Lezersrecensie
Felle aanklant, maar niet het sprankelende boek dat je op basis van de kaft verwacht
De juichende kritieken die dit boek ontving, ook nog eens winnaar van de prestigieuze Man Booker Prize, logen er niet om. Daarom begon ik dit boek vol verwachting. Die komen echter maar deels uit. Het boek is feitelijk een lange, in zes of zeven avonden geschreven brief van hoofdpersoon Balram aan de Chinese premier Jiabao. Balram probeert de Chinees van zijn ‘entrepeneurship’ te overtuigen. Dit buitenissige begin gecombineerd met de melding dat Balram zijn eigen baas heeft vermoord, beloofd nog veel goeds, maar dan wordt het boek al snel wat saai. We lezen hoe Balram in armoe opgroeit in een dorp in het ‘donkere’ deel van India (‘The Darkness’), hoe hij zich opwerkt tot chauffeur en met zijn baas Ashok in Delhi terecht komt. Daar duurt het nog heel lang voor er gebeurt wat je al heel lang verwacht: Balram vermoordt Ashok en gaat er met zijn geld vandoor. Hier begint hij dan -met een nieuwe identiteit- zijn tweede leven in Bangalore als ‘entrepeneur’.
Adiga’s boek is een felle aanklacht tegen de scheiding tussen arm en rijk in India. De eigenzinnige Balram ziet uiteindelijk maar één manier om aan de armoe en de onderwerping te ontsnappen, ook als dat betekent dat de nabestaanden van Ashok de familie van Balram zullen vermorzelen. Hiermee is het boek zeker relevant, maar uiteindelijk blijkt het niet het sprankelende, uitbundige boek te zijn dat ik, ook op basis van de cover, had verwacht.