Lezersrecensie
‘Intellectuele jeuk, alsof mijn ziel de waterpokken heeft.'
Kroniek van een leven dat voorbijgaat is vergelijkbaar met Het boek der rusteloosheid. Een aanvulling of vervolg erop, of ‘het kleine broertje van’ zoals samensteller en vertaler Michaël Stoker aangeeft. In het verhelderende nawoord vertelt hij over de kist van Pessoa, die na zijn dood werd ontdekt vol niet eerder gepubliceerde ‘gedichten, essays, dagboeknotities en aanzetten tot verhalen’. Een schatkamer waar nog jaren uit geput zou kunnen worden. Stoker was bij de veiling van de magische kist, die voor 50.000 euro in handen kwam van een verzamelaar. Gelukkig een Portugees.
Michaël Stoker kwam er tijdens zijn promotieonderzoek achter dat Het boek der rusteloosheid verschillende edities kent die steeds van dikte verschilden, ieder met een eigen volgorde van de fragmenten en met andere transcripties. Bovendien hoorde volgens hem een groot deel van de teksten, ongeveer 200, er helemaal niet in thuis. ‘Er was geen enkele indicatie dat Pessoa deze teksten bestemd had voor het boek.’ Die teksten (dagboeknotities, flarden van dromen, observaties) die niet in de Nederlandse edities zijn opgenomen, vormen de basis van Kroniek van een leven dat voorbijgaat en werden aangevuld met andere autobiografische teksten uit de ‘kist’.
De fragmenten, genummerd van 1 t/m 413 gaan over zijn angst om gek te worden, zijn ideeën over kunst en literatuur, het spanningsveld tussen zichzelf en zijn heteroniemen, reflecties op zijn eigen bestaan, kortom, thema’s en onderwerpen die ook al in Het boek der rusteloosheid voorkomen.
Deze bundel geeft wederom een fragmentarisch beeld van Pessoa’s leven en gedachtegoed, waardoor de lezer hem van verschillende kanten beziet, net zoals de heteroniemen verschillende kanten van Pessoa vertegenwoordigen. Een geleefd leven met alle gedachtes en ideeën kan nooit volledig beschreven worden, maar deze boeiende kroniek maakte de grote schrijver weer iets completer. Hopelijk volgt er meer, maar dat is afwachten. Om met het laatste fragment te eindigen, de zin die hij een dag voor zijn overlijden op 30 november schreef: ‘Ik weet niet wat de dag van morgen me brengt.’