Lezersrecensie

Veel te dik boek met op zijn hoogst enkele sterke momenten


Christian Deterink Christian Deterink
17 mrt 2017

'Drood' past perfect in het indrukwekkende oeuvre dat Dan Simmons heeft opgebouwd. Diens werk is in hoofdzaak in drie categorieën in te delen: ten eerste science fiction, zoals zijn geweldige Hyperion en Ilium. Ten tweede horror: met name veel van zijn vroegere werk, zoals Summer of Night. En ten derde iets dat ik, alhoewel het begrip flink is vervuild, faction zal noemen – speculatieve fictie waarbij Simmons in hoge mate gebruik maakt van waar gebeurde verhalen. Onder deze laatste categorie behoren The Crook Factory, over de spionageactiviteiten van Ernest Hemingway, The Terror, over de noodlottige zoektocht naar de noordwestroute door Sir John Franklin en nu ook Drood, over de laatste vijf levensjaren van Charles Dickens.

In veel opzichten is Drood een duidelijke voortzetting van de weg die Simmons al met The Terror insloeg. Opnieuw een boek dat speelt in de tweede helft van de negentiende eeuw en dat bestaat uit een bijzondere mix van heuse geschiedschrijving met ‘horror’-elementen die Simmons zelf toevoegt. Was dit in The Terror nog een vreselijk ‘ijsmonster’, in Drood is het de mysterieuze Drood.

Het verhaal wordt verteld door Wilkie Collins, collega, vriend en rivaal van Charles Dickens. Hij richt zich op de toekomstige lezer aan wie hij wil vertellen over hoe zijn vriend Dickens, kort gezegd, waanzinnig werd. Een veelbelovend begin van wat helaas al snel een vrij langdradig verhaal wordt. Wat Simmons van het verhaal bakt is een niet bijzonder smakelijke en vrij machtige taart van de toch niet echt boeiende dagelijkse beslommeringen van de schrijvers Wilkie en Dickens in Victoriaans Londen, overgoten met een dun sausje onversneden horror. Het horror-aspect van het boek bestaat er uit dat Dickens bij een bijna fataal treinongeluk het mismaakte monster Drood ontmoet en vervolgens geheel onder de invloed lijkt te raken van deze sinistere onderwereld-figuur. Dit leidt tot bizarre scenes, zoals die waarin Dickens met Wikie afdaalt in onderaards Londen, waar Drood zijn heerschappij uitoefent vanuit een replica van een Egyptische tempel. Of een scene waarin Drood opeens opduikt bij een lezing van Dickens en alle toeschouwers onder zijn betovering brengt, letterlijk als marionetten aan touwtjes. Of de scene waarin Drood ook Wilkie onder zijn controle brengt door een kever bij hem in te brengen, die zich een weg vreet door zijn lijf en vervolgens nestelt onder in Wilkie’s hersenen.
Het maakt dit boek tot een erg ongewone leeservaring. Voortdurend vraag je je af wat er nu eigenlijk gebeurt en hoe je de gebeurtenissen moet duiden. Hoe moet je bijvoorbeeld de moorddadige poltergeist in het bediendentrappenhuis van Wilkie’s woning plaatsen of de mysterieuze dubbelganger die ‘The Other Wilkie’ genoemd wordt.

Tot driekwart van het boek hoopte ik dat Simmons een werkelijk opwindende speculatieve intrige rondom Charles Dickens laatste levensjaren en dood zou gaan ontvouwen. Hoe groot is dan de teleurstelling als je in de laatste hoofdstukken van het boek door krijgt dat die hoop ongegrond was. Want alles loopt, zonder iets te verklappen, uit op een anti-climax.

Nee, ik was toch echt teleurgesteld. Naar mijn idee laat Simmons kansen liggen om een daadwerkelijk sensationele draai aan Dickens’ vroege dood te geven. Waarom doet Simmons niets met het fascinerende gegeven dat Dickens exact vijf jaar na het treinongeluk sterft? En hoe misplaatst ten slotte is het citaat van Swinburne waarmee het boek begint? Het ‘Wilkie! Have a mission!’ ging erover dat Wilkie in de periode na Dickens’ dood opeens stopte met het sensationalistische genre en (weinig succesvolle) sociaal bewogen boeken ging schrijven: Simmons geeft hier echter in zijn boek geen enkele verklaring voor.

Concluderend: Drood is een buitenissig boek met sterke momenten en met een op zich best mooi portret van Charles Dickens en zijn tijd, dat het uiteindelijk echter niet haalt. Dat komt niet alleen door het matige plot, maar ook door omvang: bijna 800 pagina’s zijn gewoon te veel. Zeker als die voortkomen uit het feit dat Simmons zijn lezer overlaadt met zijn feitenkennis over Dickens en diens werk (het boek bevat bijvoorbeeld ook tal van citaten uit brieven, verhalen, etc.) zonder er rekening mee te houden dat de gemiddelde lezer die geen Dickens-adept is, hier niet echt op zit te wachten.

Voor mij was dit boek van één van mijn favoriete schrijvers dus een teleurstelling. Jammer! Mijn tip: lees iets anders van Simmons, zoals Kinderen van de Nacht, Aasgieren of de Hyperion-serie.

Reacties

Meer recensies van Christian Deterink

Boeken van dezelfde auteur