Lezersrecensie
TUSSEN DE RAILS DOOR DE BREDERE KOLONIALE CONTEXT
Mijn fascinatie voor de Nederlandse periode in Indonesië is hardnekkig. Het idee dat Indië “van ons” was, is inmiddels voorgoed verdwenen. Van Jan Pieterszoon Coen en de Vereenigde Oostindische Compagnie, het specerijenmonopolie en de slavernij tot de zogenoemde pacificatiepolitiek, met onder meer de Atjeh-oorlog – uiteindelijk mondde het uit in de Japanse bezetting en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd.
Bij al deze politieke en militaire ontwikkelingen dreigt men te vergeten dat er in Nederlands-Indië ook werd gewerkt, gebouwd en geïnvesteerd. Delen van de archipel werden economisch ontsloten en infrastructureel verbonden.
Met dat besef nam ik De spoorwegen in Nederlands-Indië 1864–1942 ter hand. In dit boek beschrijft Guus Veenendaal de aanleg van meer dan zevenduizend kilometer spoorlijn op Java, Sumatra en Madoera. De auteur, die talrijke publicaties over spoorweggeschiedenis op zijn naam heeft staan, gaat uitvoerig in op technische aspecten: tracékeuzes, spoorbreedtes, materieel, exploitatie en organisatie. Zijn kennis is indrukwekkend.
Tegelijkertijd leest men tussen de regels door over de bredere koloniale context: het cultuurstelsel, economische belangen en de ingrijpende veranderingen tijdens de Japanse inval. Dat maakt dit rijk geïllustreerde boek meer dan een technische studie. Het is infrastructuurgeschiedenis met een duidelijke politieke en maatschappelijke onderlaag — duizenden kilometers rails, honderden locomotieven, van stoom tot elektrisch, ingebed in een beladen koloniale werkelijkheid.
Een degelijk en fraai uitgevoerd werk.
Bij al deze politieke en militaire ontwikkelingen dreigt men te vergeten dat er in Nederlands-Indië ook werd gewerkt, gebouwd en geïnvesteerd. Delen van de archipel werden economisch ontsloten en infrastructureel verbonden.
Met dat besef nam ik De spoorwegen in Nederlands-Indië 1864–1942 ter hand. In dit boek beschrijft Guus Veenendaal de aanleg van meer dan zevenduizend kilometer spoorlijn op Java, Sumatra en Madoera. De auteur, die talrijke publicaties over spoorweggeschiedenis op zijn naam heeft staan, gaat uitvoerig in op technische aspecten: tracékeuzes, spoorbreedtes, materieel, exploitatie en organisatie. Zijn kennis is indrukwekkend.
Tegelijkertijd leest men tussen de regels door over de bredere koloniale context: het cultuurstelsel, economische belangen en de ingrijpende veranderingen tijdens de Japanse inval. Dat maakt dit rijk geïllustreerde boek meer dan een technische studie. Het is infrastructuurgeschiedenis met een duidelijke politieke en maatschappelijke onderlaag — duizenden kilometers rails, honderden locomotieven, van stoom tot elektrisch, ingebed in een beladen koloniale werkelijkheid.
Een degelijk en fraai uitgevoerd werk.
1
Reageer op deze recensie
