Lezersrecensie

Moeilijk maar overrompelend meesterwerk


ClemRob ClemRob
15 apr 2022

Wellicht de grootste aller Amerikaanse romans, een monster van een boek zo groots, angstaanjagend en diep als de walvis waar het rond draait. Jonge zeeman Ishmael (“Call me Ishmael “ is de onsterfelijke openingszin) wil de walvisvaart leren kennen en komt terecht op de Pequod, het schip van de oude, geobsedeerde kapitein Ahab die zijn been verloor aan de gigantische, agressieve potvis Moby Dick, en er zijn levensdoel van gemaakt heeft om wraak te nemen op dat beest.

Het verhaal begint grappig, met talloze schitterend geformuleerde grappige passages, en een eerste hoogtepunt wanneer Ishmael het bed moet delen met “a harpooneer” die maar niet komt opdagen zodat Ishmael’s beeld van hem steeds angstaanjagender wordt – tot Queequeg, een getatoeëerde “kannibaal”, in al zijn angstaanjagendheid komt opdagen en niet alleen naast hem in bed kruipt, maar hem slapend nog omhelst ook. Al snel komt er dreiging bij, door een schitterende preek in een walvisvaarderskerk, en de duistere waarschuwingen van een zeeman die de gang van zaken op de Pequod kent.

En zo raakt het verhaal op gang, in een continue afwisseling tussen hoofdstukken over de crew en hun bezigheden, en hoofdstukken die tot in de kleinste details elk aspect van de walvisvaart behandelen. Die laatste zijn vaak bijzonder moeilijk leesbaar, maar altijd onwaarschijnlijk straf geschreven. Meer: ze vormen de hele onderbouw van het verhaal. Via talloze vergelijkingen met de belangrijkste aspecten van een mensenleven, maakt Melville de walvisvaart tot een beeld van het menselijk bestaan en de menselijke conditie. En langzaam krijg je door dat de obsessie van Ahab niks anders is dan de drive die ons allemaal meesleurt, de Wil als je wil, die in het magistrale hoofdstuk “The Symphony”, vlak voor de finale jacht begint, op zijn explicietst verwoord wordt: “What is it, what nameless, inscrutable, unearthly thing is it; what cozening, hidden lord and master, and cruel, remorseless emperor commands me; that against all natural lovings and longings, I so keep pushing, and crowding, and jamming myself on all the time; recklessly making me ready to do what in my own proper, natural heart, I durst not so much as dare? Is Ahab, Ahab? Is it I, God, or who, that lifts this arm?”

Wanneer de bemanning eindelijk Moby Dick vindt, in drie magistrale slothoofdstukken die elk één dag van de ultieme jacht vertellen, heb je als lezer het gevoel dat je samen met de Pequod een tocht gemaakt hebt op zoek naar de zin van het bestaan. Een hint naar die ultieme betekenis: bij Starbucks laatste poging om Ahab te overtuigen om het noodlot niet verder op te zoeken, is Ahabs antwoord: "Ahab is for ever Ahab, man. This whole act’s immutably decreed. ’Twas rehearsed by thee and me a billion years before this ocean rolled. Fool! I am the Fates’ lieutenant; I act under orders."

Melville schrijft fantastisch, je wil voortdurend zinnen aanduiden of herlezen. Alles druipt ook van de symboliek. Vaak expliciteert Melville die, waardoor hij je uitnodigt om achter alles een diepere betekenis te zoeken. Ahab over zijn eigen obsessie: “How can the prisoner reach outside except by thrusting through the wall? To me, the white whale is that wall, shoved near to me. Sometimes I think there’s naught beyond. But ’tis enough. He tasks me; he heaps me; I see in him outrageous strength, with an inscrutable malice sinewing it. That inscrutable thing is chiefly what I hate..."

Die enorme diepgang, de complexe taal, de vaak bijzonder taaie hoofdstukken over de walvisvangst maken dit een bijzonder zwaar boek om te lezen. Op het einde ben je ontzettend blij dat je het gedaan hebt, maar ben je je ook ervan bewust dat je nog niet de helft gezien of gesnapt hebt. Als het punt van Moby Dick is dat ons leven een zware tocht is vol ups en downs richting een voorbestemd falen, dan is het lezen van dat boek (een zwaree tocht vol ups en downs richting een voorbestemd falen om het boek helemaal te vatten) de perfecte weerspiegeling van de tocht van Ahab & co. Kortom, "Moby Dick" is Moby Dick, en elke lezer is Ahab.

En dan nog een reeks geweldige citaten, uit het begin van het boek want daarna werd het onmogelijk alsmaar te blijven noteren:
“But I don’t fancy having a man smoking in bed with me. It’s dangerous. Besides, I ain’t insured.”
“But Faith, like a jackal, feeds among the tombs.”
“Methinks that in looking at things spiritual, we are too much like oysters observing the sun through the water, and thinking that thick water the thinnest of air.”
“His head was phrenologically an excellent one. It may seem ridiculous, but it reminded me of General Washington’s head, as seen in the popular busts of him. It had the same long regularly graded retreating slope from above the brows, which were likewise very projecting, like two long promontories thickly wooded on top. Queequeg was George Washington cannibalistically developed.”

Reacties

Meer recensies van ClemRob

Boeken van dezelfde auteur