flatbewoners in de wachtruimte beslaat een groot deel van de roman. Deze ruimte doet een beetje aan een aquarium denken: ze hebben zicht op wat er zich buiten op de perrons afspeelt, echter, een deur is nergens te vinden. Het lijkt er sterk op dat Vestdijk hier 'Nighthawks' van Edward Hopper (1882-1967) ensceneert.

Hopper is wereldberoemd door de sfeer die zijn werk oproept. De mensen in zijn schilderijen zijn nooit gelukkig, en stralen eenzaamheid uit. Een gevoel van 'samen, maar toch alleen, niet in contact staand met de buitenwereld.' Zo zijn er veel werken van hem, waar personen bij een theater wachten op de voorstelling. Geen van de personen staan of zoeken contact met de ander. Het zijn mensen, in gebouwen.

Het lukt het gezelschap uiteindelijk om te ontsnappen, en bij thuiskomst is het de kellner die hen opwacht. In zijn speech bij thuiskomst, legt hij hen de zin van hun tocht uit. Volgens de kellner, een Christusfiguur, is het bestaan onvolmaakt. Hij noemt het een illusie, dat er een scheiding kan gemaakt worden tussen goed en kwaad. Het is de mens die, hoe moeilijk ook. het bestaan dient te accepteren en zich zelf in alle onvolmaaktheid dient te omarmen.

Lieve help, wat een geniaal, machtig en prachtig boek, wat mij betreft één van de aller-allermooiste romans uit de Nederlandse letterkunde. Vroeger gelezen voor de lijst, nu een herlezer met de Literatuurclub. Het boek, en die indruk die het toentertijd al achterliet, heeft na al die jaren niet aan kracht ingeboet. Dit is wat literatuur literatuur maakt. Een aanrader.
****** 5 sterren :)

Reacties op: To be or not to be ... that is the question

77
De kellner en de levenden - Simon Vestdijk
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker