Lezersrecensie
Liefde-haatverhouding tot een aardige poging
Wanneer je, net als ik, Nederlands hebt gestudeerd en je komt een boek tegen met de titel ‘Willem die Madoc maakte’, dan kan het niet anders dan dat dit boek een enorme aantrekkingskracht op je heeft. De eerste regel van het Middeleeuwse dierenepos ‘Van den vos Reynaerde’ maakt schrijver en historicus Nico Dros tot titel van zijn roman.
In de huidige tijd krijgt mediëvist Willem de Reuvere een onbekend manuscript in handen. Hij raakt ervan overtuigd dat dit verzamelhandschrift uit de dertiende eeuw geschreven werd door Willem, dichter van ‘Van den vos Reynaerde’ en het mysterieuze ‘Madoc’. De Reuvere raakt geïnspireerd door de schat die hij in handen heeft gekregen en begint zelf te schrijven. Omdat er amper meer van Madoc bekend is dan zijn naam, heeft De Reuvere vrij spel en kan hij al zijn kennis over de Middeleeuwen in het boek kwijt; van het werk in een scriptorium tot een duel tussen ridders, van het stoken van brandewijn en buitenechtelijke escapades tot filosofische verhandelingen.
Op deze manier creëert Nico Dros een afwisselend enthousiasmerende en teleurstellende raamvertelling. Deze verteltechniek is een bekend fenomeen in de Middeleeuwen en het is dan ook te prijzen dat Dros zich hiervan bedient. Er komen diverse Middeleeuwse (en oudere) teksten in langs, die – zeker voor letterkundigen – een feest van herkenning vormen, met als hoogtepunt de (re)creatie van de Madoc. Helaas bevat het kader van de vertelling, met uitzondering van het voorspel, te weinig ontwikkelingen en voegt het daarmee te weinig toe. De ge(re)creëerde Madoc is een schokkende tekst voor de Middeleeuwer, maar een te moderne uitwerking van Dros’ stokpaardjes: het geloof. En dat is waar het in het boek eigenlijk steeds aan ontbreekt: nuancering en geloofwaardigheid.
Het verhaal staat bol van de informatie, maar de hoofdpersoon leer je niet echt kennen. Hij blijft oppervlakkig en is vaak meer een vervoermiddel om je door het verhaal te leiden. Zo leeft hij in alle lagen van de bevolking en heeft hij tegenstrijdige karaktertrekken (waaronder listen à la Reynaerde). Eigenlijk het ideale personage dat zich als een kameleon aanpast aan elke situatie. Het grootste deel van het verhaal ga je met hem mee, maar soms kijk je opeens vanuit een ander. Het mooiste stuk in het boek is zelfs geschreven vanuit een bekend personage, dat de hoofdpersoon toevallig tegenkomt. Haar leer je even echt kennen. Helaas is zij de enige en ik vermoed dat Dros zich bediend heeft van haar eigen geschriften om dit mogelijk te maken. Ach, was hij maar volledig in de greep gekomen van deze muze.
Ook qua taal is het boek vol tegenstellingen. Dros gebruikt het ene prachtige middeleeuwse woord na het andere, waardoor je helemaal in de juiste sfeer komt en je kunt helemaal opgaan in de beschrijvingen van handschriften en filosofische verhandelingen. Op hogere niveaus gaat het echter mis. Zo bevat een compleet beschrijvend hoofdstuk opeens een alinea met een psychologische verklaring voor het handelen van de hoofdpersoon, een regelrechte stijlbreuk. Of dienen verhaallijnen alleen voor het voortstuwen van het verhaal en wordt de situatie ongeloofwaardig of blijven er allerlei losse eindjes over. Verder is het verhaal ingedeeld in de delen jeugd/lichaam/geest, ik had daar graag lichaam/geest/ziel gezien, zodat de onderdelen beter bij elkaar passen.
Dros heeft veel willen doen en vertellen met dit verhaal. Dat is ambitieus, maar helaas verliest hij regelmatig de grip op het grote geheel. Het maken van keuzes had dit boek absoluut beter gemaakt. Daarnaast dringt de auteur zijn eigen ideeën te opzichtig aan de lezer op en is ook het hedendaagse stuk niet echt vrouwvriendelijk. Een goede poging deze roman, maar geen topper.