Marloes Hebban Recensent

“Aut viam inveniam, aut faciam”; geheimzinnige spreuken, spannende zoektochten en verborgen geheimen spelen de hoofdrol in De Duivelsvork van Suzette Boyer. Met het derde boek over Diego en zijn vrienden weet ze de lezer te boeien van de eerste tot de laatste zin. Al snel bekruipt de lezer de grote vraag “wat is er in het verleden gebeurd?” en start hij zijn zoektocht naar de antwoorden. Gelukkig laat Boyer de lezer lang op die antwoorden wachten!  

Jesse, Luna, Yves, Stella en Diego gaan dit jaar weer op zomerkamp in Spanje. Ze gaan naar het kamp waar Diego’s broer Ramón jaren geleden ook geweest is. Ooit was er een doolhoftocht, maar die tocht werd uit het programma gehaald. De reden hierachter is geheim en alle kampleiders doen hun best dit zo te houden. Waarom? Diego en zijn vrienden proberen het uit te zoeken. Ze schakelen de hulp van Ramón in. Stapje voor stapje ontrafelen ze het geheim en voeren ze de tocht uit. Is die doolhoftocht wel zo veilig? Moeten de jongens wel in de geschiedenis duiken?  

“‘De doolhoftocht…’ Hij wachtte even. Toen zei hij: ‘Nee, dat doen we niet meer.’
Hij draaide zich weer om.
‘Waarom niet?’
Manuel schudde zijn hoofd. ‘Dat was te veel risico’.”

Waarom was dat te veel risico? Het antwoord blijft lang onduidelijk. Suzette Boyer weet de spanning in De Duivelsvork op deze manier heel goed vast te houden. Ze dwingt je mee te lezen, mee te denken en mee te zoeken met Diego en zijn vrienden. De geheimzinnige spreuken die de jongens vinden, de tekens op de bomen en de enge mannen op de foto’s zorgen ervoor dat je de zoektocht zelf onderneemt.

Daarnaast weet ze het heden op wonderbaarlijke wijze te koppelen aan de gebeurtenissen rondom Ramón in 2007. Door in haar verhaal te verwijzen naar die gebeurtenissen, door de gelijkenis te benoemen, maar niet te vertellen wat er toen gebeurd is, maakt de auteur het verhaal spannend. Pas aan het eind van het verhaal wordt alles duidelijk: een ontknoping die bijna niemand aan ziet komen. Via allerlei kleine zinnen als “Wel jammer dat er best veel van die tegels kapot zijn” of “Een mens moet nooit met vuur spelen als hij niet zeker weet of hij het wel kan blussen” maakt Boyer impliciet duidelijk dat er iets aan de hand is, en zo maakt ze je nieuwsgierig!  

Naast de goede opbouw, komen de meeste verhaallijnen op een vloeiende manier samen. Hoewel Boyer helaas veelvuldig gebruikmaakt van clichématigheden en onwerkelijke situaties - zo weten de hoofdpersonages wel heel snel wat raadsels betekenen of is de sekte wat voor de hand liggend -  weet ze de gebeurtenissen op natuurlijke wijze bij elkaar te brengen: niets lijkt ‘bedacht’. Het tempo in het verhaal ligt hoog. Naast het kamp waar de jongens de doolhoftocht aan het onderzoeken zijn, spelen er verschillende liefdesrelaties een rol in het verhaal. Ook de moord op de ouders van Yves wordt besproken en de geschiedenis van Ramón in het kamp krijgt een plaats. Op deze manier krijgt de lezer geen kans zich te vervelen.  

Door elk personage aan het woord te laten, creëert Boyer een vorm van spanning die perfect werkt! Ze wisselt de stukken van de vriendengroep af met fragmenten door de ogen van Ramón of de geheimzinnige man. Via onverwachte wendingen, veel spanning en sensatie brengt ze je naar het eind van het verhaal. “Verfomfaaid en vuil, bebloed, bleek en geschrokken stonden ze daar”: na een spannend slotstuk volgt er een passage waarin de geschiedenis en het heden samenkomen: de lezer krijgt eindelijk antwoorden. Boyer sluit haar verhaal hiermee degelijk af, maar misschien is het wat saai. Tot die tijd trekt ze de lezer zeker mee, met elke letter die ze schrijft!

Reacties op: Niet is wat het lijkt; een verhaal heeft twee kanten