Advertentie

De Toverberg en zijn sprookjeselementen

op 30 december 2017 door

Afbeelding: Tannhaüser on the Venusberg (Wikimedia Commons)

Waar komt de titel vandaan?

De Toverberg heeft een duidelijk historisch karakter en kan een realistische roman genoemd worden. De naam van de titel wordt pas helemaal aan het eind van het boek vermeld. Met de informatie van dit artikel valt alles op zijn plek wanneer je aan het eind van het boek bent. 

De naam Toverberg stamt uit de romantische traditie. De berg werd bekend door een legende van de middeleeuwse dichter Tannhaüser. De dichter was terechtgekomen in het Hörsel Gebergte in Thüringen waar de godin Venus zou wonen. Het verhaal gaat dat met het uiteenvallen van het Romeinse Rijk ook de goden het Rijk verlaten hadden en Venus was terechtgekomen in het Hörsel Gebergte. Dat de dichter samen met de godin van de erotische liefde in één berg huisde stond op gespannen voet met de christelijke moraal in de middeleeuwen.

Van die legende is aan het einde van de vijftiende eeuw een ballade gemaakt.

  1. Nun will ich aber heben an, / Tannhauser zu besingen, / und was er wunders hat getan / im Venusberg darinnen.
  2. Und wie er kam vor'n Venusberg, / da klopft er an die Pforte: / "Frau Venus, laßt mich freundlich ein, / mich verlangt nach diesem Orte!"
  3. Dort blieb er 7 Jahre lang / und lebt in Freud' und Liebe. / Ein Sünder wurde er genannt, / dem der Himmel verschlossen bliebe.
  4. Und als er lag unterm Feichtenbaum, / ein kleines Zeitl zu schlafen, / da sagt ein Stimm' wohl in dem Traum: / "Geh zum Papst auf Buß und Strafen!"
  5. Tannhauser macht sich auf die Reis, / nach Rom ist er gegangen, / auf daß er dort nach Reu und Beicht / will Ablaß und Gnad erlangen.
  6. Der Papst nimmt seinen Pilgerstab, / der sich vor Dürre spaltet: / "So wenig der Stecken grünen mag, / kannst Gnade du erhalten!"
  7. "Und wenn ich nicht zum Ablaß komm, / und keine Gnad mehr erhalte, / geh ich zurück in' Venusberg / und bleib bei ihr im Walde!"
  8. Es währt bis an den dritten Tag, / der Stab fing an zu grünen. / Der Papst schickt aus in alle Land: / Wo ist Tannhauser hinkommen?
  9. Tannhauser aber ging allein, / daß man ihn nicht kann finden, / auf hohen Berg bei einem Stein, / da beicht' er seine Sünden.
  10. Tannhauser, der ist nimmer hier, / ist schon im himmlischen Garten - / vielleicht tief drinn im Venusberg, / den jüngsten Tag zu erwarten.
  11. Drum sollt kein Papst, kein Kardinal / den Sünder nicht verdammen! / Der Sünder sei groß wie er will / Gott schenkt ihm Gnade - Amen!

Hans Castorp is een soort Tannhaüser, hij blijft 7 jaar 'boven', daarmee onttrekt hij zich aan zijn burgerplicht ingenieur te worden. Het is de vraag of hij echt ziek is. 

Voordat Thomas Mann zijn vrouw Katja had leren kennen, heeft hij in 1901 in een sanatorium gelegen. Toen legde hij al het verband met de legende van Tannhaüser.

Hij maakte er het volgende gedicht:

Nun aber will Ich heben an, von Mittelbad will ich sagen,
und wie sich dort fünf Wochen lang mein Leben zugetragen [...]

In de roman zitten meer sprookjesachtige elementen:

  • De eetzaal heeft 7 tafels, er lopen 2 personages rond, één in het wit, één in het zwart (goed en kwaad)
  • In hoofdstuk 7 wordt er een geest opgevoerd. Deze spirit, Holger, is gemodelleerd naar het uiterlijk van sprookjesschrijver Hans Christan Andersen.
  • Ook deden de initialen van de hoofdpersoon ons al eerder denken aan Hans Christian Andersen: Hans CAstorp. Maar dat zou ook  een aanname van onze kant kunnen zijn.

c7dede70dcc6a3c264457b9b887370a8.jpg

Afbeelding-Hans Christian Andersen 1874 (Wikipedia)

De vertelstijl van Thomas Mann heeft ook onmiskenbaar sprookjesachtige elementen. Hij neemt ons mee naar een land waar geen tijd bestaat, het lijkt wel buiten deze wereld. Een witte (door de sneeuw) abstracte wereld. Ook het begin, voorspel, leest als: Er was eens, lang geleden.... Thomas Mann schrijft in het voorspel dat naarmate het "vroegere" in het verhaal korter geleden is, het sprookjesachtiger wordt.

Aan het eind van het boek worden er geesten opgeroepen. Er kan een vraag over de toekomst aan Holger, de geest, worden gesteld. Iedereen aarzelt."Wat moest men vragen? Het was als in een sprookje, als de fee of de kabouter een vraag toestaat en men het risico loopt de kostbare kans uit achteloosheid te verspillen." Elly, het medium, wordt complimenten over haar uiterlijk gemaakt, bij binnenkomst: Een echte fee!"

bb1edae030a15fe8d239d0d01fc2644a.jpg

afbeelding: The Mad Hatters Tea Party - Da's Mooi

In het laatste hoofdstuk De donderslag, wordt Hans Castorp (hij wordt door Thomas Mann nu zevenslaper (Alice in wonderland!) genoemd) laten we zeggen, wakker geschud. En dan staat er: "Hij besefte dat de betovering verbroken was."

-Tea van Lierop en Jan Haas-



Reacties op: De Toverberg en zijn sprookjeselementen

Meer informatie

Gerelateerd

Gesponsorde boeken